Bij de start van