• A
  • A
  • Het model is ademend

    Fred Mulder (OU)

    Fred Mulder (OU)

    - Een decennium LevenLangLeren, reactionair contactonderwijs, OER en Veerman. Rector Fred Mulder (OU) zet het nog eens scherp neer bij zijn afscheid en biedt inspiratie aan de hele kennissector voor modernisering van het onderwijs. “Op het moment duikt er een zeker conservatisme op in de hype rondom contactonderwijs. Een nostalgisch terugverlangen naar de jaren ‘50’.”

    Op 10 december nam Fred Mulder officieel afscheid als rector magnificus van de Open Universiteit. Mulder behoorde tot de groep van OU-pioniers en is er werkzaam sinds 1983. Eerst als cursusteamleider Informatica, later als hoogleraar en als decaan van de faculteit Technische wetenschappen en sinds 2000 als lid van het College van bestuur. In 2002 werd hij de eerste rector magnificus van de OU. Mulder: "Het rectoraat van de Open Universiteit is de mooiste functie in Nederland. Als je een bijdrage kunt geven aan goed, toegankelijk en vernieuwend hoger onderwijs voor grote groepen mensen, voor mensen die anders geen onderwijs konden volgen, dan is dat toch geweldig. Wat wil je nog meer?"

    Mulders kantoor te Heerlen ligt vol keurige stapels van gele mapjes, systematisch verdeeld over de ruimte. "Sorry voor de rommel", verontschuldigt Mulder zich, kijkend naar tien jaar aan dossiers die nu moeten verhuizen. Op tafel ligt een boek. Trots toont hij zijn afscheidscadeau en bladert er wat door. Het 'Open Boek', speciaal gemaakt voor hem maar door iedereen te lezen, laat diverse HO-beleidsmakers uit binnen- en buitenland aan het woord over de ontwikkeling van OER, Open Educational Resources in Nederland. De totstandkoming en volwassenwording van OER heeft de tien jaar van Mulders rectoraat mede bepaald.

    Van gesloten naar open

    De problematiek waar de kersverse rector Mulder 10  jaar geleden direct mee te maken had, rakelt hij op alsof het gisteren was. Toen de internetbubble nog niet uiteen was gespat besloten diverse onderwijsinstellingen samen de Digitale Universiteit te starten. Mulder: "Er werd gedacht dat internet het onderwijs flink zou veranderen, daarom is toen dit consortium opgericht. Sommigen waren zelfs bevreesd dat Amerikaanse instituten door internet en digitalisering een deel van het Nederlandse hoger onderwijs zouden proberen te veroveren. De Digitale Universiteit moest hier een wal tegen opwerpen.

    Een samenleving waarin leren onvoldoende goed uit de verf komt, zal niet goed functioneren als kennissamenleving. Ik pleit dan ook voor het opnemen van het onderzoeksthema ‘Leren in de kennissamenleving’ in de lijst met onderzoeksprioriteiten
    Mulder

    De opdracht van OCW was dan ook om dit stevig neer te zetten, met veel geld, van zowel de instellingen als de overheid. Ik was destijds eigenlijk tegen een dergelijk besloten en exclusief consortium, waar mijn voorganger zich aan had gecommitteerd, en had die bezwaren verwoord in een OU-intern vertrouwelijke notitie met als subtitel 'Geen duiventil, maar ook geen berenkuil … meer een apenrots'. De notitie lekte uit en zo waren we de eerste twee maanden voortdurend aan het uitleggen aan de andere participanten van de Digitale Universiteit hoe de OU hier nou precies instond.

    Wat ook bleek te spelen was dat de OU 15 miljoen gulden zou bijdragen, een kwart van ons budget. Toen dat omhoog kwam snapte ik wel waarom de andere partners zo graag meededen, want zij hoefden maar 3 miljoen per universiteit en 1 miljoen per hogeschool in te leggen ... De verwachting dat de Digitale Universiteit een winstgevende commerciële outlet zou krijgen is verre van uitgekomen. Na het barsten van de internetbubble 'normaliseerde' alles. Het consortium stopte uiteindelijk en enkele activiteiten gingen over naar Surf, waar wij eigenlijk wel blij mee waren.

