Op 22 mei ontving Balkenende een eredoctoraat van Hofstra
University voor zijn verdiensten als beleidsmaker op het terrein
van sociaaleconomische politiek en deregulering. ScienceGuide kreeg
ter plekke de gelegenheid een exclusief gesprek met hem te voeren,
waarin hij reflecteert op zijn bijna 10 jaar als Minister President
en vooruit blikt op zijn nieuwe werk als strateeg bij een
internationale consultancy onderneming.
Vintage JPB
Getooid in de traditionele, blauwe Hofstra eremantel sprak
Balkenende de vele honderden graduate studenten, hun familie en
vrienden toe gedurende de Commencement ceremonie in een
basketbal-hal. In zijn rede verwees hij natuurlijk naar de
bijzondere banden van ons land met de USA en in het bijzonder met
Hofstra, dat immers in 1935 is opgericht door Nederlandse
immigranten in Amerika. Hij zette de net afgestudeerden vol vuur
-in vintage JPB proza- aan om "hun verantwoordelijkheid te nemen"
als kenniswerkers in een wereld die in een enorm tempo verandert
door sociale en technologische omwentelingen.
Een eredoctoraat van Hofstra krijgt niet iedereen: eerder werden
bijvoorbeeld generaal Eisenhower - in 1950, hij moest nog president
worden-, dominee Martin Luther King in 1965, Freddy Heineken in
1996 en president Clinton in 2005 zo geëerd. Voor Balkenende is de
eretitel van Hofstra de vierde die hij ontvangt, na zulke
bekroningen in Tokio, Boedapest en Seoul.
ScienceGuide-redacteur Tim-Patrick Limmer, een Duitse
student uit het LearningLab aan de UvA, sprak met de
oud-premier gedurende zijn periode als uitwisselingsstudent in New
York. ScienceGuide is Hofstra University en Jan Peter
Balkenende zeer erkentelijk voor beider bereidwilligheid om bij
deze bijzondere gelegenheid zo'n interview te mogen
voeren. [U vindt hier de Engelstalige versie van
het vraaggesprek]

Doha, Singapore, Davos
U was Minister President gedurende een zeer veelbewogen
decennium in de Nederlandse samenleving en politiek, en ook breder
in Europa. Nu heeft u een heel andere functie bij Ernst&Young.
Laat het me maar een beetje direct vragen; 'wat gaat u eigenlijk
doen op uw nieuwe post?'
In de kern bestaat mijn nieuwe baan uit drie componenten. Ten
eerste ondersteun ik het topmanagement van Ernst&Young op het
punt van internationale, strategische onderwerpen en thema's. Ik
geef hen advies bij de voorbereiding van hun positiebepaling of
positioneringsstukken ten aan zien van internationale
ontwikkelingen en belangrijke bijeenkomsten op dat terrein. Denk
bijvoorbeeld aan sessies van de Doha Ronde op het terrein van de
internationale handelsafspraken, maar ook de bijeenkomsten van de
G20 en de Davos-conferenties van het World Economic Forum. Dat is
mijn meer interne rol binnen het bedrijf.
Een majeur tweede deel van mijn werk heeft te maken met de
nadruk op maatschappelijk verantwoord ondernemen, 'corporate
responsibility' dus, dat een wezenlijk onderdeel is van ons werk
als bedrijf. Bijvoorbeeld, wij moeten zeer alert zijn op issues die
daarmee samenhangen in de advisering die wij als Ernst&Young
geven op punten als auditing en het beleid van firma's ten aanzien
van hun fiscale zaken.
Wij ondersteunen onze klanten bij het actief worden op dit
thema. Dezer dagen was ik bijvoorbeeld in Singapore voor gesprekken
met de CEO's van klantbedrijven voor wie dit een belangrijk
vraagstuk aan het worden is. Op dit thema zal ik zelf ook actief
worden in de openbaarheid, mijn visie en ervaringen rond dat
onderwerp naar buiten brengen.
Het derde deel van mijn werk raakt de ondersteuning van klanten
bij de ontwikkeling van hun global strategieën en relatienetwerken.
Ik kan hen bijvoorbeeld achtergrondkennis en inzichten bieden over
hoe zij in ontwikkelingslanden met succes kunnen functioneren.
Naast uw nieuwe werk bij Ernst&Young heeft u tevens en
comeback gemaakt als hoogleraar!
Inderdaad, dat klopt! Ik ga college geven aan de Erasmus
Universiteit in Rotterdam over 'governance', ik hoop bij voorkeur
natuurlijk vooral over 'good governance'……
Torentje vaarwel
U zou uw nieuwe positie in het bedrijfsleven en die bij de
EUR persoonlijk als een enorme omslag in uw bestaan kunnen zien. Na
bijna een decennium als premier, had u niet het gevoel dat u
zichzelf als het ware 'heruitvinden' moest?
Nou, laat ik het in de goede volgorde langslopen. Het is beslist
een inbreuk in je leven als zoiets gebeurt als de val van je
kabinet. Onze regering viel, zoals je wel zult weten, over
onenigheden met de PvdA over onze rol in Afghanistan en de
toekomstige betrokkenheid van ons land daar. Zo is het politiek
bestaan, weet je. Op vrijdag ben je premier, de volgende morgen is
het voorbij.
