HU-lector
Wallage gaat met Uri Rosenthal als duo informateurs een poging doen
tot het opstellen van een Paars+ coalitie. Hij was de voorbije
jaren bijzonder lector Overheidscommunicatie aan de Hogeschool
Utrecht en tot voor kort burgemeester van Groningen. Momenteel is
hij bijzonder hoogleraar integratie en openbaar bestuur aan de RUG.
In het onderwijsbeleid heeft hij ook sporen verdiend, onder
meer als woordvoerder HO en SF beleid in de Tweede Kamer. Die
beleidsterreinen deelt hij in elk geval met de beoogd premier, Mark
Rutte, en met PvdA-fractieleider Job Cohen, die ook
staatssecretaris op dat terrein was. Sterker nog: Cohen volgde
indirect Wallage op in 1993 op OCW.
Als woordvoerder in de Tweede Kamer moest Wallage in de jaren voor
1989 vooral oppositie voeren. Dat deed hij graag en welsprekend.
Aan veel van zijn opvattingen en stellingen van toen zal hij
wellicht minder graag herinnerd worden. Zo vond hij de WSF niet
goed genoeg: het giftbedrag van de beurs en aanvullende beurs was
veel te laag. Ook de OV-kaart voor studenten kon geen genade
vinden: dat was gedwongen winkelnering die de student ook nog moest
betalen door een iets lagere studiebeurs. Als bewindsman
onder Ritzen voerde hij de kaart vervolgens wel in.
Wat en hoe
Het meest onder vuur heeft Wallage als voormalig
PvdA-staatssecretaris van OCW gelegen bij de recente commissie
van zijn partijgenoot Dijsselbloem. Die had weinig vleiende termen
voor zijn onderwijsbeleid in de periode 1989-1993. Vooral het
van bovenaf opleggen van de basisvorming, zonder gevarieerde
uitstroomniveaus, werd hem zwaar aangerekend. Het was allemaal te
weinig wat en te veel hoe geweest.
Onder Wim Kok als premier was Wallage de fractieleider van de PvdA
in de eerste paarse periode. Dat betekende dat hij tijdens de
onderhandelingen in 1994 en 1998 een paars regeerakkoord moest
helpen onderhandelen. Omdat hij na OCW ook nog een jaar
staatssecretaris op SZW was geweest, had Wallage toen al de naam
van een echte generalist. Ook dat zal nu nuttig zijn, want in het
Haagse werd vorige week openlijk geklaagd over het gebrek aan
sociaaleconomische dossierkennis van Rosenthal tijdens de eerdere
formatiegesprekken.
Als voorzitter van de ROB, de Raad voor het Openbaar Bestuur
kwam Wallage dit voorjaar met een pleidooi, dat hem nu weleens
kon achtervolgen. Het parlement moest in het formatieproces
een grotere rol vervullen, vond hij. Dat zou draagvlak
en transparantie helpen vergroten.
En kandidaatministers zou de formateur aan de Kamer moeten
aanbieden om hen na hoorzittingen te laten ondersteunen, a la het
systeem in de USA.
Nederlaag in 1994
Wallage's formatie-expertise bestaat niet alleen maar uit
overwinningen. Met name bij de post OCW niet. In 1994 had hij
zodanig gemanoeuvreerd, dat D66 deze portefeuille zou krijgen en de
PvdA daarom afscheid kon nemen van Wallage's vorige chef, minister
Ritzen. Hun verstandhouding was 'niet optimaal' geweest, zo heet
het. De linksliberalen hadden alleen niemand die voor deze post
geschikt bleek. Mensen als Rinnooy Kan haakten af. Alleen Kamerlid
en literator Aad Nuis bleef over en hem leek dit veel te
zwaar. In een achtergrondgesprek met Ritzen deed die de
suggestie om samen het departement te doen.
Dit leek D66 wel wat en in de laatste 48 uur van de formatie
moest Wallage ineens op zoek naar een PvdA'er voor OCW. Een reeks
namen passeerde de revue: Han Leune -doch die wilde niet na
Ritzen- Karin Adelmund en Tineke Netelenbos -maar daar
zag Van Mierlo niets in- werden genoemd. Zelfs de naam van
Wallage's beschermeling en Basisschool-projectmanager Rein
Zunderdorp viel. Naar verluidt heeft VVD-leider Bolkestein toen
gezegd: "En wie mag dat wel zijn, die meneer Zunderdorp?"
Handboek Minister
Van Mierlo zou toen op instigatie van Nuis de zittende
PvdA-minister, Jo Ritzen, nog eens aanbevolen hebben. Bolkestein
vond een ingewerkt iemand met veel kennis van de begroting sowieso
al beter. Wallage kon weinig anders dan bij formateur Kok minister
Ritzen voor herbenoeming voor te dragen. De film die ambtelijk OCW
voor diens alom verwacht afscheidsfeest had laten maken, verdween
in een diepe la.
Het 'Handboek Minister' dat Ritzen in de tussentijd had
geschreven, bleef nog 4 jaar als manuscript in de kast liggen.
In 1998 verscheen het alsnog. Tijdens die formatie kon
Wallage OCW toch uitruilen en de VVD de nieuwe minister laten
leveren: Loek Hermans. Zelf werd hij als fractieleider opgevolgd
door Ad Melkert 'and the rest is history'.