"Een opvallend hoog percentage, dat had ik ook niet verwacht",
aldus Daan Andriessen, lector Intellectual Capital aan Hogeschool
Inholland. Zijn onderzoek, dat hij samen met collega's uitvoerde in
opdracht van Surf, toont aan dat bijna alle lectoren volgens
een Open Access-model willen publiceren. Andriessen: "Dat is des te
opvallender als je bedenkt dat bestaande initiatieven om Open
Access-publishing te stimuleren in het HBO nog niet zo veel hebben
opgeleverd."
Een quick win
Uit het onderzoek blijkt dat lectoraten jaarlijks vierduizend
publicaties produceren, waarvan op dit moment eenderde vrij
toegankelijk is. Volgens Andriessen zijn een paar hogescholen zeer
actief met Open Access, zoals Fontys, de Hogeschool Utrecht en de
Haagse Hogeschool. "Maar over de hele linie zit er nog te weinig
beweging in. Vele lectoren willen hun resultaten vrij beschikbaar
maken, maar weten niet hoe of hebben hun handen al meer dan vol aan
andere taken. Een 'quick win' is om ze te ondersteunen in het
logistieke proces. Ook op mijn eigen hogeschool, Inholland, staat
dit echter nog in de kinderschoenen", licht hij toe.
Dat er dan toch eenderde van de onderzoeksresultaten vrij
toegankelijk is, komt doordat het HBO in vele vormen, meer dan het
WO, publiceert. "Veel artikelen verschijnen direct in openbare
vakbladen of websites", verklaart Andriessen. Eén van deze websites
is de HBO Kennisbank. Een ander opvallend aspect van het onderzoek
is dat het een mythe hierover ontkracht. "In het verleden hoorde je
weleens dat iemand niet wilde publiceren op deze Kennisbank omdat
hij dan tussen studentenscripties stond. Dat blijkt echt niet het
geval te zijn. Zo gaf 90% aan te willen publiceren op deze
site."
"Nog belangrijker is dat lectoren hun publicaties plaatsen op
lokale repositories van de hogeschool. Daar hebben ze bij de Haagse
Hogeschool een perfect systeem voor bedacht en uitgevoerd. Elke
maand haalt hun mediatheek via de secretariaten van de lectoraten
alle nieuwe onderzoeken op en plaatst deze in zo'n repository. Deze
is aangesloten op de HBO-Kennisbank en ook op lectoren.nl zodat de
stukken daar ook automatisch op worden gezet."
HBO staat sterk
Juridische aspecten hoeven hierbij niet in de weg te staan,
licht Andriessen toe. "Uitgevers staan over het algemeen toe dat de
auteursversie van een artikel, dus de voorlaatste versie van een
artikel zonder de officiële opmaak van de uitgever, in een
repository op internet wordt gezet." Andriessen moedigt de HBO-
raad wel aan te onderhandelen met uitgevers voor een gunstigere
regelgeving met betrekking tot Open Access publiceren.
"Dan zou ik mikken op een standaardafspraak met de uitgevers,
waarbij het mogelijk wordt om het artikel een half jaar na
publicatie in een journal op te slaan in een repository. De
HBO-raad heeft in zulke Open Access-onderhandelingen een betere
positie dan de VSNU of NWO, omdat in het HBO de instellingen
auteursrechthebbende zijn. Dat is bij cao geregeld en geldt ook
voor lectoren afhankelijk van in hoeverre zij in dienst van de
hogeschool zijn."
Impactfactor belangrijk
Een andere uitkomst uit het onderzoek die Andriessen niet had
verwacht is dat een groot percentage lectoren de impactfactor als
obstakel ziet bij Open Access-publiceren. 31% geeft aan dat het
moeten publiceren in tijdschriften met hoge impactfactor een grote
tot zeer grote belemmering is. "Ik had niet gedacht dat dit in het
HBO zo gevoelig lag. Een aantal hogescholen rekent lectoren af op
de impact van hun artikelen. De HvA hecht hier bijvoorbeeld waarde
aan, maar dat is misschien ook niet zo verwonderlijk gezien de
bestuurlijke koppeling met de UvA. Een tweede verklaring ligt bij
de lectoren zelf. De meeste komen uit de wetenschap en willen er
vroeger of later weer in terugkeren. Dan moet je wel bijblijven met
publiceren."
Uit het onderzoeksrapport blijkt tevens dat enkele onderzoekers
de tijd rijpen vinden voor een heuse Open Access-revolutie. Dit is
volgens Andriessen echter niet nodig. "De juiste mindset is er
namelijk wel. De bereidheid is er, het bewustzijn ook. Ik merk het
zelf ook in de dagelijkse praktijk. Ik word steeds vaker benaderd
om even de koppen bij elkaar te steken over dit onderwerp. Surf is
bovendien echt hard aan Open Acces aan het trekken. We moeten er
veel energie insteken en het beter organiseren. Hier ligt een
belangrijke rol voor mediatheken en bibliotheken. Hun rol verandert
langzaam aan en ze worden verantwoordelijk voor het verzamelen en
naar buiten brengen van informatie in plaats van het naar binnen
halen. Helaas is het management van de hogescholen zich hier nog te
weinig van bewust."
Zelf heeft Andriessen nog wat achterstallig onderhoud te
verrichten. "Ik ben bezig met het verzamelen van teksten en ze
netjes in de repository te plaatsen. Voor de zomer hoop ik weer
helemaal bij te zijn." Het onderzoek 'Lectoren en hun publicaties'
staat inmiddels al in de HBO-Kennisbank, zie hier.
Het onderzoek is uitgevoerd door Daan Andriessen (Hogeschool
Inholland), Hilleke van der Reijden & Annelies de Jeu
(Hogeschool Utrecht), Jan Companjen (Haagse Hogeschool) en Sylvia
Schoenmakers (Hogeschool Zuyd). Het onderzoek is onderdeel van het
SURFfoundation project 'Open Onderzoek II'.
Voor meer informatie over HBO en Open Access zie www.surf.nl/openaccess
, www.surffoundation.nl/hbokennis
of www.lectoren.nl/openonderzoek