In het kader van de beperking van het begrotingstekort besloot
het demissionaire kabinet de salarissen in de publieke sector
voorlopig te bevriezen. Dit leek ook haalbaar omdat van inflatie en
dus koopkrachtverlies in de huidige situatie feitelijk geen sprake
is. Vanuit de onderwijsbonden werd hiertegen geprotesteerd omdat
daarmee de jaarlijkse extra verhoging van de onderwijssalarissen op
basis van het rapport Rinnooy Kan ook opgeschort zou worden. Vanuit
de PvdA werd tegen deze stap verzet aangetekend door de nieuwe
financieel woordvoerder, oud OCW-minister Ronald Plasterk. Hij
stelde voor bij een algemene bevriezing van de collectieve inkomens
toch wel de verhoging op grond van Rinnooy Kan door te laten gaan.
Hiervoor was hij ook bereidt dekking aan te bieden in de
overheidsuitgaven.
In het Kamerdebat werd duidelijk dat Plasterk specifiek de
onderwijsuitgaven poogde te bevoordelen. De bewindslieden hielden
daarop vast aan de algemene lijn dat bij een dergelijke
bevriezingsmaatregel alle ambtelijke salarissen gelijk moesten
worden behandeld. In de wandelgangen groeide de verbazing dat
Plasterk niet een pleidooi hield om de salarissen van bijvoorbeeld
ook politiemensen, de zorg en het gevangeniswezen buiten een
bevriezing te houden. Voor een dergelijke algemene uitspraak was
ongetwijfeld een aanzienlijke Kamermeerderheid met ook SP en PVV te
vinden geweest. Zover kwam het echter niet.
Bij de stemmingen bleek een meerderheid van de regeringspartijen
CDA en CU met VVD en PVV niet te voelen voor een
uitzonderingspositie voor de onderwijssalarissen. De PVV
woordvoerder deed daarbij opvallende handreikingen de financiële
degelijkheid van de partij te onderstrepen, en daarmee aan de VVD
te signaleren dat zij een serieuze regeringspartner zou kunnen
zijn. De financiële dekking voor het voorstel van Plasterk vond de
PVV namelijk ondeugdelijk zodat deze partij haar sympathie voor de
gedachte achter het voorstel liet varen. In parlementair Den Haag
wordt de manoeuvre van Plasterk "onbegrijpelijk" genoemd. In plaats
van politieke steun voor de onderwijssalarissen heeft deze aanpak
ervoor gezorgd dat aan de vooravond van de formatieonderhandelingen
de bevriezing van alle collectieve salarissen expliciet bij
meerderheid is bevestigd.
"Als Ronald nou slim was geweest had hij de Kamer in algemene
zin laten uitspreken dat het kabinet de salarissen van
onderwijzers, politiemensen en verpleegsters toch niet zomaar mocht
bevriezen. Niemand zou daar tegen durven zijn. Het demissionaire
kabinet beschikt immers maar over 26 zetels in de Kamer." Politiek
wordt deze uitkomst dan ook als een overwinning van de VVD
beschouwd, omdat deze partij niet in het kabinet toch een
duidelijke meerderheid voor een strenger begrotingsbeleid
gerealiseerd kon zien. Ook de beweging van de PVV naar de lijn van
de VVD en weg van het eigen meer SP-achtige verkiezingsprogramma
werd in politiek Den Haag met grote belangstelling genoteerd. "Dat
Plasterk ze voor dat signaal aan de VVD een kans bood is wel heel
onhandig."