De KNAW-president deelde met aspirant-docenten vele ervaringen
tijdens 'Meet the Future', van een experiment "in de hogere
statistiek van het toeval en voorspellingen" tot de integratie van
bètatechnische interesses in vele andere elementen van de
schoolpraktijk. De studenten kwamen daarbij met een keur van
eigen lessen en ontdekkingen uit stages in praktijkscholen en
projecten die zij uitvoeren.
Leren vertrouwen
Dijkgraaf onderstreepte het wezenlijke karakter van
'proefjes doen met scholieren.' Hij noemde dit een vorm van leren
van vertrouwen. Want een proefje maakt aanschouwelijk,
controleerbaar en herhaalbaar wat in de natuur en de toepassingen
in de techniek aan wetmatigheden voorkomt. "je leert zo dat je kunt
rekenen op wetenschap, op de methode. Want je laat merken dat
en hoe er wetten zijn die echt werken. Je kunt een proefje
als het ware morgen weer doen en dan werkt het opnieuw net
zo."
Uit de ervaringen in de masterclass bleek hoe belangrijk een
doordachte context is bij het hands on werken in
bètalessen. Kinderen vinden niets mooier dan een ploffende
waterraket of een colafontein dankzij enkele mentossnoepjes in de
fles. Maar dan moet de docent wel weten wat, waarom en hoe. En moet
ook erg praktisch letten op dingen als de veiligheid, zodra zij/hij
de leerlingen vooral zelf aan de slag wil zetten. Hier gaat het er
om de juiste balans te vinden tussen de leraar die als een soort
Hans Klok alles zelf voortovert en een stuurloze en soms riskante
'zelfwerkzaamheid'.
Dawkins blundert en Archimedes in bad
En dus gaat er weleens iets mis. Dijkgraaf vertelde met
smaak hoe hij Richard Dawkins een toeval-statistiek-proef met 'kop
of munt werpen' zag verknoeien. De geleerde agnost wilde de zaal
met deelnemers zo ordenen en van tevoren in groepen indelen dat
heel het experiment in het water viel. Tegelijk leert een slimme
docent mét zijn leerlingen van mislukkingen; "Ga met ze kijken:
'wat deden we nou?' Hoe kan het dan ineens niet werken? Hoe
analyseer je stap voor stap met je klas de verschillende elementen
van het proefje?"
Dan is de stap klein naar de verwerking van bètaproefjes in veel
bredere aspecten van het schoolcurriculum. Docenten kunnen hier
heel creatief op inspelen, onder meer door in andere vakken er met
werkstukken op voort te bouwen. Een les over de wet Archimedes
leidde zo al eens tot vele tekeningen en collages van mannen die in
het oude Hellas in bad zaten.
Dijkgraaf wees op een Frans project dat hij voor Nederlandse
scholen wel ziet zitten. Dat richt zich er op leerlingen van de
proefjes in hun klas logboeken bij te laten houden. De lesstof
wordt zo niet wat in een leerboekje voorgekauwd staat, maar vooral
ok wat de leerling in zijn eigen schriftje bijhoudt, uitwerkt en
ontwikkelt. Bovendien legt dit een wezenlijke verbinding met de
lessen in en ontwikkeling van het taalvermogen van kinderen. "Bèta
is namelijk ook heel duidelijk een zaak van 'begrijpend
lezen', want bèta is taal!" onderstreepte de nummer 3 van de
ScienceGuide Top 10 2010.