De vertrekkende decaan Geeseswetenschappen sprak bij de
jaaropening van de UvA over haar onderzoeksterrein in mediastudies
en de betekenis daarvan voor de wereld van nu. Wat leer je daaruit
voor hoe de universiteit van vandaag met haar omgeving, haar
studenten én haar opdracht om gaat?
Lees hier Van Dijcks verhaal We like higher
education!
'Deze zomer namen vrienden hun twee tieners mee op een trektocht
door de Pyreneeën, om die kinderen eens helemaal te bevrijden van
computerspelletjes en Facebook. Bij het eerste mooie vergezicht
verzuchtte de jongste van 12: "Wow. Waar is de
vind-ik-leuk-knop?"
Sinds de opmars van sociale media in het publieke domein worden
we dagelijks gestimuleerd om onze gevoelens over van alles
en nog wat aan te klikken. Of het nu gaat om boeken, muziek,
video's, politici, of popsterren: de like-button is
razendsnel de barometer van onze intuïtieve oordelen geworden.
Sociale netwerk sites als Twitter, Facebook, YouTube en recentelijk
Google+ zijn geïnteresseerd in het meten en vastleggen van
associaties en gevoelens. Gevoelens, die mensen aanzetten tot
bepaald gedrag, zoals koopgedrag of stemgedrag.
Voordat Facebook één jaar geleden de like-button
introduceerde, is daar goed over nagedacht. Het is niet
voor niets dat er geen important button op Facebook te
vinden is en ook geen difficult but interesting knop.
Belangrijk of moeilijk zijn kwalificaties die vragen om argumenten
en discussie; men moet immers weten waarom iets belangrijk
of moeilijk is. Bij "leuk" daarentegen zijn argumenten niet nodig,
daar gaat tenslotte om een gevoel.
Uw type wel
Oscar Wilde zei eens toen hij de hand van een onbekende gast
schudde: "Ik ken u niet, maar ik ken uw type wel." Sinds jaar en
dag delen we mensen op het eerste gezicht intuïtief in. Sociale
media bedrijven zijn geïnteresseerd in het registreren van
intuïtieve oordelen via de computer. Inmiddels beschikken sociale
netwerk sites over enorme databases met gedetailleerde informatie
over wie we zijn en wat we vinden. Uit deze data kunnen analisten
heel precieze patronen analyseren, en informatie zo personaliseren
dat ze voorspellen wat u leuk vindt. Websites kennen uw smaak of
voorkeur beter dan u zelf.
Ik noem dit de algoritmisering van het gevoel. De snaar van ons
gevoel is een meetbaar algoritme geworden, en dit algoritme wordt
vervolgens weer gebruikt om onze gevoelige snaar te raken. Denk
maar aan de befaamde slogan van Amazon.com: "Klanten die dit boek
leuk vonden, kochten ook..." De metadata die u onbewust achterlaat
op sites, worden geanalyseerd en doorverkocht aan bedrijven. De
resultaten daarvan vindt u dagelijks terug op uw PC of laptop. Zo
krijgt u e-mails met aanbiedingen, die helemaal zijn toegesneden op
uw persoonlijke voorkeuren. En probeer het eens: als twee collega's
eenzelfde zoekterm in Google intikken, is het resultaat niet
gegarandeerd hetzelfde.
De like-button vormt steeds vaker de basis van publieke
communicatie in onze samenleving, ook buiten de sociale
netwerksites. We worden constant gevraagd wat we van alles vinden.
Als ik inlog op mijn bankrekening word ik eerst gevraagd naar mijn
gevoelens over de stabiliteit van de economie of mijn vertrouwen in
de huizenmarkt. En krantensites confronteren ons ongevraagd met
lijstjes van meest gelezen artikelen, waardoor we die artikelen
vervolgens weer aanklikken. In de informatietheorie heet dit het
rich-get-richer effect. Wat al veel gelezen is op
internet, wordt nog meer bekeken.
Rutte op Dance Valley
De like button gaat echter ook steeds meer het publieke
domein domineren, zoals de politiek en de wetenschap. Politici
gebruiken sociale media om "leuk" gevonden te worden, want
populariteit betekent stemmen. Zo was het filmpje van een
dansende premier Rutte op Dance Valley vier weken geleden het meest
bekeken item in de digitale Volkskrant van 8 augustus. Dat was de
dag waarop de beurskoersen wereldwijd kelderden.
