'De echte reis moet nog beginnen. Een academische odyssee, door
intellectuele velden, academische rotsen, langs sociale sirenen en
over de nodige administratieve zeeën.
Direct voor me ligt echter de opdracht tot integratie. Gelukkig op
mijn eigen tempo en manier. "How are you?" Nou, vanochtend voelde
ik me nog... Nee, "Fine". Everything is fine. Zo werd vanmiddag nog
eens herhaald, tijdens de oriëntatie voor internationale studenten
en docenten. Een Chinese vertelde over haar ervaringen in haar
eerste jaar, toen ze steevast op het aangekondigde tijdstip op
feestjes verscheen. Zich afvragend waarom ze altijd maar de enige
was. En de gastvrouw/heer zo ongemakkelijk deed.
Een Ierse vertelde over het afscheid nemen van 'haar' Engelse
taal. Geen chips, maar fries, football
heet voortaan soccer, lecturer is
professor, essay wordt paper. You
say 'potato' and I say 'potato'. En Amerika kent geen
vakantie. Nou, jaarlijks een week of twee dan, rekent Richard
Freeman voor in America Works [een aanrader!]. 50% minder dan het verplichte
minimum in Europa en in Scandinavië nemen ze gemiddeld meer dan 6
weken op.
Maar waar is al die vrije tijd goed voor? Een ervaringsdeskundige,
een chemicus uit China, vertelt de zaal dat rust niet nodig is.
Stress, zo legt hij uit, vloeit eigenlijk maar uit twee bronnen:
slecht time management en afleidingen. Kijk, weet ik dat ook
weer.
Gelukkig ben ik niet alleen. Ongeveer 1300 van de 4000 promovendi
en masterstudenten hier aan de Graduate School for Arts &
Sciences komen uit het buitenland, en dat komt aardig overeen met
de 35% buitenlanders onder de totale Harvard bevolking. Uit de
roll call bleek dat eigenlijk één continent niet
vertegenwoordigd was onder ons: Oceanië. Ach, je kunt niet alles
hebben.
Ook nauwelijks vertegenwoordigd was Azië, opmerkelijk. Behalve
China dan. Dat vulde de helft van de zaal. Vandaar, misschien, dat
ik de enige was die lachte om het meisje dat altijd op tijd
kwam.'
Jonathan Mijs
mijs@fas.harvard.edu