De vice-premier en minister van EL&I reageert op de kritek
vanuit de jonge garde van de KNAW op zijn beleid en meldt: "Voor
een klein land heeft Nederland veel topbedrijven. Ons aandeel in de
wereldhandel is onevenredig groot. Dat hebben we te danken aan onze
zeevarende geschiedenis, onze goede ligging en onze
ondernemingsgeest.
Het is allerminst vanzelfsprekend dat dit zo blijft. Nieuwe
economieën komen op. Handelsstromen veranderen van loop. Beproefde
technieken en producten geven geen antwoord meer op wereldwijde,
maatschappelijke uitdagingen.
Dat is een bedreiging als we bij de pakken neerzitten en
wegkruipen achter de dijken. We moeten niet toegeven aan de
jansaliegeest. De veranderingen zijn een kans om Nederland sterker
te maken. Dan moeten we ons wel onderscheiden op de wereldmarkt. We
moeten de Nederlandse economie versterken met nieuwe, snelgroeiende
bedrijven en met hoogwaardige banen.
Meer onderzoek is noodzaak
Gelet op de toenemende, wereldwijde concurrentie zijn meer
onderzoek en innovatie een noodzaak. Dat vergt twee essentiële
hervormingen van het bedrijfsleven en de wetenschap. Ten eerste
moeten onderzoekers en ondernemers veel beter samenwerken. Ondanks
decennia van goedbedoelde ad-hoc maatregelen inspireren wetenschap
en bedrijven elkaar nog veel te weinig. Ten tweede moeten bedrijven
meer investeren in onderzoek en ontwikkeling. Nederlandse
ondernemers gevenveel minder uit aan onderzoek dan ondernemers in
de landen om ons heen.
Ik heb grote en kleine ondernemers uit negen topsectoren van
onze economie gevraagd om samen met wetenschappers te kijken hoe
dit kan worden bereikt. Het gaat om de sectoren waarin we
traditioneel gezien wetenschappelijk en economisch sterk zijn:
chemie, agrofood, water, creatieve industrie, tuinbouw, high-tech,
life sciences, energie en logistiek.
Geen toevallige keuze
De keuze voor deze sectoren is niet toevallig. Ze worden
gedreven door kennis. Alleen door te investeren in kennis kan
Nederland de concurrentie op de wereldmarkt voorblijven. Ondanks de
regen van innovatiesubsidies heeft Nederland de achterstand in
onderzoek en ontwikkeling niet ingelopen.
Daarom kiest het kabinet voor een andere aanpak - minder Haagse
subsidies en meer zeggenschap van ondernemers en onderzoekers over
de inzet van de schaarse middelen. De samenwerking tussen
ondernemers, onderzoekers en de overheid kan alleen werken als we
over gevestigde belangen en bestuurlijke belemmeringen heen durven
te springen en elkaars ideeën ten voile benutten.
€ 350 miljoen voor nieuwe samenwerking
Sommige jonge wetenschappers vrezen dat we geld weghalen bij
fundamenteel onderzoek. Dit is onterecht. Fundamenteel onderzoek
levert de toepassingen op van morgen. Het kabinet wil het
fundamenteel onderzoek wel beter laten aansluiten bij de sterkste
sectoren van onze economie. Via onderzoeksfinanciers als de NWO en
de KNAW reserveren we 350 miljoen euro voor de nieuwe vorm van
samenwerking. Dat blijft gebeuren op basis van dezelfde, hoge,
academische criteria. Ruimte voor onderzoek en onverwachte
ontdekkingen in allerlei andere academische gebieden blijft
bestaan.
In Wageningen bewijzen onderzoekers en ondernemers hoe het kan.
Plantengenetici staan wat betreft het aantal en de impact van
wetenschappelijke publicaties in de top vijf van de wereld. Zij
ontdekten genen die planten minder vatbaar maken voor plagen en
insecten. Met die kennis hebben plantenveredelende bedrijven
nieuwe, resistente tomatenrassen op de markt gebracht. Deze
samenwerking brengt toponderzoekers, topstudenten en internationale
agrofood-bedrijven naar Nederland.
Versleten excuus
Als wetenschappers de samenwerking omarmen, kunnen ondernemers
het versleten excuus van de ivoren toren niet meer gebruiken. Ook
bedrijven moeten veranderen. Ze moeten veel meer dan nu durven
investeren in het onderzoek dat nieuwe producten en diensten
oplevert om zich te onderscheiden.
Het bewandelen van nieuwe wegen en het verleggen van grenzen
zijn kenmerken van toponderzoekers. Vaak laten zij zich inspireren
door maatschappelijke uitdagingen Het zou jammer zijn als jonge
academici zich laten leiden door de angst voor verandering. Ik roep
hen op om de innovatie in Nederland gestalte te geven, samen met
hun collega's, ondernemers en de overheid."
[Deze reactie van de minister verschijnt heden
tevens in de NRC]