Op het symposium van NEWS, de organisatie voor
Nederlandse studenten in het buitenland, spraken naast Noorda ook
Hanneke Teekens (Nuffic), Han de Jong (ABN Amro) en Jan
Anthonie Bruijn (LUMC) over de voordelen en problemen van
internationalisering. Zij meenden dat internationale competenties,
transculturele ervaring en divers samengestelde teams verrijkend
zijn.
“We zijn in Nederland ook goed in goede dingen zeggen, maar vervolgens niet doen”Sijbolt Noorda
Jan Anthonie Bruijn noemde internationalisering noodzakelijk
voor nieuwe generaties, maar miste een 'sense of urgency' binnen
het HO. "Er moet een groter gevoel van meerwaarde zijn bij
zowel de student als de
onderwijsinstellingen."
VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda gaf in de Barcelonazaal van OCW
het ministerie een goed voornemen voor 2011 mee.
Internationalisering gaat nog steeds gebukt onder een te veel van
vooral nationale regelgeving. "We mogen sinds dit jaar meer
gezamenlijke studieprogramma's, joint degrees, aanbieden
van de overheid. Maar de voorwaarden hiervoor zijn veel te
gecompliceerd. In Nederland zijn we meesters in het maken van
nieuwe regels. Maar desondanks zijn meer joint degrees een
zeer belangrijke stap, ik praat mij de blaren op de tong
hiervoor."
Bruijn beaamde dat de overheid op dit punt regels moet wegnemen
en dat wereldwijd de harmonisatie van studiepunten beter
georganiseerd moet worden. "Internationalisering is niet zozeer een
kwestie van geld, maar van mindset", voegde hij eraan
toe.
Dat geldt niet alleen voor de overheid en de instellingen, maar
ook voor studenten. Noorda: "Nederlandse studenten geven in
allerlei onderzoeken en peilingen aan dat ze graag allemaal naar
het buitenland willen, maar doen dat in de praktijk maar weinig. We
zijn in Nederland ook goed in goede dingen zeggen, maar vervolgens
niet doen."
Nieuw fonds voor 20%
In tegenstelling tot Bruijn meende Noorda dat geld wel degelijk
een primaire rol speelt. Hij stelde een ander bekostigingsmodel
voor studeren in het buitenland voor. "De Erasmusbeurs moeten we
direct afschaffen. Dat is academisch toerisme. Ik ben voor een
Europees Fonds voor het HO waar zo'n 20% van de studenten aanspraak
op kunnen maken. Er worden dan ongeveer 90 universiteiten
uitgekozen op kwaliteit en als je als student daar studeert, wordt
je gefinancierd."
In een zaal vol Nederlandse studenten die overal ter wereld hun
bachelors en masters volgden of hadden gevolgd, focuste de
discussie zich daarna vooral op het faciliteren van hun kansen op
en praktijk bij het studeren in het buitenland. Jan Anthonie Bruijn
trok het debat over internationaliseringsbeleid daarbij naar een
breder plan door te stellen dat internationalisering al in het
primair onderwijs moet worden gestimuleerd. "We beginnen relatief
heel laat met vreemde talen in Nederland. Stimulering van
internationalisering moet al in een vroeg stadium gebeuren, om de
kloof tussen mensen met en zonder internationale competenties te
dichten."