• A
  • A
  • 'Een soort jongensdroom'

    - Na 7 jaar Stenden stapt hij over van het intellectuele HO naar de emoties van het voetbal. Robert Veenstra vertelt over hoogte- en dieptepunten. “Barack Obama zei tegen mij: u bent jong voor een universiteitspresident. Ik antwoordde: En u bent jong voor een presidentskandidaat.”

    Problemen bloot leggen

    In 2003 kwam Robert Veenstra binnen bij Stenden als lid van het College van Bestuur van wat toen nog de Christelijke Hogeschool Nederland (CHN) heette. Het was geen makkelijk begin. "Ik werd binnengehaald als lid van het CvB in een tijd dat de CHN de accreditatie van SPH verloor en er financieel heel beroerd voorstond. Daardoor kwam ik in een squeeze terecht."

    "Ik moest mijn rol vinden tussen 2 collega's onder wier regie de problematiek van de CHN was ontstaan en tegelijkertijd aan het personeel gaan uitleggen dat er financiële problemen waren. Ik dacht dat ik als 39-jarige een mooie vervolgstap in mijn carrière ging maken, maar als je als dan als jongste hogeschoolbestuurder van Nederland binnenkomt en de problemen bloot moet gaan leggen, dan is dat nooit leuk."

    Bij het vinden van de weg omhoog koos CHN onder Veenstra voor een fusie met hogeschool Drenthe en - als enige hoger onderwijsinstelling in Nederland - voor de opening van vestigingen in het buitenland. "Stenden had door een aantal internationaal georiënteerde opleidingen veel verbindingen met het buitenland, denk aan de hogere hotelschool. De CHN had op dat moment ongeveer 4500 studenten. In de herbezinning constateerden we dat veel groei in Nederland er niet inzat met alle concollega's. De opening van vestigingen kwam deels voort uit vragen vanuit het werkveld, maar ook uit een eigen wens om minder afhankelijk te zijn van de teruglopende bekostiging in Nederland."

    Geen lucky shots

    Zo kon hogeschool Stenden vestigingen openen in Thailand, Bali, Zuid-Afrika, Qatar en binnenkort als universiteit in Berlijn. Waarom juist op die plaatsen? "Het zijn geen lucky shots. Bij de keuze van de plekken hebben we altijd goede analyses gemaakt van de omgeving, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat die plekken ook zijn voortgevloeid uit contacten die we al hadden. We hebben gezegd dat we op ieder continent aanwezig willen zijn, dus we hebben nog wat te doen." 

    Op zijn reizen voor Stenden kwam Robert Veenstra over de hele wereld en sprak hij met staatslieden als Bill Clinton, Barack Obama, Thabo Mbeki en Nelson Mandela. Over zijn gesprek met Obama publiceerde hij op ScienceGuide. Hoe hebben zulke ontmoetingen de hogeschool geholpen? "Het is altijd goed om contacten te hebben. Als je ontmoetingen hebben met mensen als Nelson Mandela, dan gaan deuren voor je open die anders gesloten blijven. Ook verhoogt het het aanzien van de hogeschool. Als beleidsbeslissers in Zuid-Afrika weten dat je met Thabo Mbeki hebt gedineerd, dan lopen de gesprekken net iets gemakkelijker."

    Deze zomer stapt Robert Veenstra over naar de Friese voetbalclub sc Heerenveen. Hij was met de club in gesprek over een positie in de Raad van Commissarissen en had niet gesolliciteerd naar de positie van directeur. Maar een recruiter van Randstad belde hem op en zei: "Volgens mij ben jij de kandidaat die het moet worden." Hoewel Veenstra nog niet van plan was te vertrekken, wilde hij deze kans na 7 jaar Stenden niet laten liggen. "Het is toch een soort jongensdroom."