• A
  • A
  • Wennen aan bijpraten

    - Martin Paul kwam via San Diego, Harvard en Berlijn naar Maastricht. Hij is de eerste Duitse collegevoorzitter en geniet – soms monkelend, soms verbaasd – van het Nederlandse HO. “Een beslissing is hier niet het slot van een discussie. Eerder het begin van allerlei debatten.”



    De nieuwe CvB-voorzitter van de Universiteit Maastricht lijkt in niets op zijn voorganger Jo Ritzen. De tanige, kwikzilverige oud-minister en agent provocateur is opgevolgd door een grote, forse medicus en voormalige voorzitter van de Europese decanenkoepel DEAN. En toch worden hun overeenkomsten helder naar mate het gesprek vordert. Allereerst een fascinatie voor en verleden in het Amerikaanse universitair bestel.

    Iets einmaliges

    Martin Paul studeerde in San Diego en ging daarna naar Harvard om er alles te weten te komen over hart en bloedvaten en de medicijnen tegen aandoeningen aan die cruciale levensorganen. "Ik had daar heel goed kunnen blijven hangen, dat klopt. Mijn vrouw heb ik in Boston ontmoet, dus dat schiep ook een band." Maar toen kwam 'die Wende'. De Duitse medisch onderzoeker kon in het herenigde Berlijn een droom helpen realiseren.

    "De medische faculteiten van de West- en Oost-universiteit moesten samengebracht worden. In 1994 kon ik daar beginnen dat stuk van onze eenwording te helpen realiseren. Geen kleinigheid, want in de universitaire organisatie en cultuur van de DDR maar ook in West-Berlijn was er heel wat aanwezig waar  vergaande verandering nodig was. We noemen het niet voor niets 'die Wende', de hereniging van ons land. Ik kon toen decaan worden en we hebben er enorm aan getrokken, al onze energie in gestoken. In 15 jaar werd de Charité zo van een door een communistische cultuur  gevormd instituut tot de nummer één op medisch terrein in Duitsland. Zoiets helpen ontstaan, het is iets einmaliges dat je in je leven zo'n kans krijgt!"

    MartinPaul

    Na 15 jaar keek manager en decaan Paul wel af en toe naar zijn eigen Werdegang. "En nu? Dat vroeg ik me wel af soms. Ik was 50 en moest me afvragen, zou ik nog nieuwe wegen inslaan, of de komende jaren nog wat voorzitterschappen in mijn vak, een paar mooie bestuursposten of zoiets zou doen. Ik was niet van plan op te stappen, die kant ging het niet op toen."

    Geen Louis van Gaal

    En toen kwam er een e-mail binnen uit Maastricht: of hij decaan van de medische faculteit en het UMC wilde worden, van een sterk Europese, op onderwijsvernieuwingen gerichte universiteit?

    "Sincerely, Jo, daarmee sloot de mail af. Dat informele, dat intrigeerde. Ik had Ritzen nog nooit ontmoet! Wel was mijn relatie met Nederland erg goed, we werkten vaak samen met universiteiten hier, zo als Groningen en ook Maastricht." Ritzen bleek een lijstje te hebben gemaakt van de toonaangevende medische decanen in Europa en Amerika en ingeschat te hebben bij wie een mail  een goede  kans zou maken. Uit die namenlijst benaderde Ritzen er een paar.

    "Hij heeft een gok gewaagd, om te zien waar er mogelijkheden waren. Ik was voldoende geïnteresseerd in zijn verrassende vraag om het gesprek aan te gaan. Jo kwam daarop naar Berlijn, strikt vertrouwelijk, en nam de voorzitter van de Gezondheidsraad mee voor het gesprek. Dat gaf meteen aan, dat de functie in Maastricht er een op een hoog niveau zou zijn. Dat ik in Berlijn niet direct weg hoefde, bleek wel op de dag van onze eerste ontmoeting. De Charité maakte net toen bekend, dat  we voor €120 miljoen aan nieuwe investeringen konden realiseren in de neurowetenschappen."

    En toch koos Martin Paul toen voor Maastricht. "Het nieuwe trok me, het was echt een nieuwe stap en een uitdaging." Lachend voegt hij een Duits-Nederlandse metafoor toe: "Ik wilde geen Louis van Gaal worden, iemand die in een situatie terecht komt waarin hij alleen maar minder kan gaan presteren na wat hij daarvoor bereikt had…"

    Polderen deed ik al

    Als decaan en nu als collegevoorzitter onderging hij een culturele en beleidsmatige onderdompeling. Hij zegt enerzijds niet zo heel veel, diepgaande verschillen te beleven tussen het Duits en het Nederlands hoger onderwijs. "Polderen bijvoorbeeld, dat vind ik niet zo merkwaardig. In Berlijn deed ik dat al, het bouwen aan en onderhouden van goede netwerken. Zoiets is in zo'n stad met grote historische en culturele verschillen gewoon noodzakelijk, dus zo'n werkstijl had ik al."

