Een belangrijk motief voor zijn bijzondere band met het hoger
onderwijs en de kennissector ligt in De Hoop Scheffers belevenissen
als secretaris-generaal van de NATO, zo vertelde hij ScienceGuide
in het kader van het recente 25-jarig jubileum van de Hogeschool Leiden. "Deel zijn
van een gemeenschap van vrije landen is iets unieks. Dat heb ik
geleerd in mijn tijd bij de NAVO. Wij gingen toen van negentien
naar achtentwintig leden, met nieuwe landen die gebieden kenden
waar niemand ooit had durven dromen dat zij deel zouden kunnen
worden van een vrije, democratische gemeenschap van volken."
Tranen over de wangen
"Ik heb onderschat wat dit betekent, voor hen én voor ons. Toen
bij de o?ciële toetreding de vlag omhoog ging van die serie nieuwe
leden, kon ik zien dat bij alle daar aanwezige premiers en
ministers uit die staten de tranen over de wangen liepen. Voor ons
is het zo normaal, lijkt het, deel uit te maken van een vrije
samenleving, waarin je vrij kunt communiceren en leren en
onderzoeken. Maar voor hen sprak dat volstrekt niet vanzelf. Vrij
onderwijs, academische vrijheid, dat zijn unieke zaken."
In zijn persoonlijke voorgeschiedenis heeft het hoger onderwijs
nog een andere pek verworven. Als jong Kamerlid werd hij
bestuurslid van de Hogeschool Leiden in de fase van de grote
fusiebewegingen in het HBO. Een ineens weer hoogst actueel thema,
zo viel hem op. "In 1986 werd ik Kamerlid. Daarvoor kwam ik vanuit
de Buitenlandse Dienst als particulier secretaris van de minister
van Buitenlandse Zaken terug naar Den Haag. Een onderwijsspecialist
was ik dus echt niet. Dat maakte het juist zo interessant!"
"Ik kon in vergaderingen vragen stellen die misschien dom leken
voor de kenners, maar die vervolgens helemaal zo gek nog niet
bleken te zijn. Die blik van buiten in het bestuur was heel zinvol
voor de binnenwereld van de hogeschool. Het was voor mij een
eyeopener en, zo merkten we, ook voor de onderwijzers van de
hogeschool."
Plons in de vijver
De periode van De Hoop Sche?ers bestuurswerk was zeer dynamisch,
vertelt hij. "Het was een tijd die je het best kan omschrijven als
een plons in de vijver. Het hbo stond voor een vork in de weg. Het
de?nitieve antwoord op de vraag waar naartoe, hoe de hogescholen
zich zouden ontwikkelen, was nog niet gegeven. Vragen naar de
verdere groei, naar de toekomstige schaal en dergelijke speelden
volop. Het was de periode voordat het hbo status kreeg als
volwaardig deel van het hoger onderwijs."
"En voordat de neiging bestond om het hbo op het wo te willen
doen lijken. Daar ben ik nogal kritisch over omdat dit mijn werk
van nu direct raakt. Als hoogleraar zie ik dat een universiteit
geen hogeschool is en omgekeerd. Ze moeten niet op elkaar willen
lijken. Ik merk op de universiteit dat het hbo een wezenlijke plus
heeft. Dat is de voortdurende verbinding met de praktijk. Al het
cognitieve, de theorie is noodzakelijk in het wo. Net zo goed in
het hbo trouwens, maar juist het hbo moet mensen opleiden die
daarnaast ook weten hoe de dingen werken. Zulke mensen heeft een
kennissamenleving heel erg nodig. Het hbo is hoger onderwijs,
zeker. Maar die b is wezenlijk!"
Wij moeten alert zijn
Voor de toekomst van Nederland en dus ook voor die van de
studenten van nu en zeker die van NEWS trekt De Hoop Sche?er enkele
scherpe lessen. "Ik heb enige zorgen. Voor ons land als kennisnatie
is het de komende jaren erop of eronder. Als ik elders in de wereld
zie hoeveel focus men legt op onderwijs, op kennis, op onderzoek,
dan moeten wij zeer alert zijn. Die focus ligt op kennis in brede
zin, dus ook op onderwijsvormen als het praktijkgerichte,
professionele onderwijs dat wij in het hbo kennen."
"Ik kijk daarbij niet alleen maar naar China. India is zeker zo
sterk bezig op dit terrein en ook de VS kun je hier nooit
wegvlakken. Wij moeten echt ons best doen om niet binnen vijf tot
tien jaar het contact met de kopgroep van de kennislanden kwijt te
raken. Dat is niet alleen een ?nancieel punt, hoe belangrijk
investeringen ook zijn op dit terrein. Het is ook een
mentaliteitsverhaal. Een kennisnatie zijn is alles behalve
vanzelfsprekend. Dat vereist een enorme inzet van iedereen."