Het lijkt contradictoir wat het CDA-bestuur wil doen: een
oud-minister en oud-burgemeester van de jaren 80 en 90 vragen voor
de sprong naar de 21e eeuw. Een nogal verlate sprong bovendien,
zoals de zeer kritische commissie Frissen het CDA in een spiegel
voorhield. Zou een 'mastodont' als Deetman wel de man zijn om zo'n
club naar de toekomst te laten bewegen?
Revolutionaire openheid
In die opdracht zou de bestuurder met de oer-Haagse tongval wel
eens kunnen verrassen. Hij heeft de voorbije jaren op allerlei
terreinen de leiding gehad over cruciale toekomstthema's en
initiatieven. Zo trekt hij voor de provincie Limburg een groot
project ten aanzien van de doordenking van de gevolgen van de
demografische omslag naar bevolkingskrimp in deze regio.
De wereldwijde positionering van Den Haag als '3e UNO-stad' en
knooppunt van 'Vrede en Recht' met VN-tribunalen, Internationaal
Strafhof, denktanks rond zulke thema's en de daarmee verbonden
Haagse campus van de Leidse universiteit is ook het werk van
Deetman. Zo maakte hij de ambtenarenstad pur sang ook een
vitaal multicultureel centrum met een internationale uitstraling op
het hoogste bestuurlijke niveau.
Wat weinigen weten is hoe zeer hij zelf betrokken was bij het
promoten van Den Haag als ICT-stad. Daarin te investeren, met
oog tevens op de gemeentelijke dienstverlening en dergelijke, was
een stevig accent in zijn beleid als burgemeester. Sommigen
vermoedden ook zijn persoonlijke voorliefde voor
allerlei slimme gadgets als een opvallende drijfveer daarvoor. En
wat betreft bijna ondenkbare doorbraken zwijgen we maar over de
revolutionaire openheid die de protestant Deetman in RK-kring
afdwingt dezer dagen.
Als minister heeft Deetman op vernieuwende thema´s en actiepunten
ook veel tot stand gebracht in de kabinetten Van Agt III, Lubbers I
en Lubbers II. Zijn image als ´kampioen bezuiniger´ heeft
de werkelijkheid van ´kampioen wetgever´ en innovator lang in de
weg gezeten. Inmiddels beseft men in brede kring dat Deetman in de
jaren 80 juist ook via zijn ´ombuigingen´ innovaties liet
doorbreken waar HO en R&D toen erg aan toe waren en nu nog van
profiteren. Het was destijds ´do or die´.
Een slag anders
Mooi voorbeeld daarvan is SURF. De universiteiten wensten
natuurlijk elk voor zich een geheel nieuwe, zelfstandige
IT-infrastructuur, toen begin jaren 80 zoiets onmisbaar bleek te
worden voor topinstellingen in de kennissector. De rekening
daarvoor was voor de gemeenschap, dat was duidelijk. Deetman zag
dat "toch een slag anders." Hij voelde weinig voor publiek
gefinancieerd particularisme, terwijl zowel de enorme kosten als de
structuur van het gebruik van de IT juist een integraal geheel van
voorzieningen op dit gebied voor het HO essentieel leken
te maken.
De 'Universitaire Rekencentra Federatie' kwam tot stand en de
investering in IT kon zo gedaan worden. Tot vandaag de dag is
Nederland hierdoor leidend in de wereld en benijd om SURF en de
visionaire aanpak daarachter, zoals bijvoorbeeld telecomgoeroe
prof. Jaap van Till nooit moe wordt om te onderstrepen. "Een van
de weinige succesverhalen van ons land en een kernvoorziening voor
de toekomst voor de rest van onze kenniseconomie. Een van de
beste investeringen die ons land ooit deed, doet en blijft doen,
naar ik hoop."
Interessant is ook de Werdegang van het HBO, waar nu
tweederde van de studenten hun weg naar de professies van de
kenniseconomie vindt. Bij Deetmans aantreden als bewindsman in 1981
kende Nederland naast de huidige universiteiten vele honderden
hogescholen, die de facto nog onder de detailsturing van de Wet op
het Voortgezet Onderwijs vielen. De minister van O&W stelde via
zijn ambtelijk apparaat nog de lessentabellen vast voor elke
opleiding van elke hogeschool gedurende elk studiejaar van elke
student. Professionele input uit het veld, innovatie en interactie
met de beroepspraktijk waren daarin volstrekt secundair.
Na Deetmans ministerschap was een revolutie geslaagd.
Gelijkberechtigd aan de universiteiten waren zo'n 70
HBO-instellingen gegroeid uit regionale en inhoudelijke
samenwerkingsverbanden en profielen, ver voor 'Veerman' dus al.
Zelfs in de kunsten lukte het dit te realiseren, zoals ArtEZ-chef
Willem Hillenius onlangs kleurrijk vertelde op
ScienceGuide.
Diens analyse van Deetmans beleid was helder: "Er is nu
aanzienlijk meer samenhang dan in het verleden ooit het geval was.
De verhalen over de huidige situatie moet je flink relativeren als
je naar de feiten kijkt. Dat moet je ook met verhalen over fusies
in het HBO, trouwens. Doen alsof alle kwaad in de wereld van het
onderwijs de schuld is van fusies. Toe nou. Stel je voor dat we nu
nog met meer dan 500 hogeschooltjes mensen moesten opleiden, of dat
elke gemeente zijn eigen conservatorium beheerde…… Dat kan hoor,
maar hou dan verder op na te denken over kwaliteit of focus bij
selectie van talent."
20 jaar vechten voor verworven recht
In de kern was Deetmans HO-beleid het volgende: 'U kunt kiezen.