    Maar al pratende komen de eigenaardigheden van cultuur en stijl in Nederland toch wel op tafel. Martin Paul lacht als hij vertelt over een les die hij echt heeft moeten leren: 'bijpraten'. "In een vergadering ging ik er altijd vanuit dat je met elkaar to the point alles doorneemt, zodat iedereen weet wat hem te doen staat en ook volop input kan hebben. Tot slot kun je dan wat informeler nog een rondvraagrondje doen voor suggesties en aandachtspunten voor volgende meetings. Maar in Nederland gaat dat anders. Je begint met koffie en men gaat dan met elkaar bijpraten. Komt er van alles op tafel, ook buiten de agenda en als voorzitter weet je dus eigenlijk niet wat je moet doen. Moet ik zelf punten gaan noemen? Moet ik dingen concluderen of juist afkappen? Dat heb ik moeten leren, dat bijpraten. Nu ben ik het gewend en zie ook de charme er van in."

    Afspraken maken en beslissingen nemen, dat gaat bij Nederlanders ook een beetje anders. "Dat gaat hier soms heel informeel, mondeling. Dan zegt iemand tegen me 'met je voorganger hebben we afgesproken, dat ik…' en dan blijkt dat nergens gedocumenteerd te zijn. Die afspraak is dan wel gemaakt en men werkt er ook goed mee, maar ik merk dan dat ik daar een beetje Duits in blijf. Als er zo'n afspraak is, dan wil ik die toch wel graag even netjes vastgelegd zien….."

    Uithangbord?

    Sowieso is die informele kant zowel plezierig als bewerkelijk. Processen van besluitvorming hebben hun eigen dynamiek in Nederland, zegt Paul. "Een beslissing is hier niet de afronding, het vorm niet het slot van de discussie. Vaak lijkt het eerder het begin! De beslissing is als een uitnodiging tot allerlei vervolgdebatten. Dat is iets waar je als Duits bestuurder wel aan moet wennen. Het is een spel dat je moet leren. Nu ken ik dit en is het zelfs leuk om dat dan zo te spelen. Ook dat hoort bij dat polderen."

    Het collegevoorzitter zijn is ook een eigen, echt Nederlandse functie. Die rol is anders dan elders, zo stelt Paul vast. "In Duitsland kijken ze je met grote ogen aan: de universiteit heeft zowel een president als een rector? Hoe kan dat goed gaan? Die moeten toch hetzelfde doen? In Amerika is de president van de universiteit weer een heel andere figuur, veel meer een uithangbord. Die moet bij de fondsenwerving en de netwerken punten scoren."

    Zelf vindt hij het Nederlandse bestuur eigenlijk heel aantrekkelijk. "De nadruk ligt op collegiaal werken, met het bestuur als één club die het samen waarmaakt. We kijken dan vooral naar wie welke rol binnen dat bestuur het beste kan vervullen en maken daar collegiale afspraken over. Ik houd niet zo van die stereotype rolverdelingen in een bestuur. In collegialiteit kun je veel beter taken verdelen op basis van de kennis en kunde, de affiniteit met vraagstukken."

    Na de dynamische jaren onder Jo Ritzen is de UM in de ogen van zijn opvolger "volwassen geworden". Oude beelden over het academisch onderwijs in Maastricht zijn daarmee aan het verdwijnen en dat vindt hij ook goed, in het licht van 'Veerman'. "We zijn veel meer dan een goede leverancier van bacheloronderwijs. Soms weet men dat nog niet. Toen recent de beoordeling van onze masters heel goed bleek te zijn, werd dat in de media 'verrassend' genoemd. Dat vond ik wel grappig. Die mensen hadden niet zo goed opgelet blijkbaar."

    Kwaliteit van leven

    Met die goede reputatie - door het toonaangevende CHE nog eens fors onderstreept - kan de UM bij 'Veerman' belangrijke stappen vooruit zetten, meent Paul. "Juist nu kunnen we scherpe keuzes maken, ook bij de speerpunten van ons onderzoek. Dat vertalen we dan naar ons onderwijsaanbod en naar de maatschappelijke en internationale relaties rond dat onderwijs en onderzoek. Voor onze universiteit is dat misschien ook minder lastig dan bij collega's. Wie binnen het universitair onderwijs 'alles in huis heeft', die heeft het veel moeilijker om met het rapport-Veerman in de hand tot zulke scherpe keuzes en speerpunten te komen."

