Om bijscholing in het leraarschap te bevorderen geeft het
ministerie van OCW jaarlijks Lerarenbeurzen af aan docenten in PO
en VO die zich verder willen ontwikkelen of die de overstap van
basis- naar middelbare school willen maken. De wet van oud-minister
Plasterk om de kosten voor een tweede bachelor of master door de
instellingen te laten bepalen heeft deze overstap fors duurder
gemaakt. Reden voor het ministerie om de hoogte van de beurs te
verdubbelen.
Aan de het totaalbudget dat OCW uittrekt voor de Lerarenbeurs
wordt echter niet getornd, waardoor er naar verwachting komend jaar
zo'n duizend beurzen minder verstrekt gaan worden. "Liever zien wij
een uitzonderingspositie voor alle onderwijsopleidingen bij het
hogere collegegeld, zodat iedereen daar makkelijk aan kan beginnen
zonder uitzonderlijk hoge kosten. Dat is beter voor de
onderwijsarbeidsmarkt", AOb-bestuurder Martin Knoop weten. De beurs
voorziet nu dus in de verhoogde collegegelden, maar is voor een
kleinere groep beschikbaar. En dat, terwijl de doorstroom van
leerkrachten nu al ondermaats is.
uit SBO-onderzoek blijkt dat de verhoogde
collegegelden nu al een structureel probleem vormen voor de
doorstroming op de onderwijsarbeidsmarkt. Zo zullen leraren
basisonderwijs lang niet altijd een beurs weten te bemachtigen op
het moment dat zij de overstap naar het voortgezet onderwijs willen
maken, maar nu van die carrièrestap afzien als zij daarvoor
bedragen tot 7.700 euro per jaar moeten gaan betalen.