• A
  • A
  • Nooit een operales gehad

    - Zij schitterde in de Gurre Lieder van Schönberg door Codarts en KC. De wereldberoemde sopraan Melanie Diener vertelt over haar vak, jaloezie op Nederland als muzieknatie, haar mentor Wolfgang Wagner, grote rollen, Vier Letzte Lieder, genieten van studenten, repeteren als topsport, Renée Fleming, en wat al niet. Geniet mee van - en met - een ster zonder allures en een vrouw vol “Kraft und Ausdruck”!

    "Elke voorstelling van een werk, elke uitvoering is totaal anders. Man singt nie das selbe Stück." Melanie Diener noemt opera zingen "leren, leren, leren en nooit, nooit, nooit opgeven." Zangeres van het zwaarste 'vak' in de muziek noemt zij zich een soort "Spitzensportler", met de soms bijna maniakale focus en gedrevenheid die erbij lijkt te horen. Om de grote rollen van Richard Wagner, Richard Strauss of Arnold Schönberg te kunnen zingen, moet een mens heel veel in haar mars hebben. Melanie Diener heeft dat allemaal. En meer, verrassend meer.

    Jaloers op Nederland

    De sopraan vierde triomfen in Covent Garden, in Parijs, Salzburg, Berlijn én Bayreuth. Nu zingt zij het allerzwaarste wat er is, in het meest imposante dat conservatoria ooit in Nederland hebben gepresteerd. Diener zingt de rol van Tove in Arnold Schönbergs Gurre Lieder, een coproductie van Codarts en het KC. Ruim 350 jonge musici en koorleden vullen dan het podium en moeten in twee uur zonder pauze een van de moeilijkste, hyperromantische stukken uit de muziekgeschiedenis spelen.

    Alle voorstellingen waren "restlos ausverkauft" vertelt Diener en zucht even. "Wat heeft Nederland toch een grandioze muziek- en orkestencultuur, dat jullie zoiets überhaupt voor elkaar krijgen. Weten jullie wel hoe heel de wereld jaloers is op dat niveau, de dichtheid en kwaliteit van die vele orkesten en gezelschappen? Niet alleen 'Amsterdam' hè? Hier in Rotterdam is het orkest na Gergiev en nu met Nézet Seguin -die is echt "fabelhaft!"- ook al wereldklasse. En dan zijn er nog heel veel speciale orkesten en gezelschappen, voor de oude muziek, de eigentijdse muziek. Ongelooflijk is dat. Ik hoor dat er gepraat wordt over financiële beperkingen en zo, wat is dat zonde als je zo "einmalig" bent als land en cultuur."

    "Ik maak een diepe buiging, neem mijn hoed af voor jullie conservatoria en deze Gurre Lieder productie. Toen ik benaderd werd, heb ik best even geaarzeld. Met zo'n orkest van alleen jongeren is het echt anders om zo'n 'vreselijk stuk' te doen dan met een orkest van topprofessionals. Het kan dan behoorlijk de mist in gaan, wees nou eerlijk. Maar toen ik het gesprek aan ging, toen ging ik hier echt in geloven. 'Dit moet je doen, ook dit kan weer zo'n leerervaring zijn waar je zelf ook veel aan hebt.' Dat gevoel kreeg ik."

    Waanzinnig avontuur

    Het uitvoeren van Schönbergs stuk - een gigantische opera, oratorium en liederencyclus tegelijk - is voor elk orkest "een waagstuk, een waanzinnig avontuur," lacht Diener. "Ik heb het al vaak mogen zingen, ja 'mogen zingen'. Want ze moeten enorme moed hebben en jou groot vertrouwen hebben om het uit te voeren en een sopraan te vragen Tove te komen zingen." Een befaamde uitvoering, onder leiding van Strawinksy's rechterhand Robert Craft, is met Melanie Diener ook op cd gezet en bekroond.

    "Ik kan die opname eigenlijk niet horen. Je luistert alleen maar naar wat je toch niet goed vond gaan, momenten dat je denkt 'dat is mis, Melanie!'. En dat terwijl ik ook wel weet dat het objectief best een goede registratie is… Nu bij deze Gurre Lieder merkte ik hoe ik de voorbije jaren in dit werk zelf verder ben 'gegroeid'. Met zo'n enorm orkest dat onervaren is in het begeleiden van zangers -hoe kan het  ook anders -moest ik mijn 'Kraft und Ausdruck' extra concentreren. Vooral in de intieme delen van de partituur!"

