Toen Hogeschool Leiden in 1986 werd opgericht studeerde Marleen
Barth nog politicologie aan de UvA. In dat jaar werd ze ook lid van
de Pvda, de partij die ze later in de Tweede Kamer zou
vertegenwoordigen en waar ze huidig Eerste Kamerlid voor is. Ook is
zij de leidinggevende van GGZ Nederland, de branchevereniging van
de geestelijke gezondheidzorg. Ze houdt zich onder andere bezig met
nieuwe ontwikkelingen binnen de hulpverlening en nieuwe
technologieën die daarbij gebruikt worden. Een ander onderwerp dat
zij van belang vindt is de opleiding van nieuwe hulpverleners. Hogeschool
Leiden maakt volgens Barth een belangrijke combinatie tussen
nieuwe ontwikkelingen en hun zorgopleiding door samen te werken met
andere instellingen.
Het gaat zó hard
Barth: "Ik ben met mijn man in Londen naar de speel?lm The
King's Speech (over de stotterende koning George VI, red.) gegaan
en keek mijn ogen uit. Vier generaties geleden werden kinderen zo
opgevoed en niet zomaar kinderen, maar koningskinderen. Nu zouden
we daar meteen Jeugdzorg op af sturen. De geestelijke terreur, de
kille mishandeling van zo'n jongetje rond 1900. Dat was gewoon in
de hoogste kringen. Andere kinderen kregen nauwelijks een
schoolopleiding, maar moesten vroeg de fabriek in of het land op.
In onze tijd mag 'de pedagogische tik' zelfs niet meer. We hebben
een revolutie ondergaan die we ons nauwelijks bewust zijn in de
omgang met elkaar, met mensen met problemen en in de wijze van
opvoeden. Het is lastig iets te vinden dat interessanter is of een
grotere dynamiek heeft. Wat dat betreft is de zorg de meest
boeiende wereld om als hbo'er in te gaan werken. "
De mensen in de praktijk van de GGZ zijn dagelijks getuige van
de paradigmawisseling die deze wereld ondergaat. Die omslag daagt
iedereen uit, ook de hogescholen die voor de professionals zorgen
zonder wie de sector niet kan, vertelt Barth. "Gisteren zat ik nog
bij een gesprek over de snelheid van die verandering. De
kennisvermeerdering gaat zó hard bij ons. Iedereen zit daar
middenin, we geven ook allemaal toe dat we soms moeite hebben het
tempo bij te houden. Bestuurders, medici, medewerkers, politici en
ikzelf ook."
Nieuwe mogelijkheden
"We kunnen nu veel meer doen. We kunnen meer mensen beter maken
en de kwaliteit van leven van mensen met chronische aandoeningen
hoger houden. De kennis waarmee we nu werken is revolutionair
toegenomen. De technologische doorbraken spelen juist in de GGZ een
bijzondere rol. Dankzij MRI's bijvoorbeeld kunnen we het brein van
mensen tijdens hun leven onderzoeken. Genetisch onderzoek zorgt
voor nieuwe inzichten en raadsels bij ziektebeelden als
schizofrenie. We leren te kijken naar biochemische- en
omgevingsfactoren tegelijk. Het brein is geen statisch ding maar
een ongeloo?ijk complex orgaan. Een menselijk orgaan waarin, net
als in andere organen, van alles mis kan gaan. Dagelijks groeit
onze kennis daarover. Over de risico's die ons brein loopt, over
preventie en mogelijke oplossingen voor als het mis gaat."
Leren van elkaars fouten
Barth vindt het goed dat Hogeschool Leiden zich pro?leert op
complexe zorg en zorg die gericht is op de jeugd. Daarbij wordt
aandacht besteed aan technologische ontwikkeling door samen te
werken met partners van het Leiden University Medical Centre en Bio
Science Park. "Ons werk in de GGZ is zoveel breder geworden, dat
interdisciplinariteit nu essentieel is voor de kennisvermeerdering
en de doorbraken daarin. Psychiaters, biomedici, psychologen,
verpleegkundigen, technologen, sociaal werkers, allemaal zijn we
aan elkaar verbonden en kunnen we elkaar versterken in ons werk. We
moeten dus vooral niet in de loopgraven van de professies gaan
zitten, maar elkaar al opzoeken in de opleidingsfase. We moeten
leren van elkaars fouten, om maar eens een gevoelig punt te
benoemen!"
De innovatie in de zorg kan die open houding alleen maar
bevorderen, vindt Barth. "Experts daarin werken steeds meer
interdisciplinair en bundelen wereldwijd nieuwe kennis, onder meer
via internet. Je kunt nu in real time experts bijeenbrengen op de
plek waar zij behandelingen doen of onderzoek plegen. Zo kunnen zij
ervaring en inzicht uitwisselen. Het multipliere?ect voor de
praktijk wordt steeds sterker."
