• A
  • A
  • Het meisje dat altijd op tijd kwam

    - “Een half jaar voorbereiding en aanmelding stress. Drie maanden wachten op het vonnis. Keuzes maken, verhuizing regelen, afscheid nemen. En daar was ik dan: op Logan International Airport. Boston, Massachusetts, USA. Onderweg naar Harvard University.” Velen praten er over, ScienceGuide zit er en kijkt rond. Promovendus Jonathan Mijs -oud-LSVb-voorzitter- hervat zijn Amerikaanse columns en observaties van hoe het nou écht is aldaar.

    'De echte reis moet nog beginnen. Een academische odyssee, door intellectuele velden, academische rotsen, langs sociale sirenen en over de nodige administratieve zeeën.

    Direct voor me ligt echter de opdracht tot integratie. Gelukkig op mijn eigen tempo en manier. "How are you?" Nou, vanochtend voelde ik me nog... Nee, "Fine". Everything is fine. Zo werd vanmiddag nog eens herhaald, tijdens de oriëntatie voor internationale studenten en docenten. Een Chinese vertelde over haar ervaringen in haar eerste jaar, toen ze steevast op het aangekondigde tijdstip op feestjes verscheen. Zich afvragend waarom ze altijd maar de enige was. En de gastvrouw/heer zo ongemakkelijk deed.

    Een Ierse vertelde over het afscheid nemen van 'haar' Engelse taal. Geen chips, maar fries, football heet voortaan soccer, lecturer is professor, essay wordt paper. You say  'potato' and I say 'potato'. En Amerika kent geen vakantie. Nou, jaarlijks een week of twee dan, rekent Richard Freeman voor in America Works [een aanrader!]. 50% minder dan het verplichte minimum in Europa en in Scandinavië nemen ze gemiddeld meer dan 6 weken op.

    Maar waar is al die vrije tijd goed voor? Een ervaringsdeskundige, een chemicus uit China, vertelt de zaal dat rust niet nodig is. Stress, zo legt hij uit, vloeit eigenlijk maar uit twee bronnen: slecht time management en afleidingen. Kijk, weet ik dat ook weer.

    Gelukkig ben ik niet alleen. Ongeveer 1300 van de 4000 promovendi en masterstudenten hier aan de Graduate School for Arts & Sciences komen uit het buitenland, en dat komt aardig overeen met de 35% buitenlanders onder de totale Harvard bevolking. Uit de roll call bleek dat eigenlijk één continent niet vertegenwoordigd was onder ons: Oceanië. Ach, je kunt niet alles hebben.

    Ook nauwelijks vertegenwoordigd was Azië, opmerkelijk. Behalve China dan. Dat vulde de helft van de zaal. Vandaar, misschien, dat ik de enige was die lachte om het meisje dat altijd op tijd kwam.'

    Jonathan Mijs
    mijs@fas.harvard.edu