"Wetten kunnen soms vergaande gevolgen hebben. Neem bijvoorbeeld
de kieswet. Laat nou net kort geleden de kieswet voor de Eerste
Kamer gewijzigd zijn. Die wijzigingen speelden een doorslaggevend
effect bij het behalen van de meerderheid in de Eerste Kamer door
de combinatie VVD/CDA/PVV/SGP.
Want hoe zagen de kampen eruit na de verkiezingen voor de
provinciale staten? De statenleden hebben stemgewichten. Omgerekend
hadden de partijen genoeg gewicht voor het volgende aantal zetels
(De OSF is de partij van regionale partijen: Zeeuwen, Friezen,
een Groninger en een Noord Hollandse ouderenpartij)
|
VVD
|
15,58
|
SGP
|
1,46
|
ChristenUnie
|
2,57
|
PvdA
|
13,33
|
|
CDA
|
10,90
|
|
|
|
|
SP
|
7,57
|
|
PVV
|
9,48
|
|
|
|
|
D66
|
6,22
|
|
|
|
|
|
|
|
GroenLinks
|
4,79
|
|
|
|
|
|
|
|
PvdD
|
1,10
|
|
|
|
|
|
|
|
50+
|
1,37
|
|
|
|
|
|
|
|
OSF
|
0,64
|
|
TOTAAL
|
35,96
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
35,01
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
37,42
|
TOTAAL
|
|
|
37,58
|
De dag na de verkiezingen had de combinatie VVD/CDA/PVV met SGP
dus stemmen voor 37,42 zetels. Als je onder welk kiesstelsel dan
ook de meerderheid hebt, dan kun je ook de meerderheid van de
zetels binnenhalen. De bedoeling was dus een coalitie te vormen met
ten minste 37,51 zetels.
Om dit te behalen was duidelijk dat de SGP hoe dan ook in het
coalitiekamp moest komen en de VVD handelde daar onmiddellijk naar.
Maar dan nog ontbrak er een klein beetje stemgewicht. Mark Rutte
gaf publiekelijk aan dat hij alles zou doen wat wettelijk
geoorloofd was om de meerderheid te halen.
Wat te doen?
1. De VVD had in Flevoland net verloren met een paar stemmen. De
VVD vroeg onmiddellijk een hertelling aan. Dit leverde geen extra
zetel op.
2. Twee Zeeuwse statenleden zouden precies het verschil kunnen
maken. Dus de fractievoorzitter van de Partij voor Zeeland, die bij
de OSF hoorde, werd uitgenodigd in het torentje. Van hem was bekend
dat hij politiek dicht tegen de VVD aanzat. Na een gesprek is hij
wel overtuigd, maar zijn fractiegenoot niet. Het totaal stijgt dan
naar 37,47 voor de coalitie. Nog steeds minder dan de helft van de
stemmen voor 23 maart.
Een merkwaardig debat
Deze berekeningen werden natuurlijk overal gemaakt en dus kwam
er onmiddellijk een spoeddebat in de Tweede Kamer: mag je een
Statenlid vragen om op je te stemmen? Een merkwaardig debat, want
alleen in dictaturen mag je niet openlijk campagne voeren voor een
verkiezing, maar goed, de toon was gezet.
Achter de schermen was het iedereen natuurlijk volstrekt
duidelijk waar het om ging: 38 zetels voor de oppositie of 38
zetels voor de uitgebreide coalitie in de senaat. Dat maakt het
verschil tussen wetten kunnen aannemen of bij iedere wet en
maatregelen ten minste één oppositiepartij moeten overtuigen, die
vervolgens wisselgeld wil. Een feitelijke heronderhandeling van het
regeerakkoord dus.
De stemvoorkeuren waren ondertussen dus duidelijk. Maar waarom
was het kiesstelsel doorslaggevend? Nou, vroeger waren
lijstverbindingen mogelijk. Als de hele oppositie een
lijstverbinding was aangegaan, had zij in haar totaliteit gewoon 38
zetels gekregen. Geen onderhandelingen voor nodig. Bij Cohen had de
vlag uitgekund.
