• A
  • A
  • Over de grenzen van wetenschap

    - Tijdens zijn jaarrede maakte Robbert Dijkgraaf bekend dat hij geheel naar Noord-Koreaanse traditie zijn eigen opvolger is bij de KNAW. Tevens presenteerde hij de eerste editie van de Nederlandse Wetenschapsagenda, met stevige kanttekeningen bij Veerman en de 9 topgebieden.

    "Verkozen met een percentage waar Kim Jong-il jaloers op zal zijn", zo duidde Dijkgraaf zijn herbenoeming met een knipoog. Hij weet wat hem de komende periode te doen staat. Verleden jaar presenteerde hij tijdens zijn jaarrede een strategische agenda voor de KNAW, ditmaal  introduceert hij een andersoortige agenda die nadrukkelijk over de grenzen van de Akademie heenkijkt.

    Een unieke poging

    De Nationale Wetenschapsagenda noemt hij een unieke poging - "in ieder geval in de lange geschiedenis van deze Akademie" - van Nederlandse topwetenschappers om de meest uitdagende onderzoeksvragen voor de middellange termijn te benoemen. "Het zijn stuk voor stuk vragen aan de beantwoording waarvan juist de Nederlandse wetenschap een significante bijdrage kan leveren."

    Volgens Dijkgraaf leert een blik op de Nederlandse Wetenschapsagenda dat de wensen van overheid, bedrijfsleven en wetenschap niet haaks op elkaar staan, maar voor een groot deel in elkaars verlengde liggen. "Vele vragen in de Nederlandse Wetenschapsagenda zijn gemakkelijk in een topsector te plaatsen en het is moeilijk in die agenda een onderwerp aan te wijzen dat geen toegevoegde waarde brengt in maatschappelijke of economische zin."

    "Sta mij toe u mee te voeren naar enkele van deze grenzen die nadere verkenning verdienen. Is het mogelijk in het laboratorium een levende cel te bouwen? Kunnen klimaatvoorspellingen honderd jaar vooruitkijken, of zijn er natuurlijke barrières - zoals ook het weer voor hoogstens tien dagen voorspeld kan worden? Hoe beheersen we de enorme informatiestromen die ons om- en soms zelfs overspoelen? Kunnen we onze elektronica vertrouwen als computers gecontroleerd worden door computers? Is het mogelijk onze verre geschiedenis te herleiden uit de structuur van levende talen? Wat zijn de onderliggende mechanismen van sociale gelijkheid, institutionele vitaliteit of politieke legitimiteit en hoe kunnen we deze versterken?"

    Wetenschap versus politiek

    Al staan de wensen van wetenschap en politiek niet haaks op elkaar, beide werelden zijn volgens Dijkgraaf te ver van elkaar verwijderd en dat heeft geleid tot wantrouwen jegens elkaar. "Op de weg van kennis naar verstandig beleid passeren we een andere grens, die tussen de wetenschap en de politiek. […] Beide werelden opereren in verschillende domeinen van ruimte en tijd. Waar de wetenschapper zijn zinnen zet op een publicatie in bladen als Nature of Science, vestigt de eendagspoliticus zijn hoop op een "nu.nl'etje" -Binnenhofs voor een berichtje op de website nu.nl. In de politiek is de juiste timing - nu - en de juiste plaats - NL - allesbepalend. Uitsluitend het Kamerdebat van vandaag telt; gisteren is lang geleden en morgen nog ver weg. Daarbij is het argument beslissend - vandaar de punt in nu.nl."

    "De wetenschapper probeert kennis te vinden die liefst tijdloos en universeel is, met een open einde. Geen punt dus, maar een vraagteken. Maar als hem door de politicus gevraagd wordt wanneer die kennis relevant is - welk onderwerp zou vandaag op de agenda moeten staan? - dan slaat de nervositeit toe. De wetenschap is bijna per definitie te vroeg of te laat."

    Volgens de KNAW-president hebben Kamerleden geen behoefte aan meer en grotere stapels met wetenschappelijke rapporten, maar aan inzichten die deze stapels konden inkoken tot een handzame synthese. "Daar ligt een schone taak voor ons soort organisaties, zeker als die stapel rapporten tegengestelde meningen en belangen bevat. Om bruggen te slaan over de kolkende grensrivier tussen deze twee werelden zijn stevige bruggenhoofden nodig met een diepe kennisbasis. Dat vergt van beleidsmakers begrip van de werking en de natuurlijke grenzen van de wetenschap. Politici moeten leren 100 procent vertrouwen te kunnen hebben in onderzoekers die zeggen dat ze iets voor 50 procent zeker weten."

