• A
  • A
  • Snijden aan de hand van Veerman

    - Het kabinet zet in op een grotere doelmatigheid van de kennisinfrastructuur door aanzienlijke besparingen. Het Nationaal Hervormingsprogramma voor de EU2020-strategie geeft aan hoe de differentiatie en profilering conform het Veerman-rapport ingevuld zal worden: met bezuinigingen door minder uitgaven aan “versnippering,” ” systeemkosten” en door “aanscherping” en “betere positionering, lokalisering en clustervorming.” Het eerste experiment hiermee staat al op de rol in het HBO.

    Ter invulling van het beleid voor economisch herstel, innovatie en "slimme, duurzame en inclusieve groei" in Europa schetst de regering in het concept-Nationaal Hervormingsprogramma (NHP) hoe ze het HO en de R&D wil vernieuwen. Dit is op korte termijn noodzakelijk, omdat Nederland bij zijn innovatiecapaciteit en de vertaling hiervan "in producten en diensten met een hoge toegevoegde waarde" structurele zwakheden kent, aldus het NHP.

    Financieel is het beeld ondubbelzinnig: more bang for a buck. Minder middelen moeten veel doeltreffender opbrengsten opleveren. Subsidies worden "vereenvoudigd, gestroomlijnd en gericht ingezet voor economische topgebieden." Het FES verdwijnt als kennisimpuls, TNO e.d. moeten gaan werken "als hefboom om extra private R&D-inspanningen te mobiliseren." Omdat juist de private bedrijven het hier ernstig hebben laten afweten, zoals het NHP-concept nu laat zien, is dit een riskante strategie. "Het regeerakkoord laat zich niet uit over een Nederlandse R&D-doelstelling", geeft het kabinet nu lapidair toe.

    Lagere systeemkosten en versnippering

    Het kabinet meldt de Europese Commissie dat het Nederlandse hoger onderwijs "meer ruimte voor specialisatie" zal krijgen. Thematische onderzoekprogramma's moeten universiteiten, overheid en bedrijven meer samenbrengen en "nieuwe bedrijven bij universiteiten" doen ontstaan. "Zo kunnen instellingen uitgroeien tot topinstelling op een bepaald gebied," stelt het concept-NHP. De hogescholen, goed voor 2/3 van de studenten, worden niet genoemd in deze passages.

    Bovenstaande ambities moeten worden gerealiseerd zonder grote meeruitgaven. Alleen het 'Agrofoodcluster' lijkt te kunnen rekenen op verdere expansies: "Gerichte investeringen in innovatie en verduurzaming zijn nodig, ook vanuit het toekomstig Gemeenschappelijk Landbouwbeleid." De accentverschuiving 'van koeien naar kennis' in de EU-begroting wordt zo afgeremd: er moet immers geld via het landbouwbeleid voor de innovatie van de sector blijven stromen. Het lijkt meer op 'kennis door koeien'.

    Voor de rest van het HO is de aanpak dat men nieuwe middelen moet vrijspelen door vetzak-broekzak operaties. Deetmans TVC en STC lijken in prolongatie aanstaande. Het concept-NHP zegt onomwonden: "De doelmatigheid van de kennisinfrastructuur wordt verbeterd door besparing op systeemkosten, het tegengaan van versnippering en het bevorderen van samenwerking." Waar demografische krimp en nu al geringe instroom in opleidingen aan de orde zijn, zal het HO dus moeten herschikken en concentreren.

    R&D-geld als hefboom

    Daarbij zullen "de investeringen in grote onderzoekinfrastructuur" ook als hefboom gebruikt worden. Staatsecretaris Zijlstra gaf recent bij het LUMC reeds aan dat het kabinet niet alle noodzakelijke ambities op dit punt kan en wil financieren. Men zou in HO en R&D zelf meer door samenwerking onderling en met anderen hieraan kunnen en moeten bijdragen.

    Door die grote R&D-structuren zo te benaderen kan OCW de instellingen dwingen nadrukkelijker te kiezen waar ze wel en niet top in kunnen willen zijn Het NHP zegt openlijk dat men zo "de profilering en specialisering van universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstituten verder [kan] aanscherpen." Dat kan nog worden versterkt door deze taakverdeling toe te spitsen in fysieke zin met "het beter positioneren en lokaliseren van onderzoeksinstituten in de omgeving van universiteiten (clustervorming 'on campus')."

    HBO-Techniek als pilot-sector

    In het HBO wordt dit model deze week voor het eerst voor het eerst bij wijze van experiment toegepast. Daar worden de Centres of Expertise voor de upgrading van de technieksector toegewezen, op basis van tienjarige samenwerkingsplannen met bedrijven, overheden en andere kennisorganisaties rond de hogescholen. Zij moeten uitblinken in technologische sleutelgebieden als chemie en automotive/logistiek en een businesscase met hun partners kunnen presenteren.

    Hieruit zou een zichzelf bedruipend kenniscentrum moeten ontstaan na een fase van vijf jaar stimuleringsgeld als kickstart. Een zeer beperkt aantal hogescholen zal kunnen beschikken over zo'n centrum. Daarmee zullen het techniekprofiel en het aanbod van opleidingen in die sector binnen enkele jaren duidelijk geconcentreerd kunnen gaan worden door "het beter positioneren en lokaliseren van onderzoeksinstituten in de omgeving" van zulke instellingen.

    Dat OCW dit model voor de invulling van de invulling van de 'Veermanprofielen' van HBO en WO zeer serieus neemt, bleek uit de rede van DG Renk Roborgh bij HBO-raad symposium over de onderzoekstaak van de hogescholen. Hij verwees met nadruk naar de eerste toewijzing van deze Centres of Expertise als voorbeeld hoe hogescholen door  scherpe profilering zich kunnen versterken, ook qua investeringen van buiten de overheid. Daarmee heeft het kabinet nu twee 'post-Veerman modellen' uit het HBO aangereikt gekregen: het rapport-Dijkgraaf over de kunsten en het regieorgaan daaruit, en het rapport-De Boer over de techniek en zijn Centers of Expertise.