• A
  • A
  • Get in or get lost

    - De impact van digitalisering op de leraar, het curriculum en op de organisatie van onderwijsinstellingen valt niet te onderschatten. Achterblijven is geen optie in ‘the war for talent’. Frans van der Reep (Inholland lector Digital World) schetst de contouren van een digitaliseringsaanpak en geeft leraren gratis consult. “De leraar overbodig en de klas uit? Ik geloof er niets van.”

    Dit is een column van Inholland lector Digital World en senior strategist bij Getronics Consulting, Frans van der Reep: "Voor de goede orde en als altijd: Het is mijn persoonlijke visie en, uiteraard, rebellious content."

    De leraar wordt belangrijker

    'De laatste échte docent is voor 2020 verdwenen' was één van de debatstellingen tijdens de jaaropening van Hogeschool INHolland die geheel in het teken stond van digitalisering. Bijna niemand achtte de stelling waarschijnlijk. Ik ook niet. Ik denk dat de 'leraar' met het digitaliseren van het onderwijs alleen maar belangrijker wordt. Wellicht dat de docent zich nu bedreigd voelt omdat de student zich buiten hem of haar leraar om informeert. Dat zal ook wel zo blijven, de dokter heeft hier trouwens ook last van. Maar ik denk dat dit een tijdelijk effect is.

    Even een parallel. Toen SPSS uitkwam in de jaren '80 voelden de statistici zich bedreigd omdat zij vreesden overbodig te worden. Het tegenovergestelde bleek waar. Uiteraard werden de routineklussen overgenomen door het programma, maar door SPSS moest je wel beter worden in je vak. En voor degenen die die stap hebben gezet en zich verder hebben ontwikkeld is de baan alleen maar leuker en rijker geworden.

    Voor het hoger onderwijs voorzie ik een soortgelijke beweging. De 'toonladders' van het vak kun je vaak zelf leren via e-learning. Maar voor het maken van eigen muziek heb je een coach nodig, de leraar 2.0, die je daarin leidt of begeleidt, al naar gelang. Ziet u de parallel met competentie gericht onderwijs? De leraar overbodig en de klas uit? Ik geloof er niets van. De besten zullen overigens het web in de klas nooit gebruiken als didactische werkvorm. Die hebben genoeg aan 'de dialoog' en ook dat zal nooit veranderen.

    Achterlopen is funest

    Met het digitaliseren van het onderwijs komen we denk ik steeds meer in de wereld van John Lennon terecht: "Life is happening to you while you are busy making other plans". Voor mij betekent dat concreet: steeds minder grootse plannen maken met lange looptijden en niet wachten tot je alles weet of begrijpt. Gewoon beginnen met kleine aanpassingen, goed luisteren of de resultaten de goede kant op gaan en direct stoppen als dit niet zo is. Dit bottom-up prototyping is inmiddels een werkelijkheid voor veel bedrijven. Voor het onderwijs komt het er ook aan.

    De hoger onderwijsinstelling moeten goed opletten welke kennis de markt vraagt. Achterlopen betekent verlies aan studenten of dat de student de kennis 'buiten' gaat halen. En dan wordt je als onderwijsinstelling een accrediteringsmachine. Dat lijkt me niet de bedoeling. Nu de contouren van het effect van internet op het hoger onderwijs zichtbaar worden, moeten we die elementen van onderwijsdigitalisering waar we het al redelijk over eens zijn, gaan implementeren. Immers, wie wil glimmen moet poetsen. Ik noem twee besluiten die we nu zouden kunnen nemen en uitvoeren.

    Digital doing van de docent

    We zouden ten eerste in de functiebeschrijving van docenten hun 'digital doing' capabilities kunnen expliciteren en er een onderdeel van de planning- en beoordelingscyclus van kunnen maken. 'Digital doing': je moet met internet kunnen omgaan net als vroeger met de bieb. Het is ook wel handig als je weet wat begrippen als chatten, swarming en twitteren inhouden. Dit kan door middel van elektronisch toetsen van de kennis, vaardigheden en houding van docenten. De score levert een knip op voor je salarisschaal.

    Ten tweede, ik denk ook dat universiteiten en hogescholen zouden moeten stoppen om te proberen ICT-bedrijven te zijn. Ze hebben allemaal hun eigen websites, studentvolgsystemen, blackboards, salarisadministraties en (e)-HRM-systemen. Waarom? Het brengt de aandacht op de verkeerde zaken en brengt de overhead aan de macht. Bovendien is het nodeloos duur en hindert het de samenwerking tussen instellingen.

    Ik zou zeggen: maak een startpagina met instellingen en maak een ICT-cloud onder regie van een club van verstandige mensen, stop met geldverslindende ICT-implementaties en bundel deze acties op het gebied van de organisatiekant. Aan de productiekant moet je voorop lopen. Laat je daarin vooral ook leiden door wat studenten nodig hebben en in de praktijk gebruiken rond het thema elektronische leeromgeving en digitaal leren.

    Als bedrijfsjongen heb ik geleerd dat waar voor de hand liggende samenwerking niet tot stand komt, mensen doorgaans te veel geld hebben. Uiteraard geen opvatting waar je vrienden mee maakt, maar ik zou benieuwd zijn naar wat er gebeurt als je ICT-budgetten zou halveren aan die organisatiekant van ICT en de focus op een gezamenlijk 'smart grid' zou richten.

