Afgaande op recente, regulerende beleidswijzigingen in
Zwitserland, Australië, Engeland en Zweden zou je kunnen
concluderen dat deze landen niet staan te springen om een grote
toestroom van buitenlands talent. Alle vier lijken afschrikken
hoger in het vaandel te hebben staan dan aantrekken. De
push-strategie van de BRIC-landen neemt ondertussen steeds grotere
vormen aan.
Quota in Zwitserland
Het Zwitserse equivalent van de VSNU, de CRUS, publiceert
binnenkort een rapport waarin het de universiteiten de mogelijkheid
biedt om een limiet te stellen aan het aantal niet-Zwitserse
studenten. Ook moeten zij een hoger collegegeld betalen dan de
'eigen' studenten. De Zwitsers vrezen overlopen te worden
door Duitse studenten die uitwijken naar de zuiderburen vanwege een
capaciteitstekort in het Duitse hoger onderwijs.
Op politiek niveau kan CRUS rekenen op steun van de conservatief
rechtse Schweizerische Volkspartei SVP die minder uitnodigend is
dan de afkorting doet vermoeden. Hun anti-immigratie standpunt
lijkt zich al te hebben genesteld in het beleid van de Universiteit
van St. Gallen. Het elite-instituut heeft een quota ingesteld dat
het aantal plaatsen voor niet-Zwitsers in de collegebanken
drastisch terugdringt.
De universiteit staat nog enkel toe dat maximaal 25% van het
totaal aantal studenten niet-Zwitsers is, dus ook EU-studenten
vallen onder het quota. Dit staat haaks op de afspraken van het
Bologna Proces.
Strikter visa-beleid Australië
Ook Australië
is strenger geworden. Hier is de afgelopen twee jaar het percentage
van verstrekte visums voor internationale studenten teruglopen met
maar liefst 80% (van 20.000 naar 4000 studenten). Een reden die
hier wel eens voor wordt genoemd is een afname van aanmeldingen
vanwege de slechte reputatie die Australië heeft gekregen naar
aanleiding van meerdere raciale geweldsplegingen tegen Indische
studenten. Belangrijker echter, is een restrictiever beleid van
overheidswege.
In Australië is twee jaar geleden een belangrijke nieuwe
visa-regeling doorgevoerd. Deze bepaalt dat studenten van overzee
aan strengere taaleisen moeten voldoen. Tegelijkertijd
implementeerde de Aussies een selectiebeleid waarbij buitenlandse
applicaties op basis van studiekeuze werden beoordeeld. Volg je een
ingenieurs- of ICT-opleiding dan ben je uiterst welkom, aangezien
deze onderdeel uitmaken van de skills shortage list
die in Australië gehanteerd wordt.
De gevolgen van dit beleid van Down Under zijn zeer groot. Niet
alleen de universiteiten lopen veel inkomsten mis door de daling
van 80%, ook de nationale schatkist heeft er onder te leiden.
Volgens onderzoek van Deloitte leverden de internationale studenten
met $16,5 miljard in 2009 nog een aanzienlijke bijdrage aan de
Australische economie.
Selecteren en de prijs opvoeren: UK en
Zweden
Niet alleen Australië selecteert aan zijn eilandpoort. Ook
Groot-Brittannië gaat zijn toelatingseisen voor buitenlandse
studenten strenger naleven. Zij worden zo de dupe van David
Camerons verkiezingsbelofte van een strenger immigratiebeleid. Het
land telt momenteel zo'n 215.000 buitenlandse talenten maar
verwacht tot 2015 88.000 minder visums te verstrekken dan
voorheen.
Een kleine tegemoetkoming hebben de Britten ingesteld voor de
absolute top. Een nationaal expertpanel zal uit de aanmeldingen uit
India en andere niet-Europese landen 1000 high potentials
selecteren. Zij zullen onder een nieuwe visa-regeling terechtkomen
die het voor hen makkelijker maakt om in de UK te blijven.
Ook andere beleidswijzigingen kunnen van grote invloed zijn op
de instroom van internationaal talent. In Zweden
zal komend studiejaar voor het eerst aan buitenlandse studenten een
aanzienlijke afdracht van collegegeld gevraagd worden.
"It is not reasonable to expect Swedish taxpayers to sponsor
foreign students', aldus de onderbouwing van de Zweedse HO-minister
Tobias Krantz. De
bedragen die buitenlandse studenten nu in Zweden moeten gaan
betalen liggen tussen de €11.000 en €25.000. Dat laat zich voelen.
De verwachting is dat het aantal internationale studenten dat naar
Zweden gaat komen met 90% zal teruglopen.
Nederland hoopt op brain gain
Zwitserland, Zweden, Australië en Groot-Brittannië zijn landen
die bekend stonden als populaire bestemmingen voor internationaal
talent vanwege de uitstekende reputatie in onderwijs en wetenschap
dan wel een goedkoop aanbod van goed hoger onderwijs. Nu het aantal
internationale studenten dat daarheen mag en wil gaan zal afnemen,
zullen zij nieuwe plekken opzoeken. De routes zullen verlegd
worden.
