Astronomen breken zich al meer dan een decennium het hoofd aan de
vraag waar het water in de wolkenlagen hoog in de dampkring rond
Saturnus van daar komt. De enorme stormen en wolkenbanden die de
reusachtige planeet beheersen, bevatten allerlei chemische
brouwsels, maar water was er eerder nooit ontdekt. Totdat de ESA
met Herschel - vol Nederlands ruimtevernuft - Saturnus en
zijn maantjes ging aftasten.
Herschel ontdekte dat de maan Encladus op zijn zuidpool allerlei
vulkanische fonteinen blijkt te hebben. Deze spuiten voor
menselijke ogen onzichtbaar gebleven waterdamp uit een 'hete zee'
onder de ijskoude korst van het oppervlak en dat tot buiten de
eigen aantrekkingskracht van het kleine hemellichaam. Op die manier
is rond Saturnus een nieuwe ring ontdekt: een van flinterdunne
waterdamp uit de fonteinen van Encladus.
Drie tot vijf procent van de druppels uit deze ring komt
uiteindelijk in de atmosfeer van Saturnus zelf terecht. Het kleine
Encladus is daarmee de enige maan in het zonnestelsel waarvan wij
nu weten dat hij de chemische samenstelling van zijn moederplaneet
direct actief beïnvloedt. Wat dat water op Encladus zelf en in de
wolken van Saturnus te weeg brengt? Hoe meer de mens bij Saturnus
rondkijkt, hoe duidelijker wordt hoe weinig we nog weten en
beseffen wat 'dichtbij ons' aan scheppingswonderen zich
aanbiedt.