    "In die grootse, geweldige klankorkanen gaat het allemaal wel, maar juist die ingetogen passages, daar komt het er echt op aan. Dat moet je als jonge orkestmusicus wel leren. Dat leerproces met hen in deze tournee vond ik heerlijk. Es war toll!"

    Over de Gurre Lieder kan Melanie Diener uren praten, het is een werk waar je als sopraan ook moeilijk van loskomt. "De orkestratie en de bezetting van de instrumenten, het is "fast unmenschlich." De dirigent bepaalt dan of de hele zaak bij elkaar blijft en of het enorme geluid toch zo gebracht wordt dat de zangers niet 'totaal kapot' gaan. Een beroemde collega van me zei ooit over de Gurre Lieder: 'snappen ze wel dat zij wel allemaal een instrument hebben, een contrabas, een toeter, slagwerk, en wij alleen maar die twee kleine spiertjes in onze hals? Maar als je het durft en het lukt, dan komen er 'tolle Momente!'"

    Extatische hymne

    Om Tove te zingen is eigenlijk een onmogelijke zangeres nodig. Iemand die de 'power' voor Isolde of Brünnhilde weet te combineren met de lyriek voor Elsa uit Lohengrin of Elisabeth in Tannhäuser. "Het is gewoon een beetje pervers wat Schönberg hier componeerde voor ons, hahaha. De vorm is die van 'liederen' qua tekst en expressie, maar hij zadelt je wel op met een reusachtig orkest. Bovendien ligt de rol in de openingsdelen nogal diep voor de sopraanstem. Tot in het slotdeel van de Tove-passages het heel hoog komt te liggen, daar moet je in die donkere delen je met je stem al op zien voor te bereiden, op te warmen als het ware. Tove is daarom een heel dankbare, gruwelijke rol, die tot bloei komt als dat enorme orkest beseft dat het "mitsingen muss"."

    Het slot van Schönbergs meesterwerk is een extatische hymne aan de zon die het leven wekt. "Zoals dit orkest en koor dat speelden, zo goed heb ik het zelden gehoord. Hij componeerde dit volledig in C-Dur toonsoort, heel bewust. Als Mozartzangeres weet ik dan meteen: dat is de toonsoort van stralende, triomfantelijke muziek, van de keizer."

    Dat die hymne eigenlijk de terugkeer van de dode Tove in een nieuw leven, als 'kind van de zon', zou betekenen, dat vindt Diener een verrassende interpretatie. "Das habe ich eigentlich im diesem Sinne nie gesehen. Was für schöne Gedanke ist das!" Schönberg wilde een soort wereldomvattend liefdesgevoel laten klinken… Misschien is dit idee helemaal niet zo gek."  

    De rol van Tove kan volgens Diener maar het best een échte Strauss-sopraan zingen, zo iemand die ook diens Vier Letzte Lieder 'aankan'. "Daar heb je hetzelfde. Het eerste lied is voor een bijna andere stem geschreven, veel lager, donkerder dan die andere. Je moet in één boog als het ware zowel dat eerste lied kunnen zingen als 'Beim Schlafengehen' met die uitzonderlijke, lange hoge noten." En laten die zeer geliefde, moeilijke vier liederen van Strauss nu net het Markenzeichen zijn van Melanie Diener, in heel de wereld… "Alleen nog nooit in Nederland", zegt ze met treurige, veelbetekenende blik en glimlach.

    Invallen in Salzburg voor Fleming

    "Weet u hoe ik überhaupt aan Strauss en de Vier Letzte Lieder kwam? Dat is zo'n verhaal, zo'n moment in je leven dat je later merkt dat er een leiding,  "eine Fügung" gegeven wordt aan je lot." De sopraan was in Aix la Provence voor het operafestival en zou er Donna Elvira  zingen in Mozarts Don Giovanni. Dirigent was niemand minder dan Claudio Abbado, de verfijnde Italiaanse maestro die in Berlijn en Salzburg zoveel naam maakte.

