• A
  • A
  • Naar een nieuwe manier van publiceren?

    - Het peer-review systeem van wetenschappelijk publiceren is hopeloos verouderd, betoogt post-doc onderzoeker Eva Teuling van het UMCG. De review-commentaren zijn vaak niet relevant en staan het vergroten van de kennis en het delen van gegevens in de weg. Moeten we naar een nieuwe manier van publiceren?

    "In april verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature een commentaar van de Nederlandse moleculair bioloog Hidde Ploegh, die werkt op het prestigieuze MIT in Boston. Deze gerenommeerde wetenschapper, die een hoop artikelen heeft gepubliceerd in de allerbeste tijdschriften, veegde de vloer aan met het huidige algemeen "geaccepteerde" systeem van het publiceren van onderzoeksresultaten: peer-review.

    Liever NRC dan dorpskrantje

    Voor de niet-praktiserend wetenschappers onder de lezers van dit artikel een korte uitleg over dit systeem (zie ook artikelen hierover op wetenschapsblog Sciencepalooza: deze en deze). Als onderzoeker heb je een idee of een hypothese, je bedenkt slimme experimenten om je hypothese te testen, en na jaren zweten in het lab, door databases graven of patiëntengegevens verzamelen heb je genoeg gegevens verzameld. Je schrijft hierover een mooi artikel en stuurt dit op naar een tijdschrift. Je kiest een tijdschrift dat past bij jouw vakgebied, maar kijkt ook naar de kwaliteit.

    Wetenschappelijke tijdschriften worden geclassificeerd aan de hand van hun impact factor, namelijk hoe vaak artikelen uit zo'n tijdschrift geciteerd worden. Een zichzelf respecterende journalist schrijft ook liever voor het NRC dan voor het dorpskrantje, dus je kiest een tijdschrift uit met een redelijk hoge impact factor.

    Bij dit tijdschrift leest een editor het artikel door (nou ja, vaak alleen de samenvatting) en besluit of het interessant genoeg is. Zo niet, dan krijg je onmiddellijk bericht terug: rejected! Maar, geen angst, je had wat hoog gegokt dus je gaat een stapje terug in impact factor en stuurt je artikel naar een ander tijdschrift. Daar vindt de editor het wel interessant genoeg en je artikel wordt doorgestuurd naar een paar wetenschappers (de reviewers) uit (ongeveer) hetzelfde vakgebied die je artikel kritisch lezen, kijken of er geen fouten in zitten en die suggesties kunnen doen om het beter te maken (revisions). Vervolgens rapporteren zij terug aan de editor, die een besluit maakt: accept, reject of reject with revisions. Dit proces heet peer-review, en op deze manier klinkt het als een goed systeem, maar er zitten nogal wat haken en ogen aan.

    Dansen naar de pijpen van reviewers en editors

    Want een reviewer heeft altijd commentaar en stelt bijna altijd extra experimenten voor die gedaan moeten worden om het artikel te mogen publiceren. En dit is wat Hidde Ploegh hekelt aan dit systeem - volgens hem zijn de review-commentaren lang niet altijd even relevant, kosten ze de onderzoeker heel veel tijd en geld en levert het de wetenschap niet eens echt wat op. Maar ja, als je het niet doet, dan komt je artikel zeker niet in dit mooie tijdschrift... dus schoorvoetend begeef je je weer naar het lab, werk je een aantal maanden aan de gesuggereerde experimenten en stuur je de gereviseerde versie op. Met de hoop dat het nu wel goed genoeg is, want zeker is dit niet: soms worden in de volgende ronde wéér experimenten voorgesteld. Dit proces kan zo tot een aantal jaar duren - en nog steeds is er een kans dat je artikel wordt afgewezen.

    Maar zijn "we" (als wetenschappers) hier niet een beetje afgeweken van het originele doel van de wetenschap? Wilden we niet graag weten hoe iets werkt? Iets uitvinden, iets ontdekken, iets uitzoeken - en dat was gelukt! Maar om het zo goed mogelijk te kunnen publiceren dansen we naar de pijpen van de reviewers en de editors, en besteden we onze kostbare tijd en geld (vaak van overheidsinstanties en goede-doelenfondsen) aan misschien wel nutteloze experimenten.

    Wetenschap vanuit nieuwsgierigheid

    Moeten we niet terug naar het originele proces van de wetenschap: vanuit nieuwsgierigheid gedreven zoeken we iets uit wat we willen delen met vakgenoten - in plaats van: ik heb iets gevonden maar ik hou het zo lang mogelijk geheim omdat anders iemand anders er met mijn idee vandoor gaat. Hierdoor bestaat nu ook de de kans dat meerdere mensen hetzelfde werk doen terwijl er maar één de publicatie in dit toptijdschrift kan krijgen. De snelste wint, maar of dit altijd de beste is, valt te betwijfelen.

    Volgens Hidde Ploegh zouden reviewers bij het voorstellen van experimenten ook moeten kijken naar de kosten die hieraan verbonden zijn en naar de relevantie van de experimenten voor de vergroting van de algemene kennis. De afgelopen jaren verschijnen er tijdschriften, zoals de PLoS Currents, waarbij het review-systeem anders is: in principe kan alles gepubliceerd worden, zolang de experimenten goed gedaan zijn. Suggesties van de reviewers kun je uitvoeren als je dit wilt en later je artikel updaten.

    Deze PLoS Currents, waarvan er nu vier bestaan, zijn een eerste indicatie dat het ook anders kan. Zou dit het begin zijn van een nieuwe manier van publiceren, waarbij het delen van gegevens met elkaar, en het vergroten van de kennis over een onderwerp, belangrijker is  dan de impact factor? Zo zou het, volgens mijn idealistische idee van de wetenschap, eigenlijk moeten zijn... "

    Eva Teuling is post-doc onderzoeker op het Universitair Medisch Centrum Groningen en redacteur van Sciencepalooza.


    Reactie Jet Bussemaker

    Jet Bussemaker snapt de frustraties van Eva Teuling maar al te goed. Als onderzoeker op de UvA en de VU heeft ze daar genoeg mee te maken gehad. "De cultuur van kritiek is hier en daar doorgeslagen in de academische wereld. Ik ken vanuit de politicologie, waar ik zelf vandaan kom, wetenschappers die niet in de krant willen publiceren omdat dat slecht is voor je wetenschappelijke carrière. Dat lijkt me niet de bedoeling. Ik vind, zeker als politicoloog, dat je ook een maatschappelijke taak hebt. En je moet in staat zijn dat onderscheid binnen je publicaties ook te maken."

    "Ik herken in het betoog van Teulings wel een beetje dat sommige reviewers altijd wel iets voor verbetering zien, of graag willen dat er nog even naar hun eigen werk verwezen moet worden. Ik heb zelf ook gereviewd en dat is gewoon een vak op zich, waar ook in het academisch onderwijs aandacht voor moet zijn. Hoe review je nou? Peer-reviewen moet echt LevenLangLeren zijn wat dat betreft."

    Hoewel de kritiek van Eva Teuling op het huidige systeem op bijval kan rekenen van Bussemaker, ziet zij ook problemen met het alternatief zoals Hidde Ploegh dat aanreikt. "Ploegh slaat wat mij betreft door naar de andere kant. Ik weet ook dat er destijds wel vriendenclubjes waren die gewoon een eigen tijdschrift met daarin hun eigen publicaties startten. Dat is toch ook niet de bedoeling. Het midden moet dus nog wel gevonden worden."