In 2009 echter vond Fractievoorzitter Han Noten van de PvdA
lijstverbindingen na de verkiezingen niet kunnen. Hij diende een
(zeldzame Eerste Kamer) motie in waarin hij vroeg om dat onmogelijk
te maken. Dus maakte de regering Balkenende-Bos een wet.
Geen lijstverbindingen meer
De regering legde een wetsvoorstel op tafel: alleen partijen die
ook in de provincies lijstverbindingen gehad hadden, mochten voor
de provinciale statenverkiezingen een lijstverbinding aangaan voor
de Eerste Kamer en wel voor de statenverkiezing. Dan was er een
lijstverbinding geweest tussen PvdA en GroenLinks en tussen
ChristenUnie en SGP. Die laatste had ervoor gezorgd dat de SGP rest
(0,46) effectief bij de ChristenUnie terecht gekomen was. De
coalitie zou op 37,01 gestaan hebben. Als dit de wet geworden was,
dan was er een meerderheid geweest voor de oppositie.
Dit wetsvoorstel werd echter tijdens de behandeling van de wet
in de Tweede Kamer veranderd in: helemaal geen lijstverbindingen
meer. Dat had te maken met de bijzondere positie van de Partij voor
Zeeland en de OSF. Die konden namelijk geen lijstverbindingen
aangaan in provincies omdat ze er maar in één meedoen. De SGP en de
Partij voor de Dieren wisten dat dit wetsvoorstel hun zetels kon
kosten en stemden tegen de wet.
Zonder lijstverbindingen kun je elkaar alleen helpen door op
elkaar te stemmen. Dat staat niet fraai, maar het werd wel de wet.
En dus kwamen er Eerste Kamerverkiezingen, waar de oppositie net
iets meer stemmen had dan de combinatie VVD/CDA/PVV/SGP.
Amerikaanse toestanden
Vergaande linkse samenwerking was nodig om een ingewikkeld
systeem te bedenken om die kleine meerderheid te verzilveren: de
eenvoudigste manier? Een lange oppositielijst. Als iedereen daarmee
zou instemmen zou die 38 zetels krijgen en kon men daar dus 38
kandidaten op kwijt. Wel moet je elkaar dan helemaal vertrouwen:
geen voorkeursacties van lagere kandidaten. En bij opvolging moet
iemand van de PvdA een PvdA'er opvolgen en moeten allerlei
kandidaten bedanken. Het plan strandde dus. Zo hecht was de
samenwerking aan de linkerkant niet. En links had natuurlijk het
nadeel dat ze met meer kleine partijen zijn.
Nu kwam het op de stemmingen aan op 23 mei. Ingewikkelde
schema's gaven de oppositie nog steeds de mogelijkheid om met heel
veel op elkaar stemmen en precieze berekeningen 38 zetels te halen.
Zelfs als de ChristenUnie niet mee zou willen doen aan zo'n spel
(de rest was duidelijk wel bereid), kon het. Al moest er dan wel
bijvoorbeeld een D66-er op de ChristenUnie stemmen.
Bij de stemmingen bleek het aantal tactische stemmen beperkt. En
ach, al hadden ze het gedaan, dan nog was er een D66'er geweest met
een ongeldige stem. Die had dan echt de 38e zetel van de
oppositie naar de coalitie gebracht. In zijn eentje. Dat leed is
hem bespaard gebleven, maar voor wie dacht dat Amerikaanse
toestanden met hertellingen en rare systeemtwisten niet mogelijk
waren, (wel meer stemmen, maar toch geen president in 2000), de
verkiezingen voor de Senaat hebben aangetoond dat het ook hier
kan."
Dr. P.H. Omtzigt is lid van de
Tweede Kamer voor het CDA, van de Assemblee van de Raad van Europa
en econometrist. In die rollen houdt hij op ScienceGuide
een column bij over zijn ervaringen in de eigenzinnige
werelden van politiek en wetenschap, hun wederzijdse beïnvloeding
en hun confrontaties.