    "Hij moest een orkestrepetitie doen voor 'de Vier', want na Aix zouden ze naar Salzburg gaan en die daar uitvoeren." Met Renée Fleming als solist, tsja wat wil je nog meer als dirigent? Voor die repetitie vroeg Abbado Melanie Diener tussendoor. "'Zou jij even de Lieder kunnen zingen als ik het met het orkest een laatste keer doorneem?' Ach waarom niet, dacht ik. Als Mozart-zangeres eigenlijk best wel eens leuk om te doen."

    En toen gebeurde het. Renée Fleming moest ineens ziek afmelden voor Salzburg. Abbado had bij de repetitie in Aix in 'zijn' Elvira iets gehoord en wakker geschud wat zij niet wist van zichzelf. Melanie Diener viel in Salzburg in voor Fleming en de rest is muziekgeschiedenis, zoals dat heet. Sindsdien zingt Diener grote Straussrollen als de Marschallin in Der Rosenkavalier - ook zo'n echt 'Fleming-rol'- en 'het jonge zusje' Chrysostemis in Elektra. "Die heeft in haar passages altijd het volledige orkest over zich heen, veel meer dan Elektra zelf. Die rol is een stuk zwaarder eigenlijk dan die hoofdrol…"

    Nein sagen, das muss man auch lernen

    Met zo'n stem kan een sopraan heel veel aan. Daar zit meteen het gevaar, vertelt Diener. "Toen ik in 1999 uit het niets bijna in Bayreuth optrad als Elsa in Lohengrin, nou dat heb ik geweten. Je wordt daarna overladen met uitnodigingen voor die rol en voor alle mogelijke andere rollen waar ze zo'n 'Wagnerstem' voor willen hebben. Op alles heb ik 'nee' gezegd."

    "Nein sagen, das muss man aber auch lernen." Je kunt niet alles steeds afwimpelen, dan vraagt niemand je meer. Je moet dus vinden wat zou passen bij jouw stem, wat je als zangeres fysiek en ook emotioneel aankunt. Als jonge zanger moet je je eigenheid leren ontwikkelen."

    Die eigenheid van Melanie Diener ontsprong aan een onwaarschijnlijke voorgeschiedenis. Wie haar had gezegd ooit een bejubelde Elsa of Tove te zullen zijn die had ze laten opsluiten. "Ik ben begonnen als 'Klavierstudentin!' Speelde al sinds ik vijf jaar oud was. Toen kreeg ik een allergie waardoor ik mijn vingers heel slecht gebruiken kon, "ach, das war eine lange Geschichte…" Het conservatorium wilde me wel toelaten voor de opleiding schoolmuziek."

    "Das war mein Glück, das verstehe ich jetzt natürlich erst." Want als muzieklerares in spe moest Diener ook zanglessen volgen, om straks de kinderen liedjes te kunnen leren. Een nieuwe wereld en hartstocht ging voor haar open.

    Hoewel zij de hoogste cijfers van alle studenten zang kreeg bij de toelating, wilde het conservatorium in Stuttgart haar niet nemen. Piano en schoolmuziek, zo iemand is toch geen echte zangeres? Ze lacht er nu om, gelukkig. In Mannheim kon ze wel verder en daar bloeide zij op als 'concertsopraan'. "Ik heb in heel mij leven nog nooit één operales gehad. Hoe bestaat het, hè?"

    Ontdekt door de bejaarde kleinzoon van Wagner

    Als Mozart-zangeres begon haar loopbaan pas goed. Peter Brook koos Diener voor één van zijn legendarische Zauberflöte-ensceneringen. "Dat vergeet ik nooit meer. Hij gaf me zoveel vertrouwen. Want ik was helemaal geen operazangeres, had geen theaterervaring of toneelpersoonlijkheid ontwikkeld. Als dan zo'n wereldregisseur het in jou ziet, je als zangeres die kant leert ontplooien, dan kun je zo gaan groeien. "Unvergesslich.""

    Via een Mozart-engagement in Brussel bij dirigent Antonio Pappano werd ze door hem 'getipt' bij de oude Wolfgang Wagner in Bayreuth. Die liet Melanie Diener voorzingen in 1998, voor Elsa in Lohengrin. "Ik ben meteen uitgekozen ervoor, ik was totaal verbluft. Het ging razendsnel, net nadat ik even gas terug genomen had toen ik mijn zoontje kreeg. In 1999 maakte ik al mijn debuut in Bayreuth. Achteraf, nu, als ik terugdenk daaraan, dan schrik je gewoon dat zoiets kon gebeuren."

