De Nederlandse student in het buitenland
De 15.000 Nederlandse studenten, die een volledige opleiding in
het buitenland doen, vertrekken vaak op eigen houtje. Buiten
Nederland is een veel breder scala aan opleidingen te vinden en een
Nederlands VWO-diploma geeft toegang tot buitenlandse
topuniversiteiten. Dit zijn vaak universiteiten waar het onderwijs
kleinschalig is, een zelfde studie in minder jaren kan worden
afgemaakt en er geen sprake is van een zesjescultuur. Dit zijn ook
universiteiten waar studenten een nieuwe cultuur leren kennen en
zien dat het ook anders kan. Studenten in het buitenland komen in
aanraking met studenten van over de hele wereld, ze leren nieuwe
talen en verbreden hun horizon.
Het idee dat een studie in het buitenland alleen voor de
studenten met de hoogste cijfers en ondersteund door prestigieuze
beurzen is weggelegd behoort tot het verleden. In landen als
Duitsland, België, Denemarken en Zweden is het collegegeld lager
dan in Nederland. Mensen met een HBO-diploma kunnen vaak direct aan
een master beginnen, terwijl zij in Nederland eerst een schakeljaar
zouden moeten volgen. Zowel WO als HBO-studenten kunnen hun
studiefinanciering meenemen, en ook voor MBO studenten wordt dit
steeds makkelijker. Wat de studenten die naar buitenland gaan wel
kenmerkt zijn durf, ambitie en de bereidheid voor onbewandelde
paden te kiezen.
Nederland en de wereldwijde student
Buitenlandstudies creëren ook kansen voor Nederland. Met de
motie Hamer heeft de Tweede Kamer het afgelopen jaar het kabinet
opgeroepen Nederland tot de vijf meest innovatieve economieën ter
wereld te voegen. Om dit te bereiken zet de Kennis en Innovatie
(KIA) - coalitie het werk voort van het onlangs opgeheven
Innovatieplatform. Hoewel het bereiken van de gestelde doelen
lastig blijkt, staat vast dat mensen met internationale ervaring en
kennis cruciaal zijn voor de Nederlandse kenniseconomie. Dit zijn
mensen die kennis en vaardigheden uit het buitenland naar Nederland
brengen en hun talen spreken, die een internationaal netwerk hebben
en weten hoe ze moeten omgaan met culturele verschillen.
De verdergaande internationalisering van het hoger onderwijs
wordt gekenmerkt door een grote tegenstelling. Het Nederlands hoger
onderwijs weet zich in het buitenland te verkopen met een hoog
aantal Engelstalige programma's, een goede kwaliteit en lage
kosten. Nederlandse instellingen slagen er dan ook in om meer en
meer buitenlandse studenten te trekken. Zo worden Britse studenten,
wiens oorspronkelijke aanmeldingsprocedure niet tot een succesvol
resultaat bij de gewenste Britse instelling heeft geleid,
aangespoord 'to go Dutch' en daarbij te profiteren van het lagere
collegegeld in Nederland. Maastricht University wil zelfs
de juridische status van Britse universiteit verkrijgen om nog
makkelijker buitenlandse studenten binnen te halen. Hierbij geldt
dat Nederland bereid is om te investeren voor het binnenhalen van
buitenlands talent. Een dergelijke bereidheid ontbreekt nog bij het
stimuleren van de stap naar het buitenland, maar is wel een
vereiste.
Voorwaarde voor het slagen van de motie Hamer en de
doelstellingen van de KIA-coalitie is een Nederland dat over de
grenzen kijkt en zich niet achter de dijken verschuilt. Toegenomen
globalisering en europeanisering maken contact met het buitenland
nog fundamenteler voor de toekomst van Nederland. In het buitenland
studeren is daarbij een vanzelfsprekende eerste stap.
Martine van der Lee is voorzitter van Stichting NEWS
(Nederlandse Wereldwijde Studenten)