• A
  • A
  • We leggen de lat erg hoog voor onszelf

    - “Ik heb nu nog meer respect voor het kunstonderwijs gekregen.” Karl Dittrich, voorzitter van de NVAO, liet de kwaliteitsanalyses van het KUO uitdiepen voor de Commissie Dijkgraaf en trekt lessen daaruit voor ‘Veerman’ en heel het hoger onderwijs.

    Licht niet onder korenmaat

    De eerste reflectie op het rapport Dijkgraaf maakte Karl Dittrich wat vreesachtig. "Is de uitdaging bij Dijkgraaf niet bijna te hoog?" Want er is een verschil tussen het zeggen dat iedere instelling van HO een eigen profiel moet formuleren zoals Veerman doet, en het daadwerkelijk expliciteren daarvan en uitwerken naar de concrete vraag 'en wie dan wat moet doen?', zoals Dijkgraaf doet. En dat roept meteen vragen op.

    Zo vraagt Dittrich zich af: "Hoeveel kunnen we aan, aan profilering en differentiatie? Kijken we daarbij alleen of allereerst naar hoeveel 'top' er is?" Zelfs bij de kunstopleidingen aanzelt hij op dit punt toch even. Want "die moeten het licht  zeker niet onder de korenmaat zetten. Een hoge ambitie is daar terecht, dat zegt Dijkgraaf ook duidelijk. Maar er zijn ook andere typen kunstopleidingen, die voor docenten en dergelijke moeten zorgen. Gaan die bij zo'n profiel er niet onder door?"

    Het antwoord op die vraag is 'nee', dat erkent hij direct, overigens. Dijkgraaf benadrukt de verscheidenheid van profielen en oriëntaties van opleidingen, juist vanwege de wereldwijde veranderingen in de kunst- en cultuur sector. Cultuureducatie, docentschap, creatieve industries en 'topkunst' zijn elk even sterk als profiel, mits de hogeschool maar bewust kiest en het concreet weet waar te maken. "Dat klopt ook. Maar mijn eerste reactie was toch wel 'is die uitdaging niet bijna te hoog?' Bij het kunstonderwijs is het terecht, dat die lat bewust zo hoog gelegd wordt. Maar elders in het hoger onderwijs?"

    Zorgen voor degelijke opleiding

    Dittrich vertelt dat hij zorg heeft over een interpretatie van 'profiel' en 'differentiatie' die eenzijdigheid bevordert. Als elk profiel alleen maar kan tellen als het 'top' pretendeert, dan is er iets mis, vindt hij. Een passage in Dijkgraaf doet hem daarom grijnzen en krachtig 'ja' knikken: 'Als iedereen alles pretendeert te kunnen doen, zal niemand iets werkelijk realiseren.' "Zo is het helemaal. Instellingen en opleidingen zullen ook moeten stellen, dat hun profiel er een is van 'het stevig fundament'. Niks meer en niks minder. Bij profilering hoort ook de vraag 'wie wil gewoon zorgen voor een degelijke opleiding?' Die is erg nodig! Voor de brede middengroep van talent in ons land moeten er hogescholen en universiteiten zijn die een goed pakket bieden aan jonge mensen met een redelijk verstand. Mensen die weten dat ze wat in hun mars hebben, zonder dat zij geweldige hoogvliegers zijn."

    Die explicitering van profielen is in het advies van de commissie Veerman achterwege gebleven. Wat een overtuigend profiel is voor een universiteit of hogeschool is daar niet in aangegeven. Dat moeten de instellingen en de sector ook zeker vooral zelf doen, stelt Dittrich. "Voor de kunstsector geeft Dijkgraaf wel aan hoe elke opleiding en hogeschool hiertoe moet komen. Bovendien maakt het duidelijk dat niet alleen individuele hogescholen iets moeten formuleren en ze dan klaar zijn. Ze zullen als sector ook gezamenlijke conclusies moeten trekken over 'wie doet wat waarom'. Dat zal de sector in zijn geheel moeten oppakken. Veerman geeft daar wel de opening naar. Maar ze zullen dat wel zelf, toch samen moeten doen."

    Ook TU's, ook lero's

    Dittrich is ervan overtuigd, dat dit voor andere domeinen niet anders zal kunnen gaan. "Ook de TU's, de lerarenopleidingen. Dat zou zelfs heel goed zijn. Nu gaat het erom dat we allemaal echt gaan operationaliseren. Je zult je profiel moeten formuleren, waarin je onderscheidend zult zijn. Dus je zult je eigen beleid als instelling daarop moeten inrichten en niet alles tegelijk moeten willen blijven doen. Daarom zul je daarvoor je benchmarks - ook internationaal - moeten vastleggen: "waar pas ik bij en laat ik me aan meten?' Dat zul je dan concreet moeten vastleggen en je profilering daarmee operationaliseren in heel je organisatie en je aanbod. Wat je gaat accrediteren in de toekomst zijn die keuzen en operationaliseringen."

