• A
  • A
  • Hoger Onderwijs wil zelf weinig leren

    - Ferdinand Mertens is onstuitbaar. Na zware ziekte kwam hij terug als TU Delft hoogleraar en denker over toezicht, verantwoordelijkheid, hoger onderwijs en elke publieke sector die zich moet legitimeren. Met een groot congres zwaait hij nu af als professor, maar de oud-Inspecteur Generaal van het Onderwijs is niet klaar met denken. “Inholland is de Onur Air van het onderwijs geworden.”

    "Ik bengelde met mijn beentjes wel een tijdje vlak boven de afgrond," zegt Mertens over de jaren dat operaties, chemokuren en revalidaties zijn lot waren. "Maar sinds maart ben ik weer aan het werk! Kijk eens buiten, de zon schijnt. We hebben hier een mooie campus, ook nog. Daar kan ik van genieten. Vorige week keek ik geamuseerd naar  de web-uitzending van de 'ronde tafel hoorzitting' over het HBO in de Tweede Kamer. Ik dacht - misschien toch weer te naïef - zou dit het begin zijn van een reflectieproces of van snelle maatregelen?" 

    U leest hier de indringende reactie van gasthoofdredacteur Jet Bussemaker, de rector van de Hogeschool van Amsterdam, op Mertens' analyse en metaforen voor de problemen in het HBO, bij Inholand en het HO in den brede.

    Stukje verder nadenken graag 

    Mertens noemt de kritische doordenking en de oprispingen en opwinding over het HBO "een stukje zinvolle diagnostiek van het hoger onderwijs." Dat Kamer, kabinet en koepels met elkaar en zichzelf worstelen over de ziektebeelden en diagnoses vindt hij dan ook helemaal niet zo erg.

    "Maar de dag na die hoorzitting werd de oplossing al gepresenteerd, een pakket ingrepen vanuit OCW. Toen dacht ik toch 'zou een stukje verder nadenken niet productief zijn geweest?' Waarom zorgt de bewindsman niet voor een procesarchitectuur voor de manier waarop we met elkaar dit vraagstuk serieus gaan bespreken? En dat graag met een einddatum voor het scherp trekken van conclusies." 

    Ferdinand Mertens neemt afscheid als hoogleraar na een loopbaan op allerlei terreinen en sectoren van bestuur en wetenschap. Op het ministerie van O&W was hij beleidsdenker en uitdieper  voor de roemruchte HOAK-nota en WHW. Later werd hij er plaatsvervangend Secretaris Generaal en daarna als Inspecteur Generaal de chef van de onderwijsinspectie. Zijn toonaangevende rol als denker over én uitvoerder van toezichttaken leidde ertoe, dat hij vervolgens inspectiechef werd in een totaal andere wereld: die van luchtvaart, scheepvaart en andere mobiliteit bij Verkeer en Waterstaat. Zo kwam hij ook in de Ongevallenraad van Pieter van Vollenhoven. Geen crash ging meer aan Mertens voorbij, kortom. 

    Zijn ervaringen met het toezicht op mammoettankers en cowboys van het vliegwezen hebben zijn blik op autonomie, toezicht en publieke verantwoording in het HO nieuwe kleur en scherpte gegeven. Voor het VSNU-café van 23 juni bieden zijn inzichten dan ook een veelheid van agendapunten en plaagstootjes.

    "Ik las de presentaties die gehouden zijn bij het jubileum '25 jaar VSNU'.… tsjonge, wat liep dat over van tevredenheid met zichzelf. Kysia Hekster was daar een verademing tussendoor! Kon men niet beter doordenken hoe men de komende 25 jaar verder veranderen moet? Nu begrijp ik zoiets beter dan 10 jaar geleden, dat geef ik ook wel toe, hoor."