Wie kan daarvan profiteren? Of is het de vraag, gezien
bovenstaande voorbeelden, wie daarvan wíl profiteren? Nederland? In
de
notitie 'Internationale positionering van de Nederlandse
onderwijs- en Kennisinstellingen' (2009) geeft OCW aan zich
sterk te maken voor een beleid om de 'brain gain' die buitenlandse
hoogopgeleiden aan Nederland toevoegen te versterken. Hierin wordt
ook gesproken over het uitleggen van een 'rode loper' om
buitenlandse studenten te verwelkomen.
ScienceGuide-columnist Jonathan Mijs toonde al eerder aan dat
dit hard nodig is. Het percentage buitenlandse studenten op
het totaal aantal studenten ligt in Nederland onder het
EU-gemiddelde. Volgens Mijs liggen de hoge
onderwijskosten en typisch Nederlandse cultuurfactoren hieraan ten grondslag.
Korten op de rode loper
Onlangs maakte OCW zich bij monde van staatssecretaris Halbe
Zijlstra, in tegenstelling tot de Zwitsers, al sterk voor de Duitse
studenten in Nederland en hield hij een pleidooi voor
internationalisering. "De arbeidsmarkt vraagt om afgestudeerden met
internationale bagage. Dit kan door studenten geheel of
gedeeltelijk een opleiding in het buitenland te laten volgen of
door het creëren van een internationale leeromgeving in Nederland
via het aantrekken van buitenlandse studenten. Dat heeft positieve
effecten op de onderwijskwaliteit."
Toch is ook in Nederland gekort op de lengte van de rode loper.
De financiële maatregelen zijn weliswaar niet zo drastisch als die
in Zwitserland en Zweden, maar staan wel lijnrecht tegenover
bovenstaande uitspraak van de staatssecretaris.
Zo is er bezuinigd op organisaties die zich inzetten voor de
internationalisering van het Nederlandse hoger onderwijs en besloot
het kabinet de stekker te trekken uit het Huygens-programma
en het Libertas-noodfonds
(dat zich richtte op politiek geëngageerde topstudenten uit
dictatoriale landen zoals Wit-Rusland en Zimbabwe). Via beide
fondsen worden buitenlandse studenten een kans geboden in het
Nederlandse hoger onderwijs.
Een nieuwe ambitieboete
Het stopzetten van het Huygens-programma is tevens een
teleurstelling voor ruim 100 ambitieuze Nederlandse studenten die
naar het buitenland willen. NEWS, het netwerk voor
Nederlandse studenten in het buitenland, noemde de bezuiniging al '
een nieuwe
ambitieboete'.
"Het afschaffen van de Huygens Beurzen heeft verstrekkende
gevolgen voor de positie van Nederland als mondiale kenniseconomie.
Dankzij de Huygens Beurs kunnen wij als Nederlandse student op dit
moment aan prestigieuze instellingen als de Columbia Universiteit
in New York, de London School of Economics of de Universiteit van
Oxford studeren."
"Het afschaffen van de Huygens Beurs levert een besparing op van
drie miljoen euro per jaar. In feite is het kapitaalvernietiging.
Om dat te begrijpen hoef je niet eens aan Oxford te hebben
gestudeerd", aldus NEWS.
BRIC blijft 'pushen'
In BRIC-landen lijken ze de waarde van programma's à la Huygens
wel goed te begrijpen. Deze landen stimuleren jaarlijks vele
duizenden talenten om internationaal te leren en kennis te
vergaren. China heeft bijna een half miljoen studenten in het
buitenland, India bijna 200.000. Vorige week kondigde Brazilië aan
een programma te starten dat 10.000 keer zo groot was als
Huygens.
De Braziliaanse minister van wetenschap, Aloizio Mercadante,
maakte bekend dat hij beurzen aan 100.000 studenten zal verstrekken
om in het buitenland Science and Engineering te gaan
studeren. Brazilië kampt met een groot tekort aan
bètawetenschappers (de laatste tien jaar groeide het aantal
afgestudeerden in de alfawetenschappen met 66%, bèta slechts met
1%) en dat vormt volgens Mercandante een rem op de
innovatiemogelijkheden.
Westerse ambivalentie
De interesse van de Britten was direct gewekt. Zij sloten een
deal met de Brazilianen waardoor 10.000 Braziliaanse studenten met
een toelage van €21.200 van hun eigen land een plek in het Britse
HO krijgen.
Dit lijkt illustratief voor de ambivalente houding van het
Westen ten opzichte van buitenlandse studenten. Aan de andere kant
hopen landen nog steeds te verdienen aan de potentiele economische
waarde die de high potentials aan brain gain
vertegenwoordigen en het geld dat zij, zoals ook het geval bleek in
Australië, opleveren voor de nationale schatkist.
Maar gelijktijdig groeit de populariteit van een strenger
immigratiebeleid, ook voor studenten, en heerst er onwil om te
investeren in internationaal talent in tijden van nationale
bezuinigingen. Lees de quote van de Zweedse minister er nog maar
eens op na.
Een brede rode loper of een simpele deurmat voor een
enkeling?