    "Wolfgang Wagner was in 1999 al 80, maar nog zeer vief, zeer. Hij was 's morgens als eerste in het Festspielhaus en deed 's avonds het licht uit. Zoals die man alles gaf en wat hij in meer dan 50 jaar als chef van het nummer één festival ter wereld voor elkaar kreeg, het is ongelooflijk. Ook hier weer: dat hij iemand als mij zijn vertrouwen schonk voor zo'n geweldige rol, dat geeft je zo veel moed en inspiratie."

    "Bovendien was het iets heel bijzonders om daar met hem te werken aan Lohengrin. Je praat, je denkt, je oefent met iemand die je fysiek als het ware direct terugvoert naar de componist. Daar sta je in 1999 dan als zangeres met die man die een directe verbinding heeft met de oorsprong van het stuk van zijn grootvader, een opera uit 1850. Die productie is mij emotioneel het meest bij gebleven van alles in mijn loopbaan tot vandaag."

    Unbefangenheit ist etwas so kostbares

    Deze Hollandse Gurre Lieder van maart 2011 zullen Melanie Diener niet minder bijblijven, dat gevoel leeft nu al sterk. Het was ook een ontmoeting voor haar met de jonge, onbevangen artiest die zij zelft ooit op het conservatorium was. "Ik kwam binnen in de hogeschool en ze brachten me mee naar een kamer om even lekker in te zingen voor de eerste repetitie. Het was er meteen. Die geur in dat hokje, ik wist meteen "Hochschule". Alsof ik een tel terug was in Mannheim, "ein unverwechselbares Gefühl". Het was er allemaal weer."

    De repetities waren spannend, ook confronterend soms. Met jonge musici is het gewoon anders: "Diese Energie!" Repeteren is ook niet alleen maar afstemmen op elkaar en inzepen. "Het repeteren is zelf een intens leerproces, de studenten zijn heel open. Ik was verrast dat de instrumentalisten uit het orkest me veel feedback gaven en vroegen. Een stel wilde napraten en zei dat ze bij mijn masterclass voor vier zangstudenten wilden komen. Of dat mocht… lieve hemel, dat is juist heerlijk als ze zo van anderen in andere disciplines in de muziek willen leren."

    Die open onbevangenheid deed Diener genieten en soms ook opkijken. Tijdens de repetities voor de Gurre Lieder ontstond er discussie over een passage waar de zangeres een intiemere toon verlangde. Ze legde haar orkestleden uit waarom. "Dat had ook te maken met de verzen die ik bij die klanken moet zingen. 'Kennen jullie de tekst van dat gedeelte?' vroeg ik. "Stille. Niemand. Kein Wort". Eerlijk, daar schrok ik wel van.

    Dit is niet om kritiek te spuien of zo, hoor, want dan moet u dit niet opschrijven. Ik herken het ook van mezelf op die leeftijd. Ze vragen je de Gurre Lieder te spelen en, nou, dan doe je dat toch? Wel ja. "Diese Unbefangenheit ist etwas so kostbares. Und etwas ganz gefährliches auch." Het is een puurheid, onbelast. Daar heb ik de afgelopen dagen bij onze tournee en de repetities intens van genoten.

    Incest in het Concertgebouw

    Melanie Diener komt terug naar ons land, 31 augustus in het Concertgebouw in Amsterdam. "Herrlich, einfach herrlich!" Ik zing Sieglinde in 'Die Walküre' van Wagner. Zo'n geweldige rol in dat geweldige eerste bedrijf in die geweldige zaal. Met ook nog Bob Gambill die de Siegmund zingt, mijn broer die ik in dat stuk dan terugvindt. En, nou ja, wat er dán allemaal gebeurt, hè?"

    Inderdaad, er gebeurt dan één en ander. Tweelingzus en -broer ontdekken dat de ander nog leeft, beiden als gedoemde, bastaardkinderen van oppergod Wotan. De beruchtste incestscène uit het hele operarepertoire vormt het jubelende slot van dat eerste bedrijf. En omdat de nieuwe chefdirigent van de Nederlandse Opera op de bok zal staan, zit heel de muziekkritiek op het puntje van zijn stoeltjes in de zaal en vraagt zich af: 'Hoe goed is Marc Albrecht in Wagners 'Ring'?' "Oh jee, echt waar?" lacht Diener. "Het wordt dus nog spannender dan ik al dacht."