• A
  • A
  • Lerende organisaties in leraarsvak

    - Voor veel vernieuwingen van het leraarsvak loont het te kijken naar andere in PISA 'hoog scorende landen'. SBO-Internationaal analyseert daartoe Engeland, Finland, Vlaanderen en Nieuw-Zeeland. Niet alleen bij de opzet van de lerarenopleiding, maar ook de populariteit en status van de professie. Engeland, Nieuw-Zeeland en Finland zien een wo-niveau als voorwaarde voor toetreding daartoe.

    Wat zijn de conclusies voor de Nederlandse situatie? Aangezien het onderwijssysteem en daarmee ook de opleidingsstelsels in Engeland, Vlaanderen, Finland en Nieuw-Zeeland redelijk van elkaar verschillen, is het niet eenvoudig algemene conclusies uit de informatie te halen, zo schrijven de onderzoekers. Toch kan Nederland leren van goede initiatieven en voorbeelden uit de vier besproken landen.

    Exclusiviteit leraarschap

    Dat leerproces heeft al concrete resultaten opgeleverd. De academische pabo en initiatieven zoals Teach First hebben buitenlandse inspiratiebronnen. Meer lerarenopleidingen op academisch niveau doen denken aan Finland, dat, zoals kon worden verwacht, uit deze review naar voren komt als een land dat op alle vlakken goed presteert. Zo hebben leraren een hoge mate van professionele ruimte, is de lerarenopleiding voor het primair en secundair onderwijs van de hoogste kwaliteit (masterniveau), heeft het beroep een hoge status en zijn de jaarlijkse aanmeldingen voor de lerarenopleiding ongeëvenaard.

    Een belangrijk aspect dat meespeelt in de aantrekkingskracht van de lerarenopleiding is exclusiviteit. Niet alleen exclusiviteit in het aantal opleidingsplaatsen, maar ook door het hanteren van selectiecriteria. Dit geldt bijvoorbeeld voor de lerarenopleidingen in Finland, maar ook voor het Teach First programma in Engeland. 

    HBO niet academiseren

    Nederland sluit aan bij deze ontwikkeling met het invoeren van de academische pabo. De academische pabo heeft een beperkt aantal opleidingsplaatsen met strenge selectiecriteria en was in het startjaar al erg populair. Dit wil niet zeggen dat meteen alle hbo-lerarenopleidingen omgezet moeten worden tot academische bacheloropleidingen. Daarmee zou een grote groep mbo/havo studenten die jaarlijks met duizenden instromen worden buitengesloten. Daarentegen toont de invoering van de academische pabo wel aan dat een nieuw potentieel kan worden aangetrokken tot het lerarenberoep.

    Eenzelfde verhaal gaat op voor de educatieve minor, waarmee een nieuw potentieel aan academische geschoolde 2e graads leraren wordt aangeboord die wellicht later ook nog eens academische 1e graads leraren gaan worden. Een mogelijke nieuw wervingspotentieel voor Nederland kan een methode voor zij-instroom van jongeren zijn die in Engeland gebruikt wordt. Het 'Registered Teacher Programme (RTP)' is gericht op universitaire niet-afgestudeerden die alsnog een diploma willen behalen en zich willen kwalificeren als docent. Geïnteresseerden moeten zelf een school vinden die hen accepteert als niet-gekwalificeerde docent en hen begeleidt gedurende het programma.

    Als een school hen accepteert beginnen ze met werken en behalen ze binnen twee jaar een diploma en de QTS. Deelnemers aan dit programma moeten minstens twee jaar universitaire studie hebben afgerond.

    Kansen op nieuwe doelgroepen

    Een reden voor Nederland om hierover na te denken is dat er in Engeland een grote competitie is om deel te nemen aan dit programma. En de groep met een afgebroken universitaire studie is tot nu toe nog geen doelgroep geweest van het Nederlandse beleid.

    Een andere mogelijkheid is het aanscherpen van het 'Eerst de Klas' programma. Het programma is gekopieerd van het Engelse 'Teach First', waar excellente studenten worden opgeleid tot potentiële nieuwe leiders. Het enige verschil is dat in Engeland een sterke focus ligt op het behoud van de potentiële nieuwe leiders voor het onderwijsveld.

    Daarnaast worden afgestudeerden van het programma in Engeland aangesteld als 'Ambassadors' en vervullen ze vaak nog een taak voor het onderwijs. In Nederland is deze koppeling niet aanwezig, wat de deelnemers minder aantrekkelijk maakt voor de scholen.

    Beroepsregister werkt

    Tot slot, een laatste instrument dat interessant kan zijn voor Nederland om de maatschappelijke waardering en status van het beroep te vergroten en daarmee uiteindelijk nieuw potentieel aan te trekken is het opzetten van een (verplicht) beroepsregister voor leraren. Engeland en Nieuw-Zeeland hebben beide ruime ervaring met een dergelijk register.

    Via het register kunnen bepaalde eisen worden gesteld, zoals jaarlijkse nascholing, waarmee de kwaliteit van het lerarenberoep wordt versterkt. In Nederland wordt momenteel ook gesproken over de oprichting van een (verplicht) beroepsregister voor leraren. Nederland kan in dit opzicht veel leren van de structuur en organisatie van het lerarenberoepregister in Engeland en Nieuw-Zeeland.