    Die stap heeft ook gevolgen voor de NVAO zelf en voor het hoe en wat van accrediteren, daarvan is Dittrich overtuigd. "Ja, ook voor ons gaat dat gelden, zeker. Dat zal helemaal nog niet gemakkelijk zijn. Als ik kijk naar de lijn die Dijkgraaf c.s. uitzetten, dan zie ik daar duidelijk ruimte in voor de ontwikkeling die met het nieuwe accreditatiestelsel in gang is gezet. Zo zal de instellingsaudit primair gaan over de manier waarop een instelling haar eigen kwaliteitsbegrip en -zorg inricht en oppakt, hoe men de eigen benchmarks van kwaliteit formuleert en realiseert. Dat is dan meteen ook de kern van je profiel als instelling, als opleiding daarbinnen ook. Dat komt in het rapport-Dijkgraaf sterk naar voren. Ik pleit er daarom ook voor, dat we ten aanzien van de keuze en uitwerking van zulke benchmarks steviger gaan inzetten. Die moeten voor een universiteit, een grote hogeschool en ook een kleinere 'niche-instelling' primair internationaal zijn."

    Contente Duitsers

    De vragen die bij zowel de profilering als de accreditatie dan aan de orde komen acht Dittrich bijna identiek: "Heeft onze keus als instelling voor onze benchmarks impact op ons onderwijs, ons onderzoek? Leidt het tot betere kwaliteit en waar dan?" Wat dat betreft ziet hij in WO en HBO een goede ontwikkeling. "De aandacht voor kwaliteitszorg als meer dan een vorm van meten van data is echt versterkt. We hebben de neiging de lat voor onszelf hoog te leggen. Veel van de kritiek op het onderwijs in ons land komt ook vanuit de manier waarop wij zelf het perspectief kiezen waarmee we naar de prestaties van scholen en het onderwijsbestel kijken."

    De feedback van studenten uit andere landen -ook in het KUO- vindt Dittrich in dat opzicht veelzeggend. "Duitse studenten komen massaal naar Nederland, juist de vaak erg gedreven studenten van daar. Als je hoort hoe content die zijn over de kwaliteit van de faciliteiten, colleges, interactie met de staf en dat terwijl ze in eigen land niet of nauwelijks collegegeld hoeven te betalen…..Ook studenten met een Erasmusbeurs hoor je nog wel eens achteraf zeggen: 'qua kennis en inhoud ben ik blij weer in eigen land te zijn.' De ervaring van het studeren in een ander land willen ze terecht niet missen, maar vanwege de kwaliteit is men vaak blij in ons land weer verder te kunnen. Die positieve feedback is toch interessant. Die zou er dan of ondanks, of dankzij het onderwijsbeleid en de aanpak van het HO zelf voor de kwaliteit zijn gekomen. Dat het goed zit ondanks het beleid, lijkt mij sterk."

    'Oeioeioei'

    De NVAO heeft mede voor het rapport-Dijkgraaf  voor het eerst een 'sectoranalyse' opgesteld, een studie over het geheel van de kunstsector in het hbo aan de hand van de verschillende accreditatierapportages van de voorbije tijd. "Ja, daar gaan we mee door, ook voor andere sectoren. Dat staat ook in de nieuwe opzet van de wet, dat we dit met de inspectie samen gaan uitvoeren."

    "Of dat elke keer zo'n rijk pakket zal kunnen worden als voor het KUO, weet ik nog niet. Het was opvallend hoeveel we uit de rapportages voor juist deze toch behoorlijk ingewikkelde sector konden halen aan input en analyses. Ze zijn veel rijker dan ik zelf had gedacht, eerlijk gezegd. Eerst dacht ik 'oeioeioei', toen we eraan begonnen, 'wat halen we  ons op de hals'. Maar na deze ervaring met het KUO kun je zien, dat dit een erg boeiende aanvulling kan worden op de kwaliteitsdiscussies in het hoger onderwijs."

    [U kunt mee doen aan de discussie over de kwaliteitsanalyses van de NVAO over het KUO. Op 16 september is er een seminar hierover, voorgezeten door AHK-voorzitter en oud-NVAO-vice-voorzitter Olchert Brouwer. Meer info vindt u hier]