Ook presidenten doen hier aan mee. Een grote hit op YouTube was
afgelopen juni een videoclip van Barack Obama, die een huilende
baby overneemt uit de armen van zijn vrouw Michelle, waarop de baby
prompt begint te lachen. PR-medewerkers van het Witte Huis
plaatsten de clip op YouTube en binnen enkele dagen hadden
honderdduizenden mensen de like button ingedrukt en was de
video viraal verspreid. In een tijd van economische malaise en lage
virtuele peilingen, werken emotionele beelden vele malen beter dan
argumenten.
Ook in het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs begint de
like button een rol te spelen. Tot mijn verrassing meldde
een paar weken geleden een wetenschappelijke uitgever dat een van
mijn artikelen het most downloaded artikel van 2009 en
2010 in het betreffende tijdschrift was. Onderaan zijn email
stond het verzoek om dit artikel, nu voorzien van een speciale
like-button, door te sturen aan al mijn sociale netwerk
contacten. Kennelijk is most downloaded een nieuwe
categorie in het wetenschappelijke bedrijf en is het de bedoeling
om je eigen wetenschappelijke werk ook nog via sociale media te
promoten.
Google Scholar en andere enquêtes
Om te constateren hoezeer de like button in het hoger
onderwijs is doorgedrongen, hoeven we maar te kijken naar de
werking van GoogleScholar. Steeds meer studenten zoeken literatuur
via deze zoekmachine en kijken dan uitsluitend naar de eerste tien
resultaten van de Google-hitlijst. GoogleScholar selecteert zijn
wetenschappelijke bronnen echter niet op basis van kwaliteit of
relevantie, maar op basis van populariteit. De bron die het meest
aangeklikt wordt, eindigt hoog in de ranking.
De kans is dus reëel dat wat studenten "leuk" of "gemakkelijk"
vinden, hoog scoort omdat het vaak aangeklikt wordt. Overigens vind
ik GoogleScholar een van de beste uitvindingen sinds het gesneden
brood, maar ik plaats serieuze kanttekeningen bij de manier waarop
studenten deze zoekmachine vaak gebruiken.
In het wetenschappelijk onderwijs zien we de algoritmisering van
het gevoel steeds nadrukkelijker. Colleges moeten vooral "leuk"
worden gevonden, want studenttevredenheid is een belangrijk
toetscriterium. De Nationale studenten enquête (NSE) stelt vooral
vragen over huisvesting, het uitgaansleven, en de kwaliteit van de
pizza in de kantine, naast enkele vragen over het onderwijs.
Ik vrees de dag waarop we na afloop van een statistiekcollege de
zaal vragen om al dan niet de like button in te drukken.
Oordelen als "leuk" hebben echter geen relevantie voor het
wetenschappelijk onderwijs. En "moeilijk", "uitdagend",
"interessant" of "leerzaam," zijn geen oordelen die je met een druk
op de knop geeft. De algoritmes van sociale media vragen naar
snelle intuïties, terwijl kennis bij uitstek tijd vraagt en moet
beklijven. Vaak weet je pas na jaren wie je goede docenten waren,
of wat je geleerd hebt.
Gevoelige snaar is niet genoeg voor hoger
onderwijs
De like button symboliseert de algoritmisering van het
gevoel, en het is een trend die geen enkel domein onberoerd laat.
Een samenleving waarin jongeren steeds meer geconditioneerd worden
om iets "leuk" te vinden en dit instant te delen met hun
peers, een samenleving waarin het "gevoel" vertaald wordt
in algoritmes, die samenleving raakt steeds meer vervreemd van
rationele argumenten.
De taak van een universiteit is niet om continu te peilen wat
studenten vinden of voelen over het onderwijs; de taak van een
universiteit is om studenten te leren wat algoritmes zijn en hoe ze
werken, wat cognitieve emoties zijn en hoe ze werken, en hoe een
samenleving werkt waarin gevoelens met behulp van algoritmes
gemeten worden. Alleen een gevoelige snaar raken is dus niet
genoeg. We moeten studenten in hun hart raken en hun hersens in
beweging brengen.'