• A
  • A
  • Het is erop of eronder als kennisnatie

    - Jaap de Hoop Scheffer opent morgen via YouTube het academisch jaar van de wereldwijde studenten uit Nederland van NEWS. “Ik heb enige zorgen. Voor ons land als kennisnatie is het de komende jaren erop of eronder,” stelt de hoogleraar in Leiden.

    Een belangrijk motief voor zijn bijzondere band met het hoger onderwijs en de kennissector ligt in De Hoop Scheffers belevenissen als secretaris-generaal van de NATO, zo vertelde hij ScienceGuide in het kader van het recente 25-jarig jubileum van de Hogeschool Leiden. "Deel zijn van een gemeenschap van vrije landen is iets unieks. Dat heb ik geleerd in mijn tijd bij de NAVO. Wij gingen toen van negentien naar achtentwintig leden, met nieuwe landen die gebieden kenden waar niemand ooit had durven dromen dat zij deel zouden kunnen worden van een vrije, democratische gemeenschap van volken."

    Tranen over de wangen

    "Ik heb onderschat wat dit betekent, voor hen én voor ons. Toen bij de o?ciële toetreding de vlag omhoog ging van die serie nieuwe leden, kon ik zien dat bij alle daar aanwezige premiers en ministers uit die staten de tranen over de wangen liepen. Voor ons is het zo normaal, lijkt het, deel uit te maken van een vrije samenleving, waarin je vrij kunt communiceren en leren en onderzoeken. Maar voor hen sprak dat volstrekt niet vanzelf. Vrij onderwijs, academische vrijheid, dat zijn unieke zaken."

    In zijn persoonlijke voorgeschiedenis heeft het hoger onderwijs nog een andere pek verworven. Als jong Kamerlid werd hij bestuurslid van de Hogeschool Leiden in de fase van de grote fusiebewegingen in het HBO. Een ineens weer hoogst actueel thema, zo viel hem op. "In 1986 werd ik Kamerlid. Daarvoor kwam ik vanuit de Buitenlandse Dienst als particulier secretaris van de minister van Buitenlandse Zaken terug naar Den Haag. Een onderwijsspecialist was ik dus echt niet. Dat maakte het juist zo interessant!"

    "Ik kon in vergaderingen vragen stellen die misschien dom leken voor de kenners, maar die vervolgens helemaal zo gek nog niet bleken te zijn. Die blik van buiten in het bestuur was heel zinvol voor de binnenwereld van de hogeschool. Het was voor mij een eyeopener en, zo merkten we, ook voor de onderwijzers van de hogeschool."

    Plons in de vijver

    De periode van De Hoop Sche?ers bestuurswerk was zeer dynamisch, vertelt hij. "Het was een tijd die je het best kan omschrijven als een plons in de vijver. Het hbo stond voor een vork in de weg. Het de?nitieve antwoord op de vraag waar naartoe, hoe de hogescholen zich zouden ontwikkelen, was nog niet gegeven. Vragen naar de verdere groei, naar de toekomstige schaal en dergelijke speelden volop. Het was de periode voordat het hbo status kreeg als volwaardig deel van het hoger onderwijs."

    "En voordat de neiging bestond om het hbo op het wo te willen doen lijken. Daar ben ik nogal kritisch over omdat dit mijn werk van nu direct raakt. Als hoogleraar zie ik dat een universiteit geen hogeschool is en omgekeerd. Ze moeten niet op elkaar willen lijken. Ik merk op de universiteit dat het hbo een wezenlijke plus heeft. Dat is de voortdurende verbinding met de praktijk. Al het cognitieve, de theorie is noodzakelijk in het wo. Net zo goed in het hbo trouwens, maar juist het hbo moet mensen opleiden die daarnaast ook weten hoe de dingen werken. Zulke mensen heeft een kennissamenleving heel erg nodig. Het hbo is hoger onderwijs, zeker. Maar die b is wezenlijk!"

    Wij moeten alert zijn

    Voor de toekomst van Nederland en dus ook voor die van de studenten van nu en zeker die van NEWS trekt De Hoop Sche?er enkele  scherpe lessen. "Ik heb enige zorgen. Voor ons land als kennisnatie is het de komende jaren erop of eronder. Als ik elders in de wereld zie hoeveel focus men legt op onderwijs, op kennis, op onderzoek, dan moeten wij zeer alert zijn. Die focus ligt op kennis in brede zin, dus ook op onderwijsvormen als het praktijkgerichte, professionele onderwijs dat wij in het hbo kennen."

    "Ik kijk daarbij niet alleen maar naar China. India is zeker zo sterk bezig op dit terrein en ook de VS kun je hier nooit wegvlakken. Wij moeten echt ons best doen om niet binnen vijf tot tien jaar het contact met de kopgroep van de kennislanden kwijt te raken. Dat is niet alleen een ?nancieel punt, hoe belangrijk investeringen ook zijn op dit terrein. Het is ook een mentaliteitsverhaal. Een kennisnatie zijn is alles behalve vanzelfsprekend. Dat vereist een enorme inzet van iedereen."