Ernst, nuchterheid en compassie
De GGZ is geen wereld waar het er rustig aan toe gaat. De
omstandigheden waarin men moet werken zijn soms ernstig. "Tachtig
procent van de mensen in de gevangenis heeft een psychische
stoornis of een verstandelijke handicap Vaak in combinatie met een
verslaving, soms meerdere verslavingen naast elkaar. In
jeugdinrichtingen zijn de feiten niet veel anders. Dat zijn
allemaal situaties waarin onze mensen met hun kennis via preventie
en interventie verbeteringen kunnen realiseren."
"Je moet hier naar leren kijken met een mengeling van
nuchterheid en compassie. Dat moet ondanks de paradigmawisseling
voorop blijven staan. We hebben te maken met mensen die ziek zijn.
Die zullen we blijven houden, daar doen we minder moeilijk over.
Het is niet meer zo dat we stellen dat 'eigenlijk iedereen ziek is'
of dat de instituties ziek zijn. Daarmee wek je de suggestie dat je
mensen die lijden niet serieus neemt. Neem ze serieus, neem ook hun
ziekten serieus."
Kostenbesparing
De actuele kennis over zaken als autisme, erfelijkheid van
handicaps, complexe ziektebeelden en verslavingsvormen zet deze
disciplines behoorlijk op hun kop. "De laatste vijf à tien jaar
leren we pas wat autisme betekent als blijvend verschijnsel na de
puberteit, hetzelfde geldt voor ADHD."
"Als we mensen in hun kindertijd goed weten te behandelen en
helpen bij hun opvoeding, dan hebben we als samenleving een
preventietraject. Dat kan veel humanere levensomstandigheden
creëren én de gemeenschap hoge kosten besparen. Die aandacht en
preventie kost echt veel minder dan de e?ecten van ontsporing van
mensen gedurende hun leven. De samenleving wordt veel narigheid,
schade en kosten bespaard als mensen met nuchterheid en compassie
benaderd en geholpen worden. Een mens met een handicap of een
probleemgezin een informatiefolder in de handen drukken waaruit ze
kunnen opmaken wat ze moeten doen, dat werkt echt niet."
Weerbaarheid versterken
De GGZ heeft te maken met allerlei 'maatschappelijke
realiteiten'. "Daar kun je maar beter niet omheen draaien. Complexe
ziektebeelden van mensen, soms zelfs gezinnen waar geweld en
ontsporingen cumuleren." Dat vergt veel, van de omgeving, de
samenleving en van de mensen in de GGZ zelf. Bij de nuchterheid
hoort ook een signaal naar hbo-opleidingen als die van Hogeschool
Leiden. Barth gaat er even goed voor zitten. "Daar is een
publicatie als deze ook goed voor, het is een stuk om met elkaar de
diepte in te gaan over de toekomst van de opleidingen."
"De weerbaarheid in onze sector verdient een plek in alle
curricula en in de voorbereiding op de beroepspraktijk. Jonge
mensen haken soms af in de jeugdzorg, omdat zij niet zijn
voorbereid op zorgverlening in een gedwongen setting. Of omdat ze
in het werk worden overdonderd door de kloof die er is tussen de
pakweg vijfentachtig procent die in ons land zeer goed gaat en de
vijftien procent die niet goed meekomt. Binnen die vijftien procent
ontreddert of ontspoort drie procent. Juist doordat het met de
meesten, zeker met jongeren, heel goed gaat, wordt die kloof alleen
maar groter. De hoger opgeleide jongeren in ons land hebben vaak
geen idee hoe het is om te leven als, of tussen, die vijftien
procent. Laat staan binnen de drie procent van de gezinnen waar
verwaarlozing, misbruik en mishandeling aan de orde van de dag
zijn.
Boeiende loopbaan
"Dat de kloof groot is geworden in de voorbije decennia, dat
hebben we nog niet expliciet benoemd tegenover elkaar. Het gesprek
daarover zullen we met elkaar moeten aangaan: professies,
opleidingen, de medewerkers in de beroepspraktijk en lectoraten. Zo
kunnen we de weerbaarheid van mensen en hun loopbaanontwikkelingen
een impuls geven. Iedereen in de GGZ heeft daar belang bij."
De GGZ wordt door de vergrijzing in de samenleving en de eigen
sector extra aangespoord tot innovatief werken en aandacht voor de
opleiding van goede mensen. "We moeten de zorginnovaties doen met
de mensen die we nu hebben. De loopbaan wordt zo zeer dynamisch,
zeker vergeleken met de ontwikkeling in andere sectoren, en dat is
voor jonge medewerkers geweldig boeiend. Bovendien is de impact van
ons werk maatschappelijk zo bijzonder, dat trekt mensen met een
drive."
Dit interview verscheen eerder in '25 jaar perspectief', het
jubileum van Hogeschool Leiden. Voor meer info over dit boek en het
jubileum zie hier.