    Veerman als Midden-Oosten-vredesproces

    Dijkgraaf ziet op het moment een vermeende strijd tussen autonomie en regie, tussen bottom-up en top-down, terugkomen in twee Haagse dossiers die de komende maanden veel aandacht zullen krijgen: de herziening van het hoger onderwijsstelsel en het bedrijfslevenbeleid, ofwel Veerman en de topgebieden. Zijn opmerkingen zijn ook daarom van belang omdat Dijkgraaf zeer recent met Joop Sistermans en Fons van Wieringen zijn uitwerkingsadvies over Veerman aan OCW heeft aangeboden. De kern van hun voorstellen leest u hier.

    "Oud-president Frits van Oostrom vergeleek het lot van de beleidsagenda van de commissie Veerman onlangs met het vredesproces in het Midden-Oosten. Feit is dat ook de academische gemeenschap hard toe aan is aan concrete stappen. Hoe kunnen we het fijnmazige raamwerk van de wetenschap verstevigen en de kwaliteit van het hoger onderwijs verbeteren, zonder het goede te vervlakken of zelfs te verkwisten?"

    "Feit is dat diversiteit structuren behoeft, stevige raamwerken die het groeien en bloeien ondersteunen. Verstandig beleid onderscheidt daarbij twee dimensies: enerzijds de horizontale verbinding tussen instellingen binnen een enkele discipline en anderzijds de verticale verbinding tussen disciplines binnen een enkele instelling. Tezamen vormen deze schering en inslag het weefsel van de academische gemeenschap. Beide soorten draad moeten verstevigd worden."De

    Universiteit van Nederland versterken

    "De binding tussen disciplines kan versterkt worden door middel van sectorplannen nieuwe stijl, geënt op succesvolle voorbeelden uit heden en verleden. Sectorplannen die gedragen worden door de onderzoekers zelf kunnen door een heldere rolverdeling en duidelijke concentratie van taken de Universiteit van Nederland versterken. Belangrijke randvoorwaarden voor succes daarbij zijn zwaarwegende internationale kwaliteitsoordelen, afstemming op de behoeftes van maatschappij en bedrijfsleven, een duidelijke positiebepaling binnen Europa, en transitiegelden om wrijving te overwinnen."

    "Om de institutionele verbinding te versterken moeten universiteiten en hogescholen een helder profiel kiezen, liefst in regionale samenwerkingsverbanden. Welk onderwijs willen we aan wie aanbieden? Op welke onderzoeksterreinen willen we krachten bundelen? Met welke bedrijven zoeken we verbinding? Deze profilering is het meest natuurlijk bij masterstudies, waar kan worden aangesloten bij onderzoekszwaartepunten en maatschappelijke oriëntaties. Bachelorstudies kunnen juist beter verbreed worden, zodat studenten hun richting gaandeweg kunnen bepalen zonder grote schade op te lopen. Liever een brede ingang en een smalle uitgang dan andersom, zoals nu het geval is."

    "Met een harde knip na de bachelorfase komt het beslismoment veeleer bij de keuze voor een scherp geprofileerde masterstudie te liggen. Strenge toegangseisen bij die poort zullen hun schaduw vooruitwerpen, zodat studenten gemotiveerd zijn de juiste aanloop voor een verre sprong te nemen."

    Het belang van uitvoering van het advies van de commissie Veerman, inclusief de bijbehorende investeringen, kan moeilijk worden overschat, onderstreept de Akademie President. "Het moge dan ook duidelijk zijn dat de KNAW krachtig bij de regering bepleit dat zodra het bestemmen van extra middelen voor het kennissysteem weer bespreekbaar wordt, de staatssecretaris de ruimte krijgt om alle de door de commissie Veerman voorgestelde transities te realiseren."

