'Daniel Bell werd bekend met het boek 'The End of Ideology'
(1960), waarin hij voorspelde dat de grote ideologiën van de 19e
eeuw, het kapitalisme en socialisme, niet meer in staat waren om
mensen te mobiliseren en inspireren.
In 'The Coming of Post-Industrial Society' (1973) beschreef hij
de tweede helft van de 20e eeuw als gekenmerkt door de overgang van
een industriële naar een dienstensamenleving. Bell was één van de
meest toonaangevende sociologen van de afgelopen eeuw. En, sinds
december vorig jaar, mijn werkgever.
Schoonmaakster doet open
Begin december las ik de vacature: professor-emeritus Daniel
Bell zocht een computerassistent. Hij heeft zijn leven lang over
technologie geschreven, maar heeft nooit de moeite willen nemen om
zich te bekwamen in de praktische kant ervan. Dus hij had iemand
nodig die raad wist met zijn digitale archief, die hem kon helpen
met het ophalen van informatie en die mailtjes voor hem wilde
tikken.
Ik was gefascineerd door de vacature, heb erop gereageerd en ben
uitgenodigd. Aangekomen bij zijn huis, werd ik door zijn
schoonmaakster opengedaan. Of ik even in de salon plaats wilde
nemen. Daar wachtte ik een klein kwartier in het decor van een lang
leven: volgehangen muren, goed gevulde kasten, hoge stapels
boeken.
Toen werd ik naar boven geroepen, waar ik tegenover Daniel
Bell mocht plaatsnemen. Op de bank. Bell zat in zijn pyjama
achter zijn bureau.
Lichte zeden en toch een monarchie?
Wat volgde was de zwaarste sollicitatie die ik ooit heb
meegemaakt. Een uur lang durend spervuur van vragen. Waarom ik naar
Amerika was gekomen. Waar mijn onderzoeksinteresse lag en ('Oh,
meritocracy?') of ik wel wist waar dat woord vandaan kwam en wie
Michael Young precies was. En of ik even kon uitleggen waarom juist
Nederland zulke lichte zeden kent, en waarom zo'n 'liberaal' land
dan nog een koningshuis heeft. Enz., enz.
Ik was verbaasd, nee geschrokken, van zijn helderheid van geest.
Van de scherpe vragen. Van zijn kennis van Europa, van Nederland,
zijn beheersing van het Duits.
En de baan? Die kreeg ik ook nog. Omdat ik wist wie Michael
Young was (Britse sociaal-democraat, oprichter van de Open
Universiteit en een goede vriend van professor Bell). Of misschien
simpelweg omdat ik niet gillend was weggelopen bij het
sollicitatiegesprek.
Een slechte nacht voor de Kerst
Ik zou driemaal per week één tot twee uur langskomen aan huis.
Hij zou mij tutoyeren, maar stelde het op prijs als ik hem
professor Bell zou blijven noemen. Ja, hij was wat ouderwets: als
er aan de telefoon gevraagd werd naar Daniel, was zijn antwoord
steevast 'die woont hier niet'.
Bij het verlaten van het huis werd me gevraagd om even vooruit te
bellen voordat ik langs zou komen op mijn eerste werkdag. Toen ik
hem een paar dagen later aan de telefoon had, vertelde hij dat hij
een slechte nacht had gehad en werd ik verzocht een paar dagen
laten opnieuw te bellen. Zo ging het voort tot aan de kerst.
Toen hoorde ik dat hij in het ziekenhuis was opgenomen met een
longontsteking. En vorige week bereikte mij het nieuws van zijn
overlijden. Ik zal hem nooit vergeten. De zwaarste sollicitatie
voor een baan die ik nooit heb gehad.'
Jonathan Mijs
mijs@fas.harvard.edu