    In 2007 zijn we begonnen met het denken over een Open Hogeschool. Het was eigenlijk vreemd dat er wel een Open Universiteit bestond maar geen Open Hogeschool, terwijl het hbo-segment veel groter is. Wij hebben toen een nieuw concept ontwikkeld, de zogenoemde Netwerk Open Hogeschool (NOH), met een reeks innovatieve kenmerken. We traden in contact met Frans Leijnse en hij werd direct zo enthousiast over de insteek dat hij besloot om mee te werken. Hij werd hoogleraar bij de OU en vanaf dat moment hebben we, samen met NOH-pleitbezorger van het eerste uur Ben Janssen (OU-programmamanager LLL = LevenLangLeren), het NOH-concept verder uitgewerkt en 'uitgerold'.

    Een belangrijk kenmerk van de NOH is bijvoorbeeld het in beginsel werken met OER, waarmee zoveel mogelijk (digitale) leermaterialen vrij (gratis) zijn, niet slechts voor hen die in de samenwerking participeren, maar iedereen heeft online toegang. Daarnaast kent de NOH een model van blended learning, een mix van contactonderwijs en 'open' onderwijs. Verder wordt er gewerkt met werkplekleren en leergemeenschappen, en is de NOH praktijkgericht in onderzoek en via gerichte samenwerking met bedrijven.

    Een essentieel verschil met de Digitale Universiteit is het open netwerkmodel met partnerhogescholen, iets dat veel beter bij de huidige tijd past dan een exclusieve samenwerking. De eerste opleiding van de NOH hebben we ontwikkeld samen met vier hogescholen, Fontys, HAN, Hanze en de Haagse Hogeschool. Maar de exploitatie kan in andere regio's desgewenst ook in samenwerking met andere hogescholen. Het model is ademend. Overigens voorzien we dat de eerste NOH-opleiding, voor Informatica, in februari van start gaat. De volledige erkenningsprocedure is nu vrijwel afgerond.. We zijn ook bezig met Bedrijfskunde en Zorg en bereiden andere NOH-opleidingen voor. Ik verwacht dat binnen tien jaar de NOH meer studenten heeft dan de OU."

    10 jaar LevenLangLeren

    "De NOH is door het veld zelf ontworpen, niet opgelegd door politiek en ministerie zoals eerder bij de Digitale Universiteit. Het mooie was wel dat het NOH-concept voor LevenLangLeren in februari 2008 breed omarmd is bij de Scholingstop van sociale partners, onderwijskoepels, de ministeries van OCW en SZW en de VNG. Maar helaas ...

    In 2004 hebben we, samen met Teleac/NOT, Surf en Kennisnet, het Nationaal Initiatief 'Lang Leve Leren!' gelanceerd, een gezamenlijke activistische lobby voor LevenLangLeren met als stakeholders de sociale partners en  onderwijskoepels en met als voorzitter toenmalig SER-voorzitter Herman Wijffels. Die Scholingstop leek een belangrijke mijlpaal. We dachten echt dat we er toen waren en dat er een Nationaal Actieprogramma voor LevenLangLeren uitgevoerd zou gaan worden.

    Maar neen, er kwam een Regiegroep en er kwam een Denktank met weer een nieuw rapport en aanbevelingen. De al eerder ingestelde Projectdirectie Leren & Werken tussen OCW en SZW speelde een belangrijke rol. De overheid leek het veelbelovende initiatief uit de samenleving overgenomen te hebben maar op een zeer beperkte en selectieve wijze. De Projectdirectie heeft zich overigens wel verdienstelijk gemaakt op een aantal terreinen, met name op dat van EVC's, maar had niet de scope en de impact die beoogd was met het Nationaal Initiatief.

    LevenLangLeren is een dossier dat in Nederland heel moeizaam tot ontwikkeling komt. Dat noopte ons enkele jaren geleden om onze aanpak te veranderen. Na tientallen Haagse rapporten met fraaie aanbevelingen maar zonder concrete acties hebben we  de tactiek om de overheid te beïnvloeden maar los gelaten. We zijn een no-regret-policy gaan volgen door eigen activiteiten te ontwikkelen die er hoe dan ook toe doen, waar je dus geen spijt van kunt krijgen. 

    We zijn eind 2006 gestart met een project in de hoek van Open Educational Resources, genaamd OpenER, overigens mede gefinancierd door de Projectdirectie. OpenER was een systeeminterventie die het informeel leren zeker ten goede zou komen, en zo ook LevenLangLeren, zo vermoedden we. Al wisten we niet precies waar OpenER op uit zou lopen, we waren wel overtuigd van positieve effecten op LevenLangLeren.

    Kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van het onderwijs zijn alle drie gebaat bij OER, dat heb ik in mijn afscheidsrede betoogd. Maar er zit wel een voorwaarde aan. Niet iedere docent moet, bijvoorbeeld, die wiskundecursus voor de propedeuse willen ontwikkelen. Dat is een waste of energy, want dat vak is in veel gevallen hetzelfde. Velen hebben er echter moeite mee om het materiaal van anderen te gebruiken. Hier zal een cultuuromslag moeten komen, ook bij ons als OU.

    In die 10 jaar heb ik geleerd geduld te hebben, niet te denken dat alles zo snel gaat. De TU Delft is in 2007 begonnen met OpenCourseWare, een zusje van OER. Andere HO-instellingen gaan volgen. Leiden, bijvoorbeeld, is begonnen met een OER-pilot en de RUG gaat een miljoen investeren in OER-activiteiten, zo heb ik begrepen."

    Internationaal OER-succes

    "Een succesvol OER-programma is Wikiwijs, in dit geval een goed initiatief van de overheid. Wikiwijs is in 2008 als idee gelanceerd door toenmalig minister Plasterk, na een advies van de Onderwijsraad en voortbouwend op een rapport dat wij bij hem hadden neergelegd van de National Knowledge Commission van India. India had besloten over te stappen naar OER. Als zij dat al doen, moeten we ons in Nederland wel even achter de oren krabben. OCW kwam toen met een opzet voor Wikiwijs dat door Kennisnet en de OU in uitvoering is genomen en eind vorig jaar online is gegaan.

    Wikiwijs is een belangrijk initiatief, dat moet niemand onderschatten. Internationaal wordt hier aandachtig naar gekeken. Tijdens de jaarlijkse OER-wereldconferentie, in 2010 mede door de OU georganiseerd in Barcelona, gonsde het door de gangen dat Nederland met Wikiwijs het beste OER-voorbeeld heeft. Vooral de Amerikanen waren enthousiast. Ik sprak daar Hal Plotkin, de rechterhand van Obama's Under Secretary of Education Martha Kanter, en hij was zeer onder de indruk van wat wij doen. Hij wil OER agenderen voor de volgende OECD-meeting in het voorjaar van 2011 en zijn voorstel was dat Nederland daar bij kon helpen."

    De inzet van moderne ICT-middelen wel degelijk veel kan bijdragen aan beter, aantrekkelijker, efficiënter en gedifferentieerder onderwijs
    Mulder

    Klaar met 'Veerman'

    "Ik vind het terecht als de Commissie-Veerman zegt dat LevenLangLeren niet goed van de grond is gekomen. Maar het verwijt hierbij naar de OU vind ik niet fair. Er zijn andere partijen die hier te weinig mee hebben gedaan, daar schaar ik ook de overheid en collega-instellingen onder. Het bereik van de OU, ook qua faculteiten en opleidingen, is noodzakelijkerwijs beperkt. We hebben bijvoorbeeld maar zes bacheloropleidingen. Daarom juist hebben we diverse pogingen ondernomen om tot meer samenwerking te komen om LevenLangLeren te versterken. De NOH is hier een succesvol voorbeeld van binnen het hbo-segment. Graag zouden we ook met de UvA, VU, Groningen, Wageningen, Twente of andere universiteiten projecten willen starten.

    De kritiek van 'Veerman' kunnen we niet goed plaatsen. De OU behoeft ons inziens geen principiële herbezinning. Dat hebben wij ook in een brief naar OCW geschreven. Ons profiel is klip-en-klaar en sterk gekoppeld aan de behoeften in de kennissamenleving. Wel hebben we met het ministerie afgesproken dat een extern panel van (internationale) deskundigen ons in ontwikkeling zijnde Instellingsplan voor 2011-2015 toetst en ons én OCW daarover adviseert. Daarmee zijn wij klaar met 'Veerman'.

    Modernisering van het hoger onderwijs

    OECD-topman Dirk van Damme heeft herhaaldelijk betoogd dat het open en flexibel onderwijsmodel van de Europese open universiteiten erg kan helpen om de noodzakelijke moderniseringsslag van de klassieke universiteiten in Europa te laten slagen. Blended learning als een best-of-two-worlds combinatie, we werken er graag aan, zoals gezegd, in samenwerking met andere instellingen. Je mengt het zinnige van het klassieke model - mensen die bij elkaar komen - met het nuttige van het open model met digitale, online en virtuele kenmerken. Twintig uur college of meer is noch het beste noch het meest aantrekkelijke model van deze tijd.