Daarop kwam de fase van de overgang toen Mark Rutte een nieuw
coalitiekabinet ging vormen. Aangezien de Kamerverkiezingen en de
formatieonderhandelingen gedurende de zomer plaatsvonden, moest ik
een nieuwe rijksbegroting voorbereiden voor de komende Prinsjesdag
tijdens die zomermaanden. Dus toen Rutte het premierschap overnam,
had ik het nodige om met hem vooraf te bespreken en daarover te
informeren. Bijvoorbeeld over de begrotingsmatregelen die wij nog
hadden voorbereid en op sommige punten ook al hadden moeten
nemen.
Een ander wezenlijk element van die overdracht betrof de
achtergrondinformatie die ik hem moest geven over grote
internationale thema's. Denk aan de agenda die wij als Nederlandse
regering hadden voor de komende vergadering van de G20.
In oktober vorig jaar vertrok ik voor het laatst van mijn
kantoor in Den Haag, uit 'het Torentje'. Het was die week daarop
meteen de herfstvakantie van de scholen, dus ik ging met mijn gezin
er meteen een weekje uit om te ontspannen en ervan te genieten dat
we zo'n week samen konden zijn. Daarna, in de loop van november,
kreeg ik een eerste gesprek met mensen van Ernst&Young.
Move on!
Als premier begon u als eerste met een Innovatieplatform
waarin u bewindslieden, topwetenschappers en topmensen uit het
bedrijfsleven bij elkaar bracht om de lange termijn strategie van
Nederland als kenniseconomie te ontwikkelen. Ziet u tegen die
achtergrond verbindingen met uw nieuwe rol nu bij Ernst&Young
en uw eerdere werk?
Oh ja, die zie ik zeker. Het thema van 'maatschappelijk
verantwoord ondernemen' was al deel van mijn eerdere werk en
publicaties, zelfs al toen ik hoogleraar was aan de VU in de
christelijke sociale leer, nog voor ik in de nationale politiek een
rol ging spelen. Hetzelfde geldt voor de onderwerpen waarmee ik me
bezig hield in mijn werk aan het wetenschappelijk instituut voor
het CDA.
Als ik terug kijk op de voorbije tien jaar, kan ik in alle
eerlijkheid zeggen dat ik als premier een geweldige tijd mocht
hebben. Het is heel verrijkend als je in staat wordt gesteld zulk
belangrijk werk te doen voor je land. Maar tegelijkertijd moet je
je bewust zijn van wat ik hiervoor al zei: 'de ene dag ben je
premier, de volgende morgen is het voorbij.' Dus als zoiets gebeurt
en je krijgt dan een andere mogelijkheid om boeiend werk te gaan
doen, dan zeg ik: 'Move on!'
Nog een ander maakte die beweging: Mark Rutte. In 2004 was
hij staatssecretaris in uw tweede kabinet. U leerde hem daar kennen
en werkte als' zijn' premier in die jaren met hem. Zag u toen al de
politieke kwaliteiten die hij in huis had? Hielp u hem bij de
verdere ontwikkeling van zijn talent?
We zijn natuurlijk verschillend, maar we hebben een goede
verstandhouding behouden. Vergeet niet dat Rutte ooit zei: "Ik ben
een fan van Jan Peter Balkenende."
Weet je, in de politiek weet je maar nooit hoe dingen zullen
gaan lopen. Toen Rutte met Rita Verdonk moest knokken om het
leiderschap van de VVD, gold dat net zo goed: je weet maar nooit
wat er gaat gebeuren. Trouwens, nadat hij die interne
partijverkiezing had gewonnen, had Rutte het in het begin heel erg
zwaar.
Nu heeft hij het op zijn post evenmin makkelijk. Beleid maken is
een zware klus. Bijvoorbeeld, de noodzakelijke hervormingen om de
arbeidsmarkt meer flexibel te maken ter wille van de
werkgelegenheid komen niet vooruit, omdat de PVV elk initiatief
blokkeert.
Leerrechten blijven zinvol concept
In uw kabinet destijds was Mark Rutte zeer actief rond de
introductie van een nieuwe bekostiging van het hoger onderwijs,
door middel van het concept van de leerrechten. Dat was een idee
dat u in die jaren zeer steunde. Vindt u nog steeds dat die
benadering voor de toekomst van de bekostiging van het hoger
onderwijs de beste is?
Ik heb altijd een positieve houding en opvatting gehad over het
concept van de leerrechten! Het is een zeer zinvolle benadering als
je beseft dat de samenlevingen van nu op weg moeten naar een bestel
van Leven Lang Leren. Dat maakt investeringen noodzakelijk vanuit
zowel de publieke middelen, als door individuele burgers die in
zichzelf investeren. Een systeem van leerrechten zou een uitstekend
concept zijn om dit te verwezenlijken.
Laat me daar nog een punt van overweging aan toevoegen hier. Het
investeren in Leven Lang Leren is niet alleen maar de
verantwoordelijkheid van de overheid, het onderwijsveld van
universiteiten en hogescholen en burgers zelf. Het is echt van
belang dat het bedrijfsleven hierin mee doet en zijn
verantwoordelijkheid eveneens oppakt.
En terwijl we het zo hebben over de HO-bekostiging, vermoed ik
dat je mij nu een vraag wil gaan stellen over de
langstudeerboete……. Dus misschien moesten we ons gesprek dan maar
hier afronden, gun me dat ik niet té verwikkeld raak in het actuele
debat over de financiering van het hoger onderwijs [lacht
breed].