• A
  • A
  • OCW herstelt herstel van kwaliteit

    - Staatssecretaris Zijlstra is zelden zo openlijk geprezen tijdens een conferentie over hoger onderwijs als door NVAO-voorzitter Karl Dittrich. Bij het seminar over de researchmaster onderstreepte Dittrich hoe goed de recente stap van OCW was ten aanzien van de herstelperiode bij de kwaliteitsborging. “Dit maakt dat panels gewoon scherp durven te zijn.”

    In de nieuwe regelgeving voor accreditatie en borging van kwaliteit van opleidingen was opgenomen dat een negatieve conclusie zou leiden tot zeer snelle beëindiging van bekostiging en erkenning van de kritisch beoordeelde opleiding. Hiermee week OCW af van de lijn die voorheen in het stelsel van visitatie en daarna ook bij accreditatie een centrale plaats had: instellingen konden op grond van de analyse van de peer-review binnen beperkte tijd een zeer krachtig hersteltraject inzetten. Een soort van 'her-accreditatie' aan het eind van zo'n traject zou dan zorgen voor een drastische verbetering van de kwaliteit.

    Over deze koerswijziging van het ministerie bestond veel onvrede en rees ook veel onbegrip. Gedurende de kabinetsformatie leek het erop dat het inhoudelijk debat hierover enigszins lamgelegd was door de actuele politieke ontwikkelingen. Dit veranderde toen LSVb-voorzitter Sander Breur op 5 januari een opiniestuk hierover publiceerde op ScienceGuide. Breur schreef daarin onder meer: "Hou de herstelperiode er in, op alle onderwerpen, geef het hoger onderwijs de kans zichzelf te verbeteren in plaats van zaken die niet aan de maat zijn te verdoezelen."

    Snel na publicatie van het artikel van Breur wijzigde OCW van koers en bracht de 'herstelperiode' terug in haar plannen. NVAO-voorzitter Dittrich prees de staatssecretaris voor deze stap, omdat al bij de peer-review van de researchmaster was gebleken hoe zinvol een dergelijke optie in het accreditatiestelsel kan zijn voor de scherpte van de beoordelingen.

    Tegen ScienceGuide zei Dittrich ter toelichting: "Borging van kwaliteit gaat over verbetering daarvan, niet om repressie." Bij de review van de researchmasters had Dittrich vastgesteld dat de experts die in de panels voor de peer-review hadden meegewerkt er niet omheen draaiden en tamelijk kritisch hun oordeel hadden afgegeven.  Dat nam overigens niet weg dat die researchmasters in ons land als van internationaal topniveau werden beoordeeld.

    Dittrich zei hierover: "Het oordeel was inhoudelijk dus zeer positief, maar werd scherp geformuleerd. Zo'n 2% werd slechts als excellent aangemerkt, ruim 80% als voldoende. Voldoende betekent hier dus dat het een master is waarvan de kwaliteit aansluit bij de internationale top. Dat is het soort scherpte in de oordelen zoals wij die willen."

    In een situatie dat scherpte van beoordeling bijna automatisch leidt tot beëindiging van het betreffende hoger onderwijsaanbod ontstaan naar de waarneming van deskundigen op dit terrein allerlei gedragseffecten. De bereidheid om deel te nemen aan panels voor peer-review ten behoeve van accreditaties gaat dan snel omlaag. Ook zal men pogen de oordelen zo algemeen en middelmatig mogelijk te formuleren. Zoals Dittrich zei: "Niemand heeft er zin in een scherp oordeel te geven waarvan je weet dat je meteen brokken gaat maken. Ook heeft niemand er zin in geen scherp oordeel te kunnen geven om te voorkomen dat je brokken maakt."

    Het herstel van de herstelperiode voorkomt dit type gedragseffecten. Als een opleiding kritisch benaderd moet worden vanwege kwaliteitsgebreken heeft het zin deze zo precies mogelijk te formuleren en daar scherpe criteria en normen voor te hanteren. De betreffende opleiding krijgt dan namelijk een helder, kritisch oordeel waar men in een herstelperiode in relatief korte tijd hard op kan ingrijpen om een turn-around van de opleiding mogelijk te maken.

    Een interessant voorbeeld hiervan heeft zich recent voorgedaan bij de Ipabo. Deze hogeschool kreeg een negatieve beoordeling bij de accreditatie van de pabo's en slaagde er in, in ongeveer anderhalf jaar de opleiding zo te reorganiseren dat na de ingrepen en herstelperiode de accreditatie weer volledig kon worden verkregen. De zin van Sander Breur in zijn artikel blijkt dan ook precies te kloppen. "Geef het hoger onderwijs de kans zichzelf te verbeteren in plaats van zaken die niet aan de maat zijn te verdoezelen."


    Gerelateerd nieuws:
    15 oktober  Rotterdams pact voor studiesucces
    22 september  Studiekeuzecheck kan beter
    15 september  Prestaties verdelen HO
    12 september  Waarom een selectiecircus?
    8 september  D66: stop met prestatieafspraken
    3 september  Rutte opent MBO-jaar