Als bijzonder hoogleraar op de Den Uyl-leerstoel zal
Vandenbroucke zich gaan richten op sociale ontwikkelingen in
Europa. De rol die de Europese Unie tegenwoordig speelt in het
sociale beleid van de lidstaten en zou moeten spelen en welke
opvattingen over sociale vooruitgang daarin aan bod komen, zijn de
hoofdpunten waar Vandenbroucke zich op wil richten.
Anders is het slechts praat
Dat hij hiervoor gevraagd is, pleit voor de UvA. Want als
minister van Onderwijs en Werk was deze vice-premier van Vlaanderen
een witte raaf in de Europese politiek: hij was als het ware Marja
van Bijsterveldt, Halbe Zijlstra en Henk Kamp in een. Zelf zei
hij tegen ScienceGuide daarover: "Toen het mogelijk werd
bij de Vlaamse regeringsvorming die bevoegdheden bij elkaar te
voegen, vond ik de kans dit te doen wel erg aantrekkelijk. Het is
zo een originele combinatie waarin alle talentbeleid en de
aansluitingsvragen tussen opleiding en arbeid in één hand zijn
gekomen. Dat sluit aan op mijn fundamentele betoog voor een gelijke
kansen beleid. Anders is dat betoog ook slechts praat."
Zijn benoeming aan de UvA heeft een aantal erg aardige
aspecten. Bijvoorbeeld; toen hij als minister de gasthoofdredacteur van ScienceGuide
was -precies twee jaar geleden in april 2009- reageerde
Vandenbroucke enthousiast over de benoeming van de Leidse oud-rector Douwe
Breimer aan de KU Leuven. "Zonder delicate uitspraken te doen over
de samenstelling van raden van bestuur, denk ik dat dit uit de
muren breken is op een manier die gewoon goed is. Misschien doen
onze universiteiten dat nog niet zo gemakkelijk omdat ze
eerbiedwaardige instituten zijn met lange tradities."
"Dit kan niet bij wet, decreet of besluit. Het is echt een
kwestie van cultuur. Ik ben er wel voor om het parochialisme achter
ons te laten. De Nederlands-Vlaamse samenwerking heeft zeer veel
potentieel dat nog niet benut wordt. We hebben een
gemeenschappelijke taal, nabuurschap, een stukje gemeenschappelijke
geschiedenis zelfs. Toch is die samenwerking er vaak niet. We
kijken vaak de andere kant op."
Als onderwijsminister blonk hij door de combinatie van visionair
beleid met krachtdadig optreden als wetgever. In Nederlandse termen
verenigde hij de beste kenmerken van Deetman en Van Kemenade in
zich. U leest hier het indringende vraaggesprek dat
Vandenbroucke hield met ScienceGuide over zijn visie op
hoger onderwijsbeleid. "Middelmatigheid is geen gelijke
kansen."
Bazaar van onbewezen reputaties
Dat hij bij de UvA terecht komt heeft nog een aardig aspect. Hij
heeft als de intellectuele aanvoerder van het Europese HO-discours
zich zeer sterk gemaakt voor de gezamenlijke introductie van een
serieus, multidimensioneel rankingssysteem voor alle 47 lidstaten
van de EU en het Bologna-bestel. Op de grote HO-conferentie in
Leuven wist hij de verdeeldheid hierover te doorbreken en de
cruciale stap vooruit te zettten. U-Map is hier onder meer het
gevolg van.
In de aanloop van die summit recenseerde Vandenbroucke daarom het nieuwste
boek van U-Map ontwerper Frans van Vught, Mapping the Higher
Education Landscape. In een stuk op ScienceGuide zei
hij daarover onder meer: "Het alternatief voor het niet zelf
in de hand nemen van een stelsel van classificatie en ordening is
dat je overgeleverd bent aan rankings als van Shanghai of de Times
Higher. Je ondergaat dat, of - erger nog - er ontstaat een 'bazaar
van onbewezen reputaties' waarbij handige marketeers winnen."
Hét voorbeeld voor de U-Map was toen al de CHE-rankings in
Duitsland. Deze hebben zich inmiddels sterker Europees geévolueerd.
