• A
  • A
  • Kroes: “Ik wil geen subsidierace”

    - De EU loopt fors achter op de USA en Japan als het gaat om R&D investeringen. Eurocommissaris Neelie Kroes vindt dat het nu aan het bedrijfsleven is om te investeren. “In deze krappe financiële tijden kunnen we absoluut niet aan subsidieraces beginnen,” meldt zij ScienceGuide.

    Beter vermarkten

    De EU wil de concurrentiestrijd aangaan op R&D terrein met de USA en Japan. Op dit moment investeert de EU echter slechts 1,8% van het BNP in R&D, tegenover 2,7% in de USA en 3,2% in Japan. Het doel van de EU2020 strategie is om in de EU te komen tot 3% BNP investeringen in R&D.

    Het leeuwendeel hiervan moet door het bedrijfsleven worden opgebracht, vindt de Eurocommissaris. De EU is niet langer in staat of ook voornemens het goede voorbeeld te geven door middel van het verstrekken van subsidies aan bedrijven, om hen die richting op te krijgen. Kroes vertelt ScienceGuide waarom en wat er volgens haar nu juist wel moet gebeuren. 

    De financiële en economische crisis raakt ook de R&D sector in Europa. Het European Space Agency (ESA) ondervond dit al en ook het budget van de International Thermonuclear Experimental Reactor (ITER) werd gekort. Volgens Kroes is het nu tijd dat het bedrijfsleven zich committeert aan R&D investeringen. "In deze krappe financiële tijden kunnen we absoluut niet aan subsidieraces beginnen," met andere landen en werelddelen, zo stelt zij, gelet op de financiële perikelen van de Europese landen. In plaats van extra subsidies wil Kroes voorwaarden gaan scheppen voor bedrijven. "Er bestaat consensus over in Brussel dat Europa niet goed is in het vermarkten van -wetenschappelijke- onderzoeksresultaten. We moeten daarom eerst het ondernemingsklimaat in de EU verbeteren." 

    Investeringsgat 

    Kroes analyseert in dit verband dat er sprake is van "een investeringsgat in Europa en dat is gerelateerd aan drie kernproblemen."  Zij noemt daarbij de volgende drie zwakke plekken in het bijzonder: "Weak and dispersed public R&D effort, market fragmentation and dispersion of financing and slow uptake of ICT-based innovations."

    Haar recent uitgebrachte 'Digitale Agenda voor Europa' heeft daarom drie actielijnen om met name ook deze problemen aan te pakken, onderstreept zij. Deze zijn:

    1] Increasing the public spending and leveraging more private investment through the strategic use of pre-commercial procurement,  public-private partnerships, better use of structural funds.

    2] Reinforcing the coordination and pooling of resources with Member States and industry, putting greater focus on demand- and user- driven partnerships in support of ICT research and Innovation. 

    3] Supporting industry-led initiatives aiming at standards and open platforms for new products and services. These include the KETS designed to bring together stakeholders around common research agendas in areas such as Micro- and nanoelectronics, Nanotechnology and Photonics.

    TNO-chef in adviesclub

    Kroes heeft samen met R&D Eurocommissaris Geoghegan-Quinn een High Level Group geinstalleerd op het gebied van Key Enabling Technologies. Key Enabling Technologies (KET), zoals de hier genoemde terreinen. Nanotechnologie, biotechnologie en fotonen noemt Kroes "van het grootste belang voor de industriële toekomst van de EU".

    De High Level Group, met daarin onder meer TNO-chef Jan Mengelers, moet in 2011 met een advies komen hoe het ondernemersklimaat in de EU op het gebied van KET verbeterd kan worden. Kroes had bij de start voor deze High Level Group een scherpe boodschap. Een opsomming van wensen om meer subsidies of andere middelen van de EU vindt zij geen adequate, inhoudelijke inbreng. "For having that message repeated we would not need the High Level Group."

    Haar betoog tegenover de nieuwe adviesclub was derhalve: "This High Level Group cannot just be about industrial players telling the EU, and the member states, that they need more tax breaks, subsidies etc. For having that message repeated we would not need the High Level Group - companies will continue to pitch this to their various interlocutors at national and regional levels. Rather it is about measures that both can be taken at EU level and that improve the fundamental conditions for these companies to do business in Europe."