Er is een kloof tussen wetenschap en praktijk. Dat wordt vaak
gezegd. Maar, waar gaat die kloof dan precies over? Over een
verschil in zienswijze tussen wetenschap en praktijk: "Onderzoek
richt zich erop te weten te komen hoe iets werkt. Dus op analyse,
het begrijpen van, en ook wel het verklaren van. Terwijl de
praktijk vooral is geïnteresseerd in interventie en rendement",
aldus een promovendus. Of over de lange moeizame weg die
onderzoeksresultaten afleggen op weg naar toepassing in de
praktijk. Hierover zegt een opleidingskundige uit de praktijk:
"Managers gebruiken vooral hun gezond verstand en baseren zich lang
niet altijd op wetenschappelijke inzichten. Anderzijds is de
presentatie van onderzoeksinzichten vaak ontoegankelijk en moeilijk
of ronduit saai".
Het overbruggen van de kloof gaat niet
werken
Over die kloof wordt al jaren gesproken. En er zijn allerlei
interventies bedacht om hem te overbruggen. Wetenschappers die het
voor elkaar krijgen om hun onderzoek toegankelijk te maken voor het
grote publiek kunnen hiermee mooie prijzen winnen. Voor
organisaties zijn er financiële regelingen - beschikbaar gesteld
door de overheid - die activiteiten bekostigen die bijdragen aan
betere toepassing van wetenschappelijke inzichten. Het probleem is
echter: het denken in termen van een kloof, kan de kloof in het
beste geval wat verkleinen. Bij de meeste van deze interventies
worden kennisinstellingen gezien als ontwikkelaars van nieuwe
kennis en het bedrijfsleven als toepasser van deze kennis. Om tot
een doorbraak te komen, zouden we afscheid moeten nemen van deze
aanname.
Onderzoek en verandering gaan samen
Als het denken vanuit een kloof en het overbruggen ervan niet
werkt, wat zetten we er dan voor in de plaats? Ik denk een ander
perspectief op onderzoek. Niet naar onderzoek kijken in termen van
'éérst onderzoeksresultaten genereren, en dán toepassen'. Maar
kijken naar onderzoek als iets dat beide bewegingen kan combineren:
nieuwe inzichten opdoen én verandering teweeg brengen. Dat vraagt
dat medewerkers in organisaties niet alleen actieve deelnemers in
het onderzoek zijn, maar dat ze ook de rol van medeonderzoeker op
zich nemen.
En het vraagt van onderzoekers dat ze niet enkel bezig zijn met
antwoord vinden op hun eigen vragen, maar ook de verbinding maken
met vragen die leven in de praktijk. Het beeld van de kloof
verdwijnt omdat onderzoek en actie dan juist samengaan. Mooie
voorbeelden van deze manier van werken zijn te vinden in diverse
kenniskringen op hogescholen die onder leiding van lectoren
onderzoek (zelf iets te weten komen) en actie (bijdragen aan een
beweging in de praktijk) weten te combineren. En bijvoorbeeld de
manier waarop docenten soms deelnemen aan actieonderzoek waarin ze
experimenten doen, hierop reflecteren en gaandeweg de
klassenpraktijk veranderen.
De uitdaging voor onderzoekers en mensen in de
praktijk
Doordenkend op deze lijn ligt er een uitdaging voor onderzoekers
en voor mensen in de praktijk. Voor wetenschappers en onderzoekers
wordt het steeds belangrijker om onderzoeksmethodes te ontwikkelen
die het leren in de praktijk en de ontwikkeling van de werkplek in
gang zet. Wetenschappelijke methoden richten zich vaak eenzijdig op
de nieuwsgierigheid van de onderzoeker. Terwijl je deelnemers in
een onderzoek in plaats van als respondenten ook kunt zien als
deelnemers in een gezamenlijk leerproces.
Een vragenlijst bijvoorbeeld kun je met enkele aanpassingen heel
goed inzetten als reflectie-instrument voor mensen op de werkplek.
Niet alleen de onderzoeker krijgt feedback, maar ook de invuller.
En als je de bevindingen hieruit samen bespreekt en plannen maakt
voor nieuwe acties, stimuleer je direct het leren in de praktijk.
Voor mensen in de praktijk en praktijkonderzoekers is het
interessant om systematisch de inzichten uit experimenten en
gesprekken vast te leggen. Zo kun je op den duur uitspraken doen
die een enkele praktijk overstijgen. Dat kan het leren tussen
organisaties en praktijken bevorderen.
Suzanne Verdonschot werkt als onderzoeker en adviseur bij
Kessels & Smit, The Learning Company. Daarnaast is zij
verbonden aan de Universiteit Twente als docent en begeleider van
HRD-masterstudenten.