"Verkozen met een percentage waar Kim Jong-il jaloers op zal
zijn", zo duidde Dijkgraaf zijn herbenoeming met een knipoog. Hij
weet wat hem de komende periode te doen staat. Verleden jaar
presenteerde hij tijdens zijn jaarrede een strategische agenda voor
de KNAW, ditmaal introduceert hij een andersoortige agenda
die nadrukkelijk over de grenzen van de Akademie heenkijkt.
Een unieke poging
De Nationale Wetenschapsagenda noemt hij een unieke poging - "in
ieder geval in de lange geschiedenis van deze Akademie" - van
Nederlandse topwetenschappers om de meest uitdagende
onderzoeksvragen voor de middellange termijn te benoemen. "Het zijn
stuk voor stuk vragen aan de beantwoording waarvan juist de
Nederlandse wetenschap een significante bijdrage kan leveren."
Volgens Dijkgraaf leert een blik op de Nederlandse
Wetenschapsagenda dat de wensen van overheid, bedrijfsleven en
wetenschap niet haaks op elkaar staan, maar voor een groot deel in
elkaars verlengde liggen. "Vele vragen in de Nederlandse
Wetenschapsagenda zijn gemakkelijk in een topsector te plaatsen en
het is moeilijk in die agenda een onderwerp aan te wijzen dat geen
toegevoegde waarde brengt in maatschappelijke of economische
zin."
"Sta mij toe u mee te voeren naar enkele van deze grenzen die
nadere verkenning verdienen. Is het mogelijk in het laboratorium
een levende cel te bouwen? Kunnen klimaatvoorspellingen honderd
jaar vooruitkijken, of zijn er natuurlijke barrières - zoals ook
het weer voor hoogstens tien dagen voorspeld kan worden? Hoe
beheersen we de enorme informatiestromen die ons om- en soms zelfs
overspoelen? Kunnen we onze elektronica vertrouwen als computers
gecontroleerd worden door computers? Is het mogelijk onze verre
geschiedenis te herleiden uit de structuur van levende talen? Wat
zijn de onderliggende mechanismen van sociale gelijkheid,
institutionele vitaliteit of politieke legitimiteit en hoe kunnen
we deze versterken?"
Wetenschap versus politiek
Al staan de wensen van wetenschap en politiek niet haaks op
elkaar, beide werelden zijn volgens Dijkgraaf te ver van elkaar
verwijderd en dat heeft geleid tot wantrouwen jegens elkaar. "Op de
weg van kennis naar verstandig beleid passeren we een andere grens,
die tussen de wetenschap en de politiek. […] Beide werelden
opereren in verschillende domeinen van ruimte en tijd. Waar de
wetenschapper zijn zinnen zet op een publicatie in bladen als
Nature of Science, vestigt de eendagspoliticus
zijn hoop op een "nu.nl'etje" -Binnenhofs voor een berichtje op de
website nu.nl. In de politiek is de juiste timing - nu - en de
juiste plaats - NL - allesbepalend. Uitsluitend het Kamerdebat van
vandaag telt; gisteren is lang geleden en morgen nog ver weg.
Daarbij is het argument beslissend - vandaar de punt in nu.nl."
"De wetenschapper probeert kennis te vinden die liefst tijdloos
en universeel is, met een open einde. Geen punt dus, maar een
vraagteken. Maar als hem door de politicus gevraagd wordt wanneer
die kennis relevant is - welk onderwerp zou vandaag op de agenda
moeten staan? - dan slaat de nervositeit toe. De wetenschap is
bijna per definitie te vroeg of te laat."
Volgens de KNAW-president hebben Kamerleden geen behoefte aan
meer en grotere stapels met wetenschappelijke rapporten, maar aan
inzichten die deze stapels konden inkoken tot een handzame
synthese. "Daar ligt een schone taak voor ons soort organisaties,
zeker als die stapel rapporten tegengestelde meningen en belangen
bevat. Om bruggen te slaan over de kolkende grensrivier tussen deze
twee werelden zijn stevige bruggenhoofden nodig met een diepe
kennisbasis. Dat vergt van beleidsmakers begrip van de werking en
de natuurlijke grenzen van de wetenschap. Politici moeten leren 100
procent vertrouwen te kunnen hebben in onderzoekers die zeggen dat
ze iets voor 50 procent zeker weten."