    Het aanscherpen van de focus ziet de nieuwe collegevoorzitter primair gebeuren op drie thema's. Die zijn bewust niet specifiek gebonden aan faculteiten, maar wel aan benaderingen van het onderwijs en onderzoek van de hele universiteit. "Allereerst leggen we het accent op 'de kwaliteit van het leven.' Daarin komt veel meer aan de orde dan een klassiek-medische benadering. Dat raakt ook de verbinding van de zorg met recht en met business. Hoe organiseer je de opvang van zeer oude mensen? Hoe benader je ethische aspecten bij de zorg, ook in juridische zin? En zo zijn er nog veel meer aspecten, die de verschillende disciplines uit heel de universiteit en het UMC bijeenbrengen."

    Samen met de twee andere thema's "Europa en de globaliserende wereld" en "Innovatie en leren", vormt dit de verbindende onderzoekslijnen van de universiteit. "Daarom moeten we ook zulke dingen durven doen als een 'science college' en intensieve vormen van regionale samenwerking met bedrijven en kennisinstellingen als bij Chemelot. Daar kun je zulke innovaties concreet maken. Ook hier zullen het UMC en de universiteit nog veel meer samen gaan optreden. Als kenniscentra en opleidingscentra is het toch vreemd als deze twee apart zouden opereren? Op elk van die drie kernthema's zijn zij juist bestuurlijk en inhoudelijk sterk met elkaar verbonden."

    Return on investment

    Een voorbeeld van dit soort onderwerpen is hoe een land als het onze - en een regio als Limburg - om moet gaan met de demografische omslag. "Ja 'de krimp' raakt al dit soort punten, waar wij als universiteit een zwaartepunt van maken. We bouwen bijvoorbeeld samen met het Maastricht UMC aan een centrum voor 'de technologie van de zorg' als deel van de Maastricht Health Campus. Kernidee daarvan is dat we zouden moeten toewerken naar een ziekenhuis zonder bedden, naar het omgaan met zieke en oudere mensen op een wijze die hen niet volstrekt afhankelijk maakt. Want iedereen zal moeten leren inspelen op de vergrijzing en op de zorgen die mensen daar over hebben."

    Een universiteit en medisch centrum hebben daarbij bovendien de opdracht naar veel bredere partnerschappen te kijken dan men vanouds gewend was, onderstreept Paul. "Dat zijn niet alleen maar andere instituties in de zorg. Een dergelijk centrum moet intensief uitwisselen met bedrijven in hightech sfeer, met verzekeraars, met regionale overheden enzovoorts. De maatschappelijke 'return on investment' van zulke knooppunten is heel hoog. Zij leiden tot nieuwe kennis en inzichten zonder welke de oplossingen van die vraagstukken niet zullen lukken."

    Kaasschaven?

    Het is deze manier van kijken naar de rol van kennisinstellingen die de nieuwe UM-voorzitter positief doet reageren op de 9 topgebieden die minister Verhagen heeft geïdentificeerd. "Ik vind die keuze wel slim. Zo focus aan te brengen kan best helpen. Maar de vraag moet je dan wel nog sterker stellen: 'hoe investeren we daar nu concreet in?' Op het gebied van de Life Science bijvoorbeeld kan wat steviger aangegeven worden dat dit sterk gericht moet zijn op meer focus voor gezondheid en 'healthy ageing'. Het is nu nog wat algemeen en de focus ligt op bedrijven, maar zonder dat  daar scherper in gekozen is. Kennis, kunde kassa is op zich een prima benadering, maar als dat ertoe leiden zou dat je die maatschappelijke return on investment niet ziet komen, dan ga je aanzienlijke opbrengsten missen."

    "Recent voerden wij een brainstorm uit op dat terrein. Toen bleek dat zeer grote besparingen in de gezondheidszorg en verbeteringen in de levenskwaliteit van mensen mogelijk zijn door zeer gericht te werken aan preventie. Wat je dan doet is investeren in mensen die juist nog geen patiënt zijn."

    "Dat vereist een sprong in het denken over hoe je investeert, maar zo durven kijken is effectiever dan te denken in de vorm van kaasschaven." Een Duitse collegevoorzitter, die het woord kaasschaven al kent. Dat is wel echt Nederlands.

    Martin Paul spreekt op 29 en 30 november op het Nationaal Hoger Onderwijs Congres (NHOC).Het volledige programma van het NHOC leest u binnenkort opScienceGuide. Ook is het mogelijk om nu alvast uw plaats te reserveren of de brochure aan te vragen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met SBO-congresadviseur Leanne Visser op telefoonnummer 040-297 27 93.


    Gerelateerd nieuws:
    22 augustus  NVAO waarschuwt universiteiten
    22 augustus  Lerende docenten gezocht
    21 augustus  HBO rijdt niet mee
    19 augustus  Vrouwen gevraagd
    19 augustus  Wetenschapper wil online zichtbaar zijn
    18 augustus  Geen sprake van einde aan VU