    Twee voorwaarden voor succes innovatiebeleid

    "Dan dat andere dossier, dat wetenschap en innovatie samenbrengt: het innovatiebeleid en de negen economische topsectoren waarvoor dit kabinet heeft gekozen. Ik zie voor het topsectorenbeleid twee algemene voorwaarden voor succes. Allereerst moeten de plannen van de topteams slim worden vertaald in onderzoeksdaden  Dat betekent dat de korte termijn wordt bediend zonder de middellange termijn te veronachtzamen; dat zorg voor de topsectoren van nu wordt gepaard aan aandacht voor de topsectoren van de toekomst, en dat recht wordt gedaan aan alle fasen van wetenschappelijk onderzoek, van vrij via toepassingsgericht tot en met de toepassing. Als de bovenste punt van de gouden driehoek maar hoog genoeg wordt, past ook het fundamentele toponderzoek er gemakkelijk in. In dat geval kan ook de KNAW met haar instituten een waardevolle bijdrage leveren aan de uitvoering van het topsectorenbeleid."

    "Voorwaarde twee is een adequate wijze van financiering. De rol van de overheid in innovatiebeleid gaat verder dan alleen de juiste randvoorwaarden scheppen. Overal in de wereld, misschien met uitzondering van Silicon Valley, wordt innovatie met publieke middelen direct of indirect gesteund. Zo vloeit een substantieel deel van de enorme Amerikaanse defensie- en gezondheidsbudgetten naar R&D in de high-tech en farmaceutische industrie."

    "Publiek-private samenwerking is een beproefde weg naar succes gebleken, zolang de publieke middelen volgens de hoogste kwaliteitscriteria en in volledige transparantie worden ingezet. […] Succesvolle publiek-private samenwerking veronderstelt dat ook het bedrijfsleven er hartstochtelijk voor kiest. Dat enthousiasme hopen wij, in de vorm van substantiële investeringen, terug te zien bij de uitvoering van het topsectorenbeleid."

    "Het huidige beleid stelt ons in dat opzicht wel voor een probleem, omdat weliswaar gekozen is voor selectief beleid, maar ook voor generieke financieringsbronnen. Nu de aardgasbaten en innovatiesubsidies zijn weggevallen dreigen de topsectoren de grote verliezers te worden. De oplossing is in ieder geval niet onderdelen uit de goedlopende wetenschap te halen, om daarmee de rammelende innovatie op te knappen. We kunnen slechts hopen dat de plannen van de topteams wervend genoeg zijn om het kabinet te enthousiasmeren naar nieuwe financieringsbronnen op zoek te gaan."

    De beste champagne voor zichzelf houden?

    Zoals Dijkgraaf wel vaker doet, herinnerde hij de aanwezigen er nog maar eens aan dat Nederland een groot wetenschapsland is. "Gemeten naar citaties, met alle kanttekeningen die daarbij geplaatst dienen te worden, behoren we net wel of net niet tot de G8, afhankelijk van de peildatum. Ik heb al vaker gememoreerd dat ons land in de Top 3 staat wat betreft impact en productiviteit per onderzoeker. Dit jaar verscheen de studie Knowledge, networks and nations van onze Britse oudere zuster de Royal Society, […]  uit de studie bleek ook andermaal hoe hecht onze grensoverschrijdende contacten zijn. […] Nederlandse wetenschappers weten hun collega's goed te bereiken."

    "Jammer dat dit perspectief met het wegvallen van de Huygensbeurzen (of zoals NEWS het noemde: een nieuwe ambitieboete, red.) voor onze beste studenten vervaagt. Misschien wil dit kabinet, net als de Fransen, de beste champagne voor zichzelf houden? Dat neemt natuurlijk niet weg dat we hopen almaar meer buitenlandse studenten en onderzoekers te mogen verwelkomen."

    "De Wetenschapsagenda is opgesteld met een tijdshorizon van minstens tien jaar, typisch de tijd tussen twee academische generaties. Laten we niet vergeten de toekomst voor die volgende generatie veilig te stellen; een perspectief te bieden voor de promovendi van onze promovendi. Perspectief is het allerminste en het allermooiste wat dit kabinet kan bieden."

    "In het licht van de economische omstandigheden is op de korte termijn gekozen voor saneren van de overheidsfinanciën in plaats van voor een contracyclische investering in de kenniseconomie. Die keuze roept de verplichting op een langetermijnvisie te schetsen. Bied huidige en toekomstige generaties onderzoekers een punt aan de horizon; voorkom dat hun enthousiasme uitdooft en hun kennis verwatert en weglekt."

    De volledige wetenschapsagenda van KNAW is hier te vinden