Op maandag. Ik leerde dat stank hier in Amerika niet op prijs
wordt gesteld. Verschoon dus elke dag je ondergoed en poets je
tanden. Met tandpasta. Als je iemand groet, schud dan krachtig zijn
of haar hand. Spreek nooit in vreemde tongen als er anderen in de
buurt zijn. Dat is onbeleefd tegen de Amerikanen.
Want die kennen maar één tong. Zeker niet roken en doe alsjeblieft
een stropdas of mantelpak aan naar een 'formal'.
Bij twijfel, geen nood. Pak even het integratiehandboek erbij. Er
is helaas geen substituut voor de brochure die ik hier voor mij heb
liggen, maar deze website dekt de lading.
Op woensdag. Ik leerde dat wij de crème de la crème zijn. En dat
de president van Harvard - zo noemen ze dat hier, president -
benieuwd is naar ons. Zo benieuwd dat ze bij ons afstuderen de
titels zal lezen van onze proefschriften. En dan zal dagdromen over
ons onderzoek.
Ook hoorde ik dat ik hier vriendschap zal vinden die een
professioneel leven duurt. Ik was de enige die de humor zag in die
formulering. (En die zijn lach niet kon inhouden.) Ik hoop, dat ik
daarmee mijn kansen niet heb verspeeld.
Er is een kans van 4 op 9 dat ik hier mijn levenspartner vind en
huw, als ik mag generaliseren op basis van het aantal
introductiesprekers, dat dit stukje homogamie (dat gelijkgezinden
elkaar vinden) met ons deelde. Fijn om te weten dat de
Harvard-genen weer een generatie veilig zijn gesteld.
Op vrijdag. Ik leerde dat mijn collega-promovendi en ik de
overgang zullen maken van consument naar producent van kennis. En
dat we daartoe allen een adviseurprofessor toegewezen hebben
gekregen. En dat die al een week niet op mijn mailtjes heeft
gereageerd.
Ik ga een mooie tijd tegemoet. Ook dat is mij verteld. Dus
misschien moet ik de pen maar eens neerleggen en aan de slag gaan
in een poging dit alles waar te maken. Pas op voor afleidingen.
Mijn 60-urige werkweek roept.
Jonathan Mijs
mijs@fas.harvard.edu