Mijn tijd in Oxford begon 3 jaar geleden met een
oriëntatieprogramma speciaal voor buitenlandse studenten. Als
Nederlander mocht ik voor mijn eerste jaar begon een paar dagen
eerder naar Oxford om over de nodige nuttige (hoe open je een
bankrekening) en nutteloze dingen (dat Britten graag in de rij
staan) te worden geïnformeerd.
Ook leerde ik over het aantal buitenlandse studenten dat aan de
universiteit van Oxford studeert en hun land van oorsprong. Het
gros waren Fransen, Duitsers, en Amerikanen. Er waren meer Belgen
dan Nederlanders. Dit verbaasde me.
De mythe van de rugbybal
Het is een behoorlijke opgave om voor een bachelor op Oxford te
worden aangenomen. Alle kandidaten moeten zich eerst via de UCAS
website aanmelden. Wie zich door deze eerste ronde weet te slaan,
moet zich vervolgens middels een interview bewijzen.
Over het interviewproces in Oxbridge doen allerlei
mythes de ronde. De professor gooit een rugbybal naar je zodra je
zijn kantoor binnenstapt. Wie hem vangt krijg een aanbod; degene
die de rugbybal vangt en vervolgens in de prullenbak gooit krijgt
een plaats ongeacht zijn eindexamencijfers. Dit is natuurlijk
onzin; de interviews zijn er om te zien of je na kan denken.
De vragen die mij tijdens mijn interview werden gesteld bleken
achteraf veel met mijn toekomstige studiestof te maken te hebben.
Zo werd mij de vraag gesteld waarom democratische staten onderling
geen maar met niet-democratische staten wel oorlog voeren
(politiek). Tevens werd mij gevraagd hoe ik kan weten dat er een
boek op tafel lag (filosofie). Tot slot werden mij enkele
wiskundige vragen gesteld over afgeleiden en raakpunten en daarna
over de waarde van aandelen in Apple nadat de iPhone was
aangekondigd maar nog niet te koop was (economie). Ik zou het later
allemaal weer tegenkomen: democratie bij politicologie, theorieën
over true justified belief bij filosofie en rational
expectations bij economie.
Goedgebekt en toch afwezig
Van alle mensen uit niet-Engelstalige landen spreken de
Nederlanders waarschijnlijk het beste Engels. Het spreekt dus voor
zich dat Nederlanders - die op z'n minst net zo slim zijn als elk
ander volk - een grotere kans maken om op een topuniversiteit zoals
Oxford of Cambridge een plek te veroveren. Interviews zouden de
goedgebekte Nederlanders ook makkelijk af moeten gaan! Toch is dit
niet het geval. Er is in Oxford een grotere groep studenten uit ons
kleinere buurland België.
Het lijkt me sterk dat er, zesjescultuur of niet, zo weinig
geschikte Nederlandse kandidaten voor een bacheloropleiding op
Oxford zijn. Van de Nederlandse bachelorstudenten -
'undergraduates' genoemd in Engeland - die ik op Oxford kende had
maar ongeveer de helft op een Nederlandse middelbare school
gezeten. De andere helft had al een bachelor afgerond of zat in het
buitenland op een (internationale) school waarvandaan de stap naar
Engeland over het algemeen een stuk kleiner is. Dit wekt bij mij de
indruk dat veel Nederlanders de kans op het volgen van een
topopleiding aan Oxbridge aan zich voorbij laten gaan doordat ze
niet de moeite nemen, noch de aanmoediging krijgen, om een poging
te wagen.
Ik zou daarom elke Nederlander die denkt een kans te maken op
Oxford of Cambridge aanraden het gewoon te proberen. Als
Nederlander volstaat je Engels vrijwel zeker en zelfs als het je
niet lukt, hou je er een leuk reisje aan over. Wie uitgenodigd
wordt voor een interview wordt ondergebracht in het college van
zijn of haar keuze. Meld je dus vooral aan voor Worcester of
Magdalen (Oxford) dan wel Kings of Trinity (Cambridge). Dat zijn de
mooiste!