• A
  • A
  • Snellere paarden

    - 'Henry Ford heeft eens opgemerkt aan het begin van de ontwikkeling van de automobiel: “Als je mensen nu zou vragen hoe ze sneller vervoerd willen worden, zouden ze antwoorden met snellere paarden.” Het snellere paard is altijd het dilemma van de oplossingen voor de toekomst.' Het hoger onderwijs staat nu voor zo'n dilemma, zegt Klaas-Wybo van der Hoek, collegelid van Stenden.

    Bij de opening van 'zijn' hogeschooljaar sprak hij indringend over de transitie van het hoger onderwijs in deze tijd en over de plaats, rol en kansen van zijn hogeschool in die ontwikkeling. Enkele behartigenswaardige passages daaruit leest u hier. Het volledige betoog vindt u hier.

    "Het snellere paard is altijd het dilemma van de oplossingen voor de toekomst. Moet je werken aan de verbetering van een bestaande oplossing of wachten op de brainwave van een nieuw concept?

    In deze transitietijd zijn voor een hoger onderwijsinstelling in ieder geval nodig:

    • meer kennis en vaardigheden voor de studenten, omdat de concurrentie op de markt van afgestudeerden heviger en mondialer wordt;
    • meer inzicht in de diepere betekenis van de verschuiving in het wereld- en mensbeeld;
    • meer kennis en vaardigheden om in de explosie van informatie, kennis en onderzoek gegevens op waarde te kunnen beoordelen.

    Concreet betekent dit:

    • een groter probleemoplossend vermogen;
    • meer mogelijkheden jezelf te kunnen leiden in veranderende situaties;
    • kosmopolitisch zijn.

    De explosie in de digitale ontsluiting van informatie, kennis en onderzoek vraagt een groot onderscheidingsvermogen. Welke informatie is juist en welke niet? Hoe moeten tegenstrijdige opvattingen geplaatst worden? Op de middelbare school leerde je als leerling wat die ene theorie, die ene waarheid is. In het hoger onderwijs moet je als inhoud leren dat er meer theorieën, meer opvattingen van diezelfde werkelijkheid zijn. Dat blijkt erg lastig te zijn. Veel eerstejaars vinden juist door dit aspect de overgang van voortgezet naar hoger onderwijs moeilijk.

    Het funderende onder onze activiteiten

    De onzekerheid van een transitieperiode vraagt niet alleen flexibiliteit, maar ook uithoudings- en doorzettingsvermogen: lastig te programmeren competenties (of zijn dit eigenschappen?). Je carrière als afgestudeerde en medewerker wordt minder zeker en vanzelfsprekend. Er zijn meer tegenslagen op de arbeidsmarkt te verwachten. We moeten als organisatie ook het funderende concept onder onze activiteiten opnieuw scherp proberen te formuleren.

    Een inspirerende richting hiervoor is te vinden in een indrukwekkende essaybundel van Rob Riemen "Adel van de geest, een vergeten ideaal". Hij laat Elisabeth Mann Borgese, de dochter van de grote Duitse schrijver Thomas Mann zeggen, die hij ontmoet: "Mijn vader sprak ooit over de adel van de geest als het enige correctief op de menselijke geschiedenis. Waar dit ideaal verdwijnt, verdwijnt de geschiedenis."

    Riemen verhaalt over de laatste ontmoeting van Thomas Mann met zijn Joodse uitgever Sam Fischer in Berlijn in 1934 in Zürich. De oude Fischer geeft een oordeel over een gemeenschappelijke kennis: "Geen Europeaan", zei hij met zijn hoofd schuddend. "Geen Europeaan, Herr Fischer, hoezo niet?" "Van grote humane ideeën begrijpt hij niets." En Mann vervolgt: "Ik heb geen woorden om te beschrijven hoe diep ik geraakt was. Hier sprak, al bijna in de dood, een generatie die groter en beter was, dan een generatie die hier nu het heft uit handen neemt."

    Adel van educatie

    Een antwoord op de huidige transitie is in het kielzog van Riemers "adel van de geest" te formuleren: de "adel van de educatie". Dat is een educatie die gebaseerd is op de ontwikkeling van het onderwijs van het kind naar de volwassene met begrip voor de grote humane ideeën en respect voor de traditie, in dialoog met de megaverschuivingen en gevoel voor de nieuwe tijd. Een educatie die zo een 'tacit curriculum' heeft. 

    Een adel van de educatie vraagt in ieder geval in een transitieperiode een stevige hoger onderwijsinstelling. De eis van kwaliteit ligt hierbij voor de hand. Een onderwijsinstelling, in dit geval een hogeschool, dient te garanderen dat afgestudeerden als managers, professionals, therapeuten, ingenieurs, ondernemers, leraren hun beroep goed uitoefenen. Hiermee wordt het fundament gelegd voor een gezonde economie, cultuur en ecologie. Daarom hoort een hoger onderwijs instelling een 'institutie' te zijn: een samenlevingscluster rond een collectieve of maatschappelijke kernfunctie.