    Op het moment duikt er een zeker conservatisme op in de nieuwe hype rondom contactonderwijs. Alsof dat het redmiddel is voor het studiesucces van onze studenten. Ik heb prachtige en effectieve voorbeelden gezien van het inzetten van wiki's en blogs in het onderwijs tegenover slechte en ineffectieve voorbeelden van het ondoordacht verdubbelen van de contacttijd. Maar er zijn natuurlijk ook prima voorbeelden van het weloverwogen intensiveren van de contactcomponent.

    Ik wil wegblijven bij een reactionaire golf die je nu in het hele onderwijs ziet, een nostalgisch terugverlangen naar de jaren '50'. Dat onderwijs was voor grote groepen verre van ideaal, terwijl daar tegenover staat dat de inzet van moderne ICT-middelen wel degelijk veel kan bijdragen aan beter, aantrekkelijker, efficiënter en gedifferentieerder onderwijs.

    Mobiliteit

    "Al jaren wordt er zwaar op gehamerd dat studenten internationale studie-ervaring moeten opdoen door een bepaalde tijd aan een universiteit in een ander land te studeren. Dat is een aantrekkelijk model, maar we zijn volgens mij al over de grens heen van wat hierbij kan worden gefinancierd. Fysieke mobiliteit is het klassieke model van je verplaatsen, het pakken van een vliegtuig op Schiphol om elders in de wereld college te volgen.

    Het model van virtuele mobiliteit wordt op het moment nog absoluut onvoldoende gebruikt. Er zou een virtueel Erasmus-programma moeten komen, waarbij je met dezelfde hoeveelheid geld veel meer mensen kunt bedienen. Achter de computer volg je college, studeer je, maak je opdrachten, krijg je begeleiding, participeer je in seminars en maak je examens 'in' een ander land. En je spaart onze aarde … Met de OU's in Europa hebben we voorzichtig al de eerste stappen gezet op dit gebied. Instanties als Nuffic, maar ook de VSNU en HBO-raad moeten veel meer aandacht gaan besteden aan virtuele mobiliteit. Niet om de fysieke mobiliteit helemaal op te geven, maar in combinatie met, of als alternatief voor, of ter expansie van….

    Waar ook meer aandacht voor moet komen is het onderzoek naar leren. Het valt bijvoorbeeld erg tegen hoeveel Nederlanders willen leren,  onze leercultuur is niet goed. In de discussies over thematische onderzoeksprioriteiten in Nederland staan thema's als water, energie, klimaat, voeding, nano, high tech, life sciences, cognitie hoog op de lijst. 'Leren in de kennissamenleving' is een breed onderzoeksthema dat in feite aan de basis van alle genoemde thema's ligt, dat - zo zou je kunnen zeggen - voorwaardelijk is om met de andere onderzoeksthema's te kunnen 'scoren'. Immers, een samenleving waarin leren onvoldoende goed uit de verf komt, zal niet goed functioneren als kennissamenleving. Ik pleit dan ook voor het opnemen van het onderzoeksthema 'Leren in de kennissamenleving' in de lijst met onderzoeksprioriteiten."

    Werk als cadeau

    Mulders werk aan de universiteit zit er overigens nog niet op. Naast het Open Boek kreeg hij ook een cursus cadeau. Eén die hij zelf nog mede moet ontwikkelen. Mulder, die als universiteitshoogleraar van de nieuwe UNESCO-leerstoel gewijd aan OER actief blijft, mag op kosten van de OU een OER-cursus over OER voor beginners maken die vrij beschikbaar voor een ieder op opener.ou.nl komt te staan.

    De leerstoel is vooral gericht op studies naar OER-strategieën, OER-invoeringsscenario's en de impact van OER voor het onderwijs, dit met name in een nationale context. In het algemeen is er behoefte aan meer onderbouwing en evidentie. De UNESCO-leerstoel kent een wereldwijd netwerk van 11 OU's, verdeeld over westerse kennissamenlevingen, ontwikkelingslanden en opkomende groei-economieën. Ook zonder 'de mooiste baan van Nederland' zal Fred Mulder een bijdrage blijven leveren aan goed onderwijs voor grote groepen mensen, voor mensen die anders geen onderwijs kunnen volgen.

    Vanaf januari 2011 wordt Mulder als universiteitshoogleraar houder van de nieuwe UNESCO-leerstoel gewijd aan OER. Het rectoraat draagt hij over aan prof.mr. Anja Oskamp, nu nog decaan van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.