    Gelukkig lopen er in Nederland diverse initiatieven op dit moment die deze kant opgaan. Dat is ook hard nodig als je denkt aan de nog steeds bestaande Lissabon-ambities. Eén keer een Albanië in Europa is genoeg. Het kan toch niet waar zijn dat Alexander Rinnooy Kan gelijk heeft in zijn 'virtuele jaaropening van NEWS' dat je voor goed onderwijs naar het buitenland moet

    Impact op curriculum

    Ook is er de komende tijd veel aandacht nodig voor de impact van internet op de inhoud van het curriculum. Eén van de thema's in dit verband, direct getriggered door het web, is het ontstaan van nieuwe ordeningen. Nieuwe combinaties ontstaan uit oude vakken. 'Aardwetenschappen' in Amsterdam is er een goed voorbeeld van, een combinatie van aardrijkskunde, natuurkunde, biologie en ongetwijfeld nog andere disciplines. 'Presencing' zal tot andere classificaties leiden in wetenschap en onderwijs (voor meer hierover zie hier). Ook Business vakken als marketing zijn fors aan het schuiven door de komst van Internet.

    Ligt hier een taak voor accrediteringscommissies om dit 'mee te nemen' en zijn die hier voor toegerust? Hoe is bijvoorbeeld e-Health opgenomen in het medisch curriculum? Blijven dat hobby's van de voortrekkers binnen de school of kijken we hier systematisch naar? Hoe zijn deze zaken bestuurlijk belegd?

    War for talent

    Wat ik daarnaast beter zou willen begrijpen is hoe internet het proces van identiteitsvorming van u, mij en onze kinderen beïnvloedt. Uiteraard is al die kennis er, daar ben ik van overtuigd, maar ik ken geen boekje waarin dat handzaam en met de beschrijving van praktische consequenties voor de inrichting, toonzetting van het onderwijs en van het pedagogisch proces staat beschreven. Wellicht kan de VSNU of HBO-raad het initiatief nemen om deze kennis die nu over verschillende wetenschappelijke disciplines versnipperd is, bij elkaar te brengen?

    Bedrijven zijn druk bezig na te denken hoe ze de generatie Y kunnen bereiken en in the war for talent aan zich binden. Uiteraard houden marketing & communicatie afdelingen van onderwijsinstellingen zich hier ook mee bezig. Maar ik denk dat ook het hart van het onderwijsbedrijf, de leraar, hier over moet nadenken en de docent ook gevoed moet worden. Niet als onderdeel van de PR en marktstrategie, maar als onderdeel van een visie op het onderwijs.

    Actie voor de leraar

    Wat de leraar direct en concreet kan ondernemen? Plaats je digitale literatuur, verplichte artikelen, websites en dergelijke als bronnen gewoon in pdf'jes op het net, beschikbaar voor de online studenten van nu. En wijs die studenten op deze basis voor de stof die je in de 'historische' lessen zult behandelen. Dat lijstje kan zelfs als het moet op Blackboard worden opengezet. Voor voorbeelden zie onder aan artikel.

    De digitale wereld: Get in or get lost. Het is niet anders.

    Frans van der Reep

    Hieronder vindt u een overzicht dat zou zo online geplaatst kan worden als door studenten te bestuderen bronnenlijst over het thema Social Media en Marketing & Communicatie. Net zoals vroeger in de bibliotheek al een lijst met bronnen per onderwerp voor de studenten beschikbaar was om hun studie mee te starten. De eerste vijf voorbeelden zijn 'best practices' met als case study het Amerikaanse Rode Kruis.

    1 Rode Kruis en social media

    2 Het handboek van het Rode Kruis

    3 Presentatie van het handboek

    4 Handboek in slides

    5 Het monitoren van sociale media

    6 Social Media in \Nederland \ Goede doelen

    7 Download The Definitive Guide to B2B Social Media

    Ad 1: zie hier de twaalf stappen: 

    1. Get social media savvy: zorg dat je social media begrijpt
    2. Learn our philosophy: houd onze missie voor ogen bij de inzet van social media
    3. Listen: luister naar wat mensen op het internet zeggen over het Rode Kruis
    4. Engage with national: verbind u online met de thuisbasis en profiteer van de nationale aanwezigheid op FacebookYouTubeFlickrTwitterAmmado, en ons eigen blog
    5. Learn from existing chapter social media: bekijk wat werkt voor andere afdelingen
    6. Evaluate organizational goals: bepaal eerst de organisatiedoelstellingen van je afdeling, bedenk dan pas hoe je social media hiervoor kunt inzetten
    7. Create your social media strategy: leg alles vast: je doel, te nemen stappen, tools, uitvoerders, inhoud en updates
    8. Choose your tools: maak een keuze uit mogelijke netwerken en blogs
    9. Let us know what you're up to: informeer het hoofdkantoor over je plan
    10. Implement your plan: voer het plan uit, link je activiteiten aan je website
    11. Measure your successes and challenges: leg investeringen en verwachtingen (ROI) vast, bepaal je meetmethoden en meet je resultaten
    12. Send your links and measurement data: koppel je activiteiten en resultaten terug aan het hoofdkantoor.