Problemen bloot leggen
In 2003 kwam Robert Veenstra binnen bij Stenden als lid van het
College van Bestuur van wat toen nog de Christelijke Hogeschool
Nederland (CHN) heette. Het was geen makkelijk begin. "Ik werd
binnengehaald als lid van het CvB in een tijd dat de CHN de
accreditatie van SPH verloor en er financieel heel beroerd
voorstond. Daardoor kwam ik in een squeeze terecht."
"Ik moest mijn rol vinden tussen 2 collega's onder wier regie de
problematiek van de CHN was ontstaan en tegelijkertijd aan het
personeel gaan uitleggen dat er financiële problemen waren. Ik
dacht dat ik als 39-jarige een mooie vervolgstap in mijn carrière
ging maken, maar als je als dan als jongste hogeschoolbestuurder
van Nederland binnenkomt en de problemen bloot moet gaan leggen,
dan is dat nooit leuk."
Bij het vinden van de weg omhoog koos CHN onder Veenstra voor een
fusie met hogeschool Drenthe en - als enige hoger
onderwijsinstelling in Nederland - voor de opening van vestigingen
in het buitenland. "Stenden had door een aantal internationaal
georiënteerde opleidingen veel verbindingen met het buitenland,
denk aan de hogere hotelschool. De CHN had op dat moment ongeveer
4500 studenten. In de herbezinning constateerden we dat veel groei
in Nederland er niet inzat met alle concollega's. De opening van
vestigingen kwam deels voort uit vragen vanuit het werkveld, maar
ook uit een eigen wens om minder afhankelijk te zijn van de
teruglopende bekostiging in Nederland."
Geen lucky shots
Zo kon hogeschool Stenden vestigingen openen in Thailand, Bali,
Zuid-Afrika, Qatar en binnenkort als universiteit in Berlijn.
Waarom juist op die plaatsen? "Het zijn geen lucky shots.
Bij de keuze van de plekken hebben we altijd goede analyses gemaakt
van de omgeving, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat die
plekken ook zijn voortgevloeid uit contacten die we al hadden. We
hebben gezegd dat we op ieder continent aanwezig willen zijn, dus
we hebben nog wat te doen."
Op zijn reizen voor Stenden kwam Robert Veenstra over de hele
wereld en sprak hij met staatslieden als Bill Clinton, Barack
Obama, Thabo Mbeki en Nelson Mandela. Over zijn gesprek met Obama
publiceerde hij op ScienceGuide. Hoe hebben zulke
ontmoetingen de hogeschool geholpen? "Het is altijd goed om
contacten te hebben. Als je ontmoetingen hebben met mensen als
Nelson Mandela, dan gaan deuren voor je open die anders gesloten
blijven. Ook verhoogt het het aanzien van de hogeschool. Als
beleidsbeslissers in Zuid-Afrika weten dat je met Thabo Mbeki hebt
gedineerd, dan lopen de gesprekken net iets gemakkelijker."
Deze zomer stapt Robert Veenstra over naar de Friese
voetbalclub sc Heerenveen. Hij was met de club in gesprek
over een positie in de Raad van Commissarissen en had niet
gesolliciteerd naar de positie van directeur. Maar een recruiter
van Randstad belde hem op en zei: "Volgens mij ben jij de kandidaat
die het moet worden." Hoewel Veenstra nog niet van plan was te
vertrekken, wilde hij deze kans na 7 jaar Stenden niet laten
liggen. "Het is toch een soort jongensdroom."