• A
  • A
  • Hollandse nuchterheid

    - "Afgelopen week heb ik mogen leren van de besten. Want dat zijn ze hier: de besten. Ik ook trouwens," vertelt Jonathan Mijs vanuit Harvard. "Want ik ben ook een beetje wij. Geen woord verzonnen. Allemaal geleerd in de introductieweek bij Harvard. Hier een samenvatting."

    Op maandag. Ik leerde dat stank hier in Amerika niet op prijs wordt gesteld. Verschoon dus elke dag je ondergoed en poets je tanden. Met tandpasta. Als je iemand groet, schud dan krachtig zijn of haar hand. Spreek nooit in vreemde tongen als er anderen in de buurt zijn. Dat is onbeleefd tegen de Amerikanen.

    Want die kennen maar één tong. Zeker niet roken en doe alsjeblieft een stropdas of mantelpak aan naar een 'formal'.

    Bij twijfel, geen nood. Pak even het integratiehandboek erbij. Er is helaas geen substituut voor de brochure die ik hier voor mij heb liggen, maar deze website dekt de lading.

    Op woensdag. Ik leerde dat wij de crème de la crème zijn. En dat de president van Harvard - zo noemen ze dat hier, president - benieuwd is naar ons. Zo benieuwd dat ze bij ons afstuderen de titels zal lezen van onze proefschriften. En dan zal dagdromen over ons onderzoek.

    Ook hoorde ik dat ik hier vriendschap zal vinden die een professioneel leven duurt. Ik was de enige die de humor zag in die formulering. (En die zijn lach niet kon inhouden.) Ik hoop, dat ik daarmee mijn kansen niet heb verspeeld.

    Er is een kans van 4 op 9 dat ik hier mijn levenspartner vind en huw, als ik mag generaliseren op basis van het aantal introductiesprekers, dat dit stukje homogamie (dat gelijkgezinden elkaar vinden) met ons deelde. Fijn om te weten dat de Harvard-genen weer een generatie veilig zijn gesteld.

    Op vrijdag. Ik leerde dat mijn collega-promovendi en ik de overgang zullen maken van consument naar producent van kennis. En dat we daartoe allen een adviseurprofessor toegewezen hebben gekregen. En dat die al een week niet op mijn mailtjes heeft gereageerd.

    Ik ga een mooie tijd tegemoet. Ook dat is mij verteld. Dus misschien moet ik de pen maar eens neerleggen en aan de slag gaan in een poging dit alles waar te maken. Pas op voor afleidingen. Mijn 60-urige werkweek roept.

    Jonathan Mijs
    mijs@fas.harvard.edu