• A
  • A
  • Hogescholen kunnen meer met kennisbanken

    - SURF daagt hogescholen uit bij het gebruik van de HBO Kennisbank. Dat leidt tot vier projecten met een eigen doelgroep en insteek. Met een dosis creativiteit blijkt zoiets een verrijking voor onderwijs, praktijkgestuurd onderzoek én beroepenveld.

    Sinds de oprichting van de HBO Kennisbank door SURFfoundation en het Samenwerkingsverband Hogeschool Bibliotheken komen steeds meer scripties, artikelen en onderzoeken op internet beschikbaar. De Kennisbank geeft toegang tot de repositories van negentien hogescholen en maakt hun kennis openbaar zodat anderen ervan kunnen profiteren en erop kunnen voortbouwen.

    Per maand bezoeken ruim 40.000 unieke bezoekers de Kennisbank. De doelgroep is echter veel groter, met name onder de professionals in het bedrijfsleven en de maatschappelijke instellingen. Juist voor hen biedt de HBO Kennisbank veel praktijkgerichte informatie. Maar hoe zorg je ervoor dat er ook gebruik van wordt gemaakt en dat de opgenomen kennis ook nog up-to-date blijft? De HBO Automotive Kennisbank, DIGIPUB, het Landelijk Kennisplein Verslavingszorg en TOEKOMST proberen hier elk op eigen wijze aan bij te dragen.

    Automotive Kennisbank

    Nederland telt drie hogescholen waar autotechniek wordt gedoceerd: De HAN, Fontys Hogescholen en Hogeschool Rotterdam."De kennisproducten van onze studenten bevatten veel praktische informatie voor bedrijven, maar ze zwierven rond door de hogeschool en waren voor de andere instellingen of studenten niet te vinden", vertelt Lejo Buning (HAN). Daarom hebben de drie hogescholen samen een portal opgezet voor autotechniek, de HBO Automotive Kennisbank. Hiervoor gebruiken ze de 'motor' van de HBO Kennisbank. De basis is een thesaurus van vaktermen. Die vaktermen worden als metadata gekoppeld aan relevante teksten in de repositories. Buning: "We hebben aan elke term ook een uitleg toegevoegd. Dat had een onverwacht effect: nadat we de portal live hadden gezet, bleek hij al snel te fungeren als een soort autotechnisch woordenboek."

    Een verschil met de algemene HBO Kennisbank is dat de HBO Automotive Kennisbank ook producten van eerstejaars beschikbaar wil maken. Buning verklaart: "Die zijn te begrijpen voor havisten en mbo'ers, onze toekomstige studenten. Zodoende kunnen we met onze kennisbank ook informatie naar ons voorland sturen." De HBO Automotive Kennisbank wordt verder zo veel mogelijk ingebed in het onderwijscurriculum. "Daar hoort een beoordelingssysteem bij: wat mag je er wel, en wat niet in publiceren? Iedere student moet publicabel leren schrijven."

    Digitaal Publicatieplatform

    Het tweede project, DIGIPUB van de Hogeschool Utrecht, richt zich voornamelijk op het leren publiceren onder docenten. Om het publiceren van onderzoeken te stimuleren is de onderwijsmodule 'Hoe leer je publiceren' ontwikkeld. "De module bevat een self-assessment en online lesmateriaal. Als docenten dat hebben doorgewerkt, kunnen ze ook meer klassikaal onderwijs over publiceren krijgen", legt projectleider Ben Gussinklo uit.

    De module is geplaatst op een nieuwe webportal van de faculteit Maatschappij en Recht. Daar moeten straks ook de publicaties te vinden zijn. Gussinklo: "Om de portal toegankelijk te maken voor het werkveld, hebben we de informatie gestructureerd volgens de onderzoeksprogramma's van de hogeschool, zoals 'Buurt, binding en support' en 'Werken in een gedwongen kader'. Daarnaast kun je aangeven of je publicaties zoekt van lectoren, docenten of studenten." Naast de portal heeft de hogeschool nu ook een Open Access-tijdschrift, een tijdschrift dat de lezer vrije toegang tot de artikelen biedt.

    Portal Verslavingszorg

    De Hogeschool INHolland, de Vrije Universiteit en IVO (Instituut voor onderzoek naar leefwijzen en verslaving) hebben het Landelijk Kennisplein Verslavingszorg ingericht. Binnen de sector verslavingszorg werken zo'n 30.000 mensen "verdeeld over heel veel verschillende partijen, zoals universiteiten, hogescholen, zorginstellingen, patiënten- en familieverenigingen", aldus projectleider Wim Boer. Om de samenwerking te verbeteren is eerst een gemeenschappelijk kennismodel ontwikkeld. Dat dient als basis voor een portal, die nu geleidelijk gevuld wordt.

