First of a kind
Kylián wilde helemaal niet. Hij erkende het grif. Het idee van een
soort academische setting van onderzoek in de dans deed hem rillen.
"Hem als lector vragen was een absoluut onmogelijk, crazy idee. Hij
had er echt geen zin in," vertelde collegevoorzitter Jikkie van der
Giessen bij de start van het lectoraat 'One of a kind'. Zij noemde
deze lector daarom vooral ook een 'first of a kind'.
Toch vond men elkaar op een vorm die de choreograaf van het NDT -
en vele internationale gezelschappen - wist uit te dagen. Samen met
twee associate-researchers en een musicoloog gaat hij in het
project 'One of a Kind' de essentiele verbindingen van de dans met
zijn professionele en artistieke omgeving verkennen en vertalen in
de opleiding. Daarin wil de nieuwe lector outside
influences extra naar binnen halen, de uitstraling van het
werk hieraan bewust ook buiten Nederland laten doorschijnen.
Altijd amateur
Het lectoraat bouwt voort op het ballet 'One of a kind' uit
1998. Hier legde Kylián zijn wezenlijke visie op de dans als
multidimensionaal en multidisciplinair neer. Hij vond daarin
wisselwerking én eenheid van visie met heel verschillende
kunstdisciplines. Het was bijna een 'Gesamtkunstwerk', zei een van
zijn associate researchers bij de start van het Rotterdams
lectoraat.
Kylián zelf beschreef waarom die verbindingen van de dans met zijn
omgeving zijn uitdagingen vormden in dit project. "Een choreograaf
is nooit formeel opgeleid in dat vak, die rol. Altijd ben je een
amateur. Liefhebber. Je leert het door duizenden fouten te maken.
Je bent namelijk zoveel tegelijk als choreograaf: psycholoog,
lichtontwerper, van alles, zelfs gynaecoloog. Dat ben je allemaal
zonder daar ooit in doorgeleerd te hebben. Ja, ook gynaecoloog!
Dacht u dat ik mijn werk kon doen zonder te weten wat danseressen
regelmatig meemaken? Je moet wel," zei de nieuwe lector tot grote
hilariteit van de zaal.
Dansen op Bach
Hoe uitdagend dit kan worden bleek direct na Kyliáns
woorden. Studenten voerder delen uit van zijn werk. A Way, A Lone,
op de Goldberg Variationen nr.15 van Bach. Oorspronkelijk
gemaakt voor het gezelschap van oudere dansers van NDT3, moesten nu
zeer jonge dansers zich dit ballet fysiek en naar expressie eigen
maken. Een huzarenstukje, kortom. Het bewees meteen wat Van der
Giessen aan het begin had gezegd: "Hoe hoog de tsunami over de
podiumkunsten zal zijn in deze barre tijden, weet ik nog niet.
Rotterdam is echter een stad die de verwoesting te boven komt."