Óf u accepteert draconische bezuinigingen vanwege het
dramatische tekort van de overheid en de diepe recessie (-12% in
1982-83, -7% in 1986), óf u buigt met mij mee om door zelf
fusie- en concentratieprocessen in gang te zetten, gericht op
sterkere kwaliteit en krachtiger HO-eenheden.' Dan kregen de
universiteiten en hogescholen zelfs extra stimuleringsmiddelen om
hun proces en product een upgrading te geven op weg naar
die nieuwe eenheden van HO-aanbod.
Wie niet wilde hoefde niet. Identiteit en profiel bleven de
cruciale afweging. Zo bleven zowel de Rietveld Academie als de
Gereformeerde Pabo volledig zichzelf en kwalitatief toonaangevend
in hun sector. Deetman hielp zelfs een kleine, nieuwe universiteit
oprichten en sprak bij de opening ervan, enkele dagen voor zijn
overstap in 1989 van O&W naar de voorzittersstoel van de Tweede
Kamer. Het betrof de Universiteit voor de Humanistiek in Utrecht.
Pluriformiteit en verscheidenheid in visies waren altijd
wezenlijker dan topdown maakbaarheidsdenken en beleid.
Het in Europa nog steeds toonaangevende beleidsconcept van
'autonomie en kwaliteit' voor het HO is in 1985 door Deetman
in de HOAK-nota voor het eerst vastgelegd als
beleidsvisie, scherp en to the point geformuleerd door zijn DG
Roel in't Veld. Ook het concept van een studiebeurs voor elke
student als jong-volwassen burger die investeert in haar toekomst
is door Deetman gerealiseerd, evenals de OV-kaart
om milieusparende mobiliteit door jongeren te
bevorderen.
De LSVb en linkse partijen bestreden hem daar vurig over. Nadien
putte men zich uit, nu al ruim 20 jaar, om dit verworven recht niet
verder te laten uitkleden door elke opeen volgende minister na
de zo beschimpte Deetman. Een serieus alternatief
concept hiervoor is overigens nog niet gepresenteerd sinds
1986. Ook Rutte-1 kreeg het idee van een sociaal leenstelsel
niet van de grond en Deetmans scherpe waarschuwing bij het jubileum van de VSNU voor
dat idee klonk dan ook als vanouds: kortaf, pregnant en met groot
gezag.
Innoveren gaat van 'au'
Op R&D terrein zijn vergelijkbare toekomstgerichte visies
en innovaties te noteren uit Deetmans koker: de
voorwaardelijke financiering die onderzoekers 5 jaar lang
structurele bescherming bood; expansie van samenwerking met
Azië, met name China, India en Indonesië; meer astronomie en
ruimtevaart op Europees niveau; IT als cruciaal agendapunt voor de
lange termijn en de start met grootscheeps Aids-onderzoek.
Zo'n conduitestaat mag velen verrassen, maar zij biedt het CDA als
partij in nood wel toekomstperspectief. Als die partij dat
nog zou willen, als zij na 9 juni en de zware
nederlaag daar nog open voor zou staan. Innoveren gaat
namelijk vaak van 'au'. Want Deetman is als de nieuwe
CDA-aanvoerder en -innovator voor Rutte-1 niet probleemloos. En dus
spannend.
De Haagse burgervader Deetman maakte in de gemeenteraad korte
metten met de PVV- en LPF-varianten die daar luidruchtig aanwezig
waren. De Kamervoorzitter Deetman deed hetzelfde met Janmaat
en zijn afsplitsingen. Een brievenbusplassende stalker of een
fictieve schooldirecteur hadden onder voorzitter Deetman niet
zomaar Kamerlid kunnen blijven, dat weet men aan het
Binnenhof maar al te goed. De gedoogcoalitie zal dan ook wel
enige spanning gaan voelen, zelfs als Deetman zich bestuurlijk
terughoudend zou willen opstellen.
Voor het kennisbeleid is de terugkeer van Deetman op de voorste
plank van het toneel zeker zo spannend. Zijn normen stelt hij hoog.
Voor bewindslieden en hun visie en daden, maar ook voor
hooggeplaatsten in HO-bestuursposities. Als deze de HOAK niet waard
blijken, zal ook Deetman niet aarzelen om ingrepen vanuit OCW
voluit te steunen. Mits deze helder zijn, tijdelijk en de betrokken
hogeschool of universiteit uitzicht bieden na
enige maanden bestuurlijk haar autonomie voluit te kunnen
waarmaken. "Verantwoordelijkheid" is bij hem geen leeg begrip.
Hij is geen liberaal.
Alles is vergeten en vergeven
De onverwachte terugkeer van 'de stoomwals', 'het blok beton' en
'mijn meest massieve minister' kan ook reden tot enige vrolijkheid
zijn. Het kan verkeren, zo blijkt maar weer.
Niet lang na Deetmans vertrek als minister was hij spreker op een
feestje voor een afscheid van een O&W-topman in Den Haag. Dat
werd wat vertraagd door een massale studentendemonstratie tegen het
beleid van Jo Ritzen die het verkeer lamlegde. De LSVb' ers, AKKU'
ers en ASVA' ers zongen in een lange optocht over de Lange
Vijverberg en het Toernooiveld naar het Binnenhof bij
duizenden het lied " Deetman, Deetman, Deetman, Kom terug! Alles is
vergeten en vergeven."
Gevraagd door zijn disgenoten wat hij van deze hartelijke buiging
voor zijn reputatie van hard maar fair bestuurder vond, zei
Deetman: "Ik zeg niks. Helemaal niks!" Maar een vette grijns
die hij manmoedig onderdrukte, won het uiteindelijk toch van de
rest van zijn mondspieren.