    Deze portal bestaat uit een wiki, een plek waar docenten, studenten, onderzoekers maar ook mensen uit de praktijk zelf materiaal op kwijt kunnen. Daarnaast is er een strak gestructureerde kennisbank. Alles wat daarin zit is gecontroleerd op kwaliteit en geordend per domein. Bovendien zijn de 'kennisobjecten' voorzien van tien 'filters', dat wil zeggen tien manieren van kijken naar het fenomeen verslaving. "Met deze aanpak wordt de kennisbank toegankelijk voor de diverse groepen gebruikers", legt Broer uit. "Over het model waren we het snel eens, maar de vulling is een grote uitdaging."

    Het was de bedoeling om vanuit INHolland partnerships te realiseren met andere hogescholen en met instellingen. "Dat is deels gelukt, maar vooral op werkniveau", verzucht Broer. "De directeuren van die zorginstellingen belijden de meerwaarde van het project wel, maar het is een heel versnipperd veld met veel concurrerende belangen. Zeker in een tijd van bezuiniging wil men het eigen marktaandeel behouden of vergroten."

    Studentenkennis Op Maat

    Het vierde project, TOEKOMST, is tevens uitgevoerd door Hogeschool INHolland. TOEKOMST is een simpele webportal voor het MKB en biedt themagewijs materiaal aan van de HBO Kennisbank. De bezoeker kan eenvoudig een zoekterm invullen waarna alle relevante documenten binnen het gekozen thema worden getoond. Echter, om kennis op maat aan te bieden worden niet alleen digitale middelen gehanteerd. Ook worden studenten ingezet. Piet Alblas (INHOLLAND): "In de krant van de Kamer van Koophandel hebben we een oproep geplaatst: 'Presteert uw website niet optimaal? Laat studenten het uitzoeken.' Dat aanbod was gratis en vijftien kleine Rotterdamse bedrijven hebben daarop gereageerd." Om deze bedrijven te kunnen helpen, zochten studenten in de HBO Kennisbank naar relevant materiaal, zoals checklists en analyse-instrumenten. Die gebruikten ze om samen met de bedrijven te zoeken naar oplossingen. Alblas: "MKB'ers hebben niets aan een standaardverhaal. Ze moeten eerst het gevoel hebben dat je begrijpt wat hun business is, waarom hun site er op dit moment zo uitziet en waarom hun klanten er zo op reageren."

    De oplossingen van de studenten vielen in goede aarde: ze werden echt toegepast. Alblas: "De verslagen van studenten die we van voldoende niveau vonden, hebben we nu in de HBO Kennisbank geplaatst. In die verslagen zie je om welk bedrijf het gaat, hoe het is geanalyseerd, via welke checklist, welk advies daaruit is gekomen en hoe het bedrijf daarop heeft gereageerd. Zo kunnen anderen weer gebruikmaken van wat wij met het project hebben geleerd. Bovendien hebben we de HBO Kennisbank feitelijk tot verplichte lesstof verklaard voor deze minor: als er een bedrijfsvraag komt, moet de student eerst zoeken of er al een relevante scriptie is die hij als uitgangspunt kan gebruiken."

    Kennis Vermenigvuldigen

    Hoe effectief de resultaten van de projecten zijn, zal de komende tijd moeten blijken. Het delen en benutten van bestaande kennis is nog steeds geen gemeengoed, zo merkte ook Alblas bij de uitvoering van TOEKOMST. "Heel veel scripties worden geblokkeerd door de opdrachtgever. Je doet immers een concrete analyse op een concreet pijnpunt. Dat willen ze niet altijd open en bloot op het internet."

    SURF-projectmanager Lianne van Elk kent het probleem. "Daarom hebben we een folder ontwikkeld met voorlichting voor (stage)bedrijven. Het plaatsen van 'een hbo-onderzoek kan immers ook een positief effect hebben: je laat als bedrijf zien dat je betrokken bent bij het onderwijs." Uiteindelijk komt het neer op gedeeld belang, zo benadrukt Wim Broer van het project LKV: "De instellingen voor de verslavingszorg zijn bang dat hun nieuwe methodes door anderen worden gekopieerd. Maar ze realiseren zich onvoldoende dat ze zelf van al die anderen nog veel meer kunnen leren. Kennis delen is immers kennis vermenigvuldigen."

    Meer informatie is te vinden op www.SURFfoundation.nl/openonderzoek

    Bovenstaand is een verkorte, geredigeerde versie van een artikel van auteur Aad van de Wijngaart, in opdracht van SURFfoundation, juni 2010.