Veerman als Midden-Oosten-vredesproces
Dijkgraaf ziet op het moment een vermeende strijd tussen
autonomie en regie, tussen bottom-up en top-down, terugkomen in
twee Haagse dossiers die de komende maanden veel aandacht zullen
krijgen: de herziening van het hoger onderwijsstelsel en het
bedrijfslevenbeleid, ofwel Veerman en de topgebieden. Zijn
opmerkingen zijn ook daarom van belang omdat Dijkgraaf zeer recent
met Joop Sistermans en Fons van Wieringen zijn uitwerkingsadvies
over Veerman aan OCW heeft aangeboden. De kern van hun voorstellen
leest u hier.
"Oud-president Frits van Oostrom vergeleek het lot van de
beleidsagenda van de commissie Veerman onlangs met het vredesproces
in het Midden-Oosten. Feit is dat ook de academische gemeenschap
hard toe aan is aan concrete stappen. Hoe kunnen we het fijnmazige
raamwerk van de wetenschap verstevigen en de kwaliteit van het
hoger onderwijs verbeteren, zonder het goede te vervlakken of zelfs
te verkwisten?"
"Feit is dat diversiteit structuren behoeft, stevige raamwerken
die het groeien en bloeien ondersteunen. Verstandig beleid
onderscheidt daarbij twee dimensies: enerzijds de horizontale
verbinding tussen instellingen binnen een enkele discipline en
anderzijds de verticale verbinding tussen disciplines binnen een
enkele instelling. Tezamen vormen deze schering en inslag het
weefsel van de academische gemeenschap. Beide soorten draad moeten
verstevigd worden."De
Universiteit van Nederland versterken
"De binding tussen disciplines kan versterkt worden door middel
van sectorplannen nieuwe stijl, geënt op succesvolle voorbeelden
uit heden en verleden. Sectorplannen die gedragen worden door de
onderzoekers zelf kunnen door een heldere rolverdeling en
duidelijke concentratie van taken de Universiteit van Nederland
versterken. Belangrijke randvoorwaarden voor succes daarbij zijn
zwaarwegende internationale kwaliteitsoordelen, afstemming op de
behoeftes van maatschappij en bedrijfsleven, een duidelijke
positiebepaling binnen Europa, en transitiegelden om wrijving te
overwinnen."
"Om de institutionele verbinding te versterken moeten
universiteiten en hogescholen een helder profiel kiezen, liefst in
regionale samenwerkingsverbanden. Welk onderwijs willen we aan wie
aanbieden? Op welke onderzoeksterreinen willen we krachten
bundelen? Met welke bedrijven zoeken we verbinding? Deze
profilering is het meest natuurlijk bij masterstudies, waar kan
worden aangesloten bij onderzoekszwaartepunten en maatschappelijke
oriëntaties. Bachelorstudies kunnen juist beter verbreed worden,
zodat studenten hun richting gaandeweg kunnen bepalen zonder grote
schade op te lopen. Liever een brede ingang en een smalle uitgang
dan andersom, zoals nu het geval is."
"Met een harde knip na de bachelorfase komt het beslismoment
veeleer bij de keuze voor een scherp geprofileerde masterstudie te
liggen. Strenge toegangseisen bij die poort zullen hun schaduw
vooruitwerpen, zodat studenten gemotiveerd zijn de juiste aanloop
voor een verre sprong te nemen."
Het belang van uitvoering van het advies van de commissie
Veerman, inclusief de bijbehorende investeringen, kan moeilijk
worden overschat, onderstreept de Akademie President. "Het moge dan
ook duidelijk zijn dat de KNAW krachtig bij de regering bepleit dat
zodra het bestemmen van extra middelen voor het kennissysteem weer
bespreekbaar wordt, de staatssecretaris de ruimte krijgt om alle de
door de commissie Veerman voorgestelde transities te
realiseren."
Twee voorwaarden voor succes
innovatiebeleid
"Dan dat andere dossier, dat wetenschap en innovatie
samenbrengt: het innovatiebeleid en de negen economische
topsectoren waarvoor dit kabinet heeft gekozen. Ik zie voor het
topsectorenbeleid twee algemene voorwaarden voor succes. Allereerst
moeten de plannen van de topteams slim worden vertaald in
onderzoeksdaden Dat betekent dat de korte termijn wordt
bediend zonder de middellange termijn te veronachtzamen; dat zorg
voor de topsectoren van nu wordt gepaard aan aandacht voor de
topsectoren van de toekomst, en dat recht wordt gedaan aan alle
fasen van wetenschappelijk onderzoek, van vrij via
toepassingsgericht tot en met de toepassing. Als de bovenste punt
van de gouden driehoek maar hoog genoeg wordt, past ook het
fundamentele toponderzoek er gemakkelijk in. In dat geval kan ook
de KNAW met haar instituten een waardevolle bijdrage leveren aan de
uitvoering van het topsectorenbeleid."
"Voorwaarde twee is een adequate wijze van financiering. De rol
van de overheid in innovatiebeleid gaat verder dan alleen de juiste
randvoorwaarden scheppen. Overal in de wereld, misschien met
uitzondering van Silicon Valley, wordt innovatie met publieke
middelen direct of indirect gesteund. Zo vloeit een substantieel
deel van de enorme Amerikaanse defensie- en gezondheidsbudgetten
naar R&D in de high-tech en farmaceutische industrie."
"Publiek-private samenwerking is een beproefde weg naar succes
gebleken, zolang de publieke middelen volgens de hoogste
kwaliteitscriteria en in volledige transparantie worden ingezet.
[…] Succesvolle publiek-private samenwerking veronderstelt dat ook
het bedrijfsleven er hartstochtelijk voor kiest. Dat enthousiasme
hopen wij, in de vorm van substantiële investeringen, terug te zien
bij de uitvoering van het topsectorenbeleid."
"Het huidige beleid stelt ons in dat opzicht wel voor een
probleem, omdat weliswaar gekozen is voor selectief beleid, maar
ook voor generieke financieringsbronnen. Nu de aardgasbaten en
innovatiesubsidies zijn weggevallen dreigen de topsectoren de grote
verliezers te worden. De oplossing is in ieder geval niet
onderdelen uit de goedlopende wetenschap te halen, om daarmee de
rammelende innovatie op te knappen. We kunnen slechts hopen dat de
plannen van de topteams wervend genoeg zijn om het kabinet te
enthousiasmeren naar nieuwe financieringsbronnen op zoek te
gaan."
De beste champagne voor zichzelf houden?
Zoals Dijkgraaf wel vaker doet, herinnerde hij de
aanwezigen er nog maar eens aan dat Nederland een groot
wetenschapsland is. "Gemeten naar citaties, met alle kanttekeningen
die daarbij geplaatst dienen te worden, behoren we net wel of net
niet tot de G8, afhankelijk van de peildatum. Ik heb al vaker
gememoreerd dat ons land in de Top 3 staat wat betreft impact
en productiviteit per onderzoeker. Dit jaar verscheen de studie
Knowledge, networks and nations van onze Britse oudere
zuster de Royal Society, […] uit de studie bleek ook
andermaal hoe hecht onze grensoverschrijdende contacten zijn. […]
Nederlandse wetenschappers weten hun collega's goed te
bereiken."
"Jammer dat dit perspectief met het wegvallen van de
Huygensbeurzen (of zoals NEWS het noemde: een nieuwe ambitieboete,
red.) voor onze beste studenten vervaagt. Misschien wil dit
kabinet, net als de Fransen, de beste champagne voor zichzelf
houden? Dat neemt natuurlijk niet weg dat we hopen almaar meer
buitenlandse studenten en onderzoekers te mogen verwelkomen."
"De Wetenschapsagenda is opgesteld met een tijdshorizon van
minstens tien jaar, typisch de tijd tussen twee academische
generaties. Laten we niet vergeten de toekomst voor die volgende
generatie veilig te stellen; een perspectief te bieden voor de
promovendi van onze promovendi. Perspectief is het allerminste en
het allermooiste wat dit kabinet kan bieden."
"In het licht van de economische omstandigheden is op de korte
termijn gekozen voor saneren van de overheidsfinanciën in plaats
van voor een contracyclische investering in de kenniseconomie. Die
keuze roept de verplichting op een langetermijnvisie te schetsen.
Bied huidige en toekomstige generaties onderzoekers een punt aan de
horizon; voorkom dat hun enthousiasme uitdooft en hun kennis
verwatert en weglekt."
De volledige wetenschapsagenda van KNAW is hier te vinden