In de meest recente editie bleek dat de UvA, Vandenbroucke's
nieuwe werkgever, in de Europese topliga zit.
Een fundamenteel scharnier
De conferentie in Leuven was het hoogtepunt van Vandenbroucke's
werk voor het HO-bestel. De uitkomsten waren optimaal. Ter plekke
zei hij tegen ScienceGuide daarover: "Deze
Leuven-verklaring is echt een fundamenteel scharnier voor de
komende 10 jaar. In de afgelopen maanden is er weer beweging in
gekomen, die taakspanning is terug! Deze Leuven-verklaring heeft
daardoor nu alles in zich wat we nodig hebben: een goede
stocktaking en nieuwe duidelijke doelstellingen.
We hebben de sociale dimensie beter gedefinieerd, maken een
duidelijk signaal over de publieke investeringen en we zijn scherp
op het punt van de versterking van de mobiliteit in het hoger
onderwijs. De 20% doelstelling bij de mobiliteit van studenten in
Europa is een duidelijk doel, waarop we kunnen worden
afgerekend!"
Met gevoel voor humor prees hij het vermogen van zijn
collegaministers tot reflectie en zelfkritiek: "De verklaring is
trouwens ook zelfkritisch waar wij nog niet alle aspecten van
'Bologna' hebben gerealiseerd. En dat is heel wat voor politici….
Heel dit 'Bologna proces' is eigenlijk als fietsen. Je moet blijven
bewegen om vooruit te komen. Anders val je om."
Stiekem college geven namens de Koning
De voorbije tijd was politiek een beetje een woestijn voor de
oud-bewindsman. Zijn eigen partij koos voor een meer populistische
toon en zette hem opzij. In november 2009 werd hij tot Minister van
Staat benoemd. Op dit moment is Vandenbroucke nog politiek actief
als Senator in het Belgisch parlement. Dat leidde tot een
unieke bijbaan achter de schermen. Hem werd gevraagd in stilte
een opzet te maken voor een nieuwe staatsfinanciering die de
problemen tussen de taalgemeenschappen en deelstaten van België in
één klap zou wegnemen. Daarmee zou Koning Albert de impasse in de
kabinetsformatie kunnen doorbreken.
Hij stelde een stuk op en gaf in het diepste geheim een spoedcursus
aan de politieke top van België voor een 'highlevel groep' uit de
verschillende partijen. Hij had daartoe min of meer in
zijn eentje een financiële en bestuurlijke opzet geformuleerd voor
een nieuwe, federale staat. Vandenbroucke presenteerde daarin een
uitgewerkte aanpak: hoe zouden de wetgeving en de hervorming van de
staat concreet uitgewerkt moeten worden?
Vandenbroucke's legendarische dossierkennis en economische
modellenvernuft resulteerde in een pakket, dat 'De Standaard' in
handen viel. Het document leest u hier. Het mocht overigens niet baten. De
formatie zat nu eenmaal niet vast op rationele, politiek
berekenbare gronden. BHV overtroeft elke analyse.
Een brede loopbaan in wetenschap en
politiek
Vandenbroucke bekleedde verschillende ministersposten in de
federale regering van België. Hij was achtereenvolgens Vice-Eerste
Minister en Minister van Buitenlandse Zaken (1994-1995) en Minister
van Sociale Zaken en Pensioenen (1999-2003), en Minister van Werk
en Pensioenen (2003-2004). In de Vlaamse deelstaat was
hij van 2004 tot 2009 Vice-minister-president en
Minister van Werk, Onderwijs en Vorming. Ook is hij
partijvoorzitter geweest van zijn sociaaldemocratische partij,
waar hij groot respect won door af te treden toen een
corruptieschandaal van zijn voorgangers onthuld werd.
Vandenbroucke studeerde Economische Wetenschappen aan de K.U
Leuven en Economie in Cambridge. Hij promoveerde in Oxford op het
proefschrift 'Social justice and individual ethics in
an open society. Equality, responsibility and incentives'. Op
de K.U. Leuven is Vandenbroucke inmiddels zelf gasthoogleraar
in de vakken Europees sociaal beleid en economische analyse van
sociale problemen. Tevens is hij gasthoogleraar aan de
Universiteit Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel.