14 juli 2010 - De loopbaanmogelijkheden van jonge, gepromoveerde onderzoekers laten te wensen over. En dat terwijl een uitdagend toekomstperspectief essentieel is voor de professionele ontwikkeling van jonge wetenschappers en voor de bloei van de Nederlandse wetenschap, waarschuwt de Jonge Akademie.
Onder de titel Rendement van talent; aanbevelingen voor
motiverend en stimulerend loopbaanbeleid brengt De Jonge
Akademie daarom een advies uit met een reeks aanbevelingen voor
Nederlandse kennisinstellingen. Het bevat een reeks
aanbevelingen om het loopbaanbeleid voor jonge wetenschappers te
verbeteren.
Een van de problemen die jonge wetenschappers ondervinden is dat
zij zich vaak moeten schikken naar een leerstoelgroep met een
bestaand programma, zodat er weinig ruimte is voor het ontwikkelen
van een eigen onderzoekslijn. Ook wordt de in- en doorstroom van
wetenschappelijk talent ingedamd doordat daarvoor eerst
formatieplaatsen moeten vrijkomen.
De Jonge Akademie pleit dan ook voor een procedure waarbij
wetenschappers worden gescout op basis van hun wetenschappelijke
kwaliteiten en voor invoering van het loopbaanbeginsel ter
vervanging van het huidige starre formatiemodel. Om hun
carriѐreperspectief te verbeteren moeten wetenschappers, op basis
van getoetste kwaliteiten, kunnen doorgroeien tot universitair
(hoofd)docent of hoogleraar.
Belangrijke aanbeveling uit het advies is dat academische
loopbanen pluriformer moeten worden. Om jonge wetenschappers een
breder toekomstperspectief te bieden moeten carrièrepaden geopend
worden voor wetenschappers die excellent presteren op andere
terreinen dan onderzoek, zoals onderwijs, wetenschapscommunicatie,
bestuur en beleid.
Voor het complete advies: http://www.dejongeakademie.nl/