    Mammoettankers naar veilige havens

    Bij de ontwikkeling van het HO-bestel onder Deetman was Mertens al bezig met zeescheepvaart, met moeilijk beweegbare tankers op weg naar veilige havens. Hij bepleitte een meer divers hoger onderwijs met meer smaken dan enkele klassieke Humboldtiaanse universiteiten naast een paar TH's en vele honderden beroepsscholen. "Ik was voor variëteit en als je dat wilt dan moet je decentraliseren. De spanning tussen uniformiteit en verscheidenheid is een voortdurend verschijnsel."

    De grote winst van het HOAK-beleid moge voor een ieder dan helder zijn, Mertens wil ook een kritische blik op de onvoorziene effecten. Al was het maar omdat met 'Veerman' "de echte strategische keuzen van de HO-instellingen tot uitdrukking zullen komen in de vervlechtingen waarin zij zich het meest zullen ontwikkelen en profileren. Welke koppelingen met je omgeving heb je en waar zit je feitelijk echt in vervlochten? Dat zegt toch het meeste over welke profilering en welke kwalitatieve zwaartepunten je hebt."

    Een onvoorzien nadeel van de grotere variëteit van het hoger onderwijs van vandaag noemt hij, dat "elk verschil in aanpak en uitkomsten wordt afgedaan met 'zo doen wij dit nu eenmaal.' Dat kan letterlijk een dooddoener blijken te zijn. In een meer centraal gestuurd systeem moet je daarentegen elke afwijking die je nastreeft wel eerst weten te bevechten. Die moet je als het ware veroveren! Dat biedt op zich al redenen tot debat in het bestel. Ook zonder centrale sturing moet strijd om de waarde van de 'afwijking' terugkomen, meen ik."

    De diversiteit in het HO zorgde voor nog iets, dat zowel leuk als lastig werd. "Mannetjesputters gingen de nieuwe universitaire en HBO-organisaties trekken en die hebben weinig aanleg voor discussie. Zij zeggen wel het nodige tegen elkaar, maar dat is iets anders."

    Men wil niet weten wat speelt of werkt

    Dit ging Mertens te meer opvallen toen hij in 2000 de onderwijssector verliet en elders inspectie en toezicht ging inrichten. "De onderwijswereld is weinig geïnteresseerd in wat je kunt leren uit andere terreinen. Dat vind ik een opvallend signaal. Men wil ten diepste niet weten wat elders speelt, of wat elders goed werkt. Het ontbreekt ook aan wat de Duitsers zo mooi 'eine kritische Öffentlichkeit" noemen. Iedereen zit in zijn eigen burcht, fijn gedecentraliseerd. De universitaire blaadjes waren vroeger interessant, maar zijn dat nauwelijks nog. Jullie doen bij ScienceGuide op het web je best, maar de andere media zijn afwezig."

    "De zeescheepvaart is bij het toezicht bijvoorbeeld reuze interessant. Het is echt een wereldsector en men heeft zich over heel de aardbol aan elkaar verplicht met fundamentele afspraken over 'kwaliteit' 20 à 30 jaar was het wildwest op de oceanen, met scheepsrampen als die bij Alaska en voor de Spaanse kust. Nu is er een scherp inspectiesysteem, afgesproken is waar iedereen altijd naar moet kijken. Dus als je het goed op orde hebt, is dat direct zichtbaar en kost het toezicht ook niet veel, tijd én geld. Tegelijk is heel duidelijk afgesproken hoe en wanneer je het systeem van toezicht kunt wijzigen: alleen als deel van een vaste beleidscyclus, op de jaarlijkse conventie. Niet door tussentijds te rommelen in de uitvoering van inspecties en afspraken over het toezicht."

    Nog twee punten stipt Mertens als goede suggesties aan: men kan in de zeescheepvaart altijd een second opinion eisen voor een inspectieonderzoek en er is een wereldwijd educatiestelsel ontwikkeld voor toezichthouders. "Het is echt een leuke sector, die enorme tankers zijn net hogescholen. Ik behandelde zo'n kapitein altijd net als een collegevoorzitter. De eerste keer dachten ze 'zo'n theoreticus zal hier wel weinig van snappen.' Maar ik kwam binnen en dacht: 'Die kapitein, dat is net Jan Karel Gevers, net Jan Veldhuis!' Ik was er meteen thuis…"

    Onur Air

    Op die schepen is de inspectie altijd "heel hands on. Als ik sleutelfiguren aan boord wilde spreken om zaken te toetsen en vergelijken, dan werden ze meteen opgeroepen. Ik wilde steeds de mensen zien en bevragen die bij de systemen aan boord het verschil moesten maken vanuit hun vak. Dus ook de chef-kok bijvoorbeeld!"

    Mertens straalt als hij vertelt hoe leuk hij dit werk vond, juist vanuit theoretisch perspectief en de analytische opdracht achter het uitvoeren van goed toezicht. "Zoiets is leerzaam voor andere sectoren. Organiseer het liefst zelf je kritische instantie en het debat dat je daaromtrent nodig zult blijven hebben."

    Ook de luchtvaart ziet hij hier als educatief exempel voor HBO en WO. "Je zult afspraken over toetsing en toezicht moeten maken die voor iedereen en 'in elk land' geldig zijn. Het moet daarom multilateraal gebeuren! Want ga maar na: als het ene land jou wel wil laten landen en een buurland daarvan dat ineens weigert, dan wordt vliegen heel riskant. Dan maken bepaalde landen of luchthavens van jouw vliegtuig plotseling een zwart schaap, dat nergens meer veilig terecht kan. In toezicht is daarom maatschappelijk vertrouwen een fundamenteel uitgangspunt."

    Al verhalend over een Turkse 'pricefighter' die in ons land niet meer mocht landen, maar elders wel, komt er een ondeugende grijns om zijn lippen. "In die casus zag je dat binnen de luchtvaart de onderlinge afspraken als zodanig in het geding kwamen. Onur Air werd een zwart schaap gemaakt en toen moest de sector zelf oppakken hoe men met de consequenties daarvan omging. Daar moet men zoiets een plek geven en concluderen wie er dan moet handelen. Inholland is de Onur Air van het hoger onderwijs gemaakt. En nu moeten de sector en OCW zich beraden wat dat voor henzelf betekent."

    Rijkdom van het onvoltooide

    De ervaring en inzichten uit zo'n variëteit van sectoren en wereldwijde systemen van borging en afspraken over kwaliteit en toezicht maken Mertens' afscheidscongres dan ook een moment van rijke en ver reikende reflectie. Ook elders ziet men hoe wezenlijk doordenking van toezicht en maatschappelijk vertrouwen is in een geglobaliseerde, hightech samenleving. "Voortdurend komen hier nu ziekenhuisdirecties langs om te leren van de veiligheidssystemen die in de luchtvaart zijn ontwikkeld. Dat is spannend werk, voor hen en voor ons."

    "Onze opdracht als wetenschap is het toch steeds het debat zo te organiseren dat je via abstrahering van situaties en lessen daaruit tot serieuze analyse en toepassing kunt komen. Dat moet je leren. Dat zal de kern van mijn rede aan het slot zijn, op 22 juni." Diezelfde dag, gistteren, verscheen ook Mertens nieuwe boek, 'Inspecteren - Toezicht door Inspecties' bij SFU. Zoals gezegd, de man is onstuitbaar.

    Wat Mertens al die jaren, ook bij het hoger onderwijsbeleid op O&W, het meest geleerd heeft? Hij kijkt weer even naar buiten, naar die zonnige campus en zegt dan "Het kunnen aanvaarden van onvolmaaktheid. Die OESO-review van toen had zo'n mooie dichtregel als titel: 'Rijkdom van het onvoltooide'. Wat ik mezelf daarom maar voorhoud, is die dialoog uit een stuk van Brecht, waarin de ene figuur vraagt: 'Was machen sie?' en de andere zegt: 'Ich bereite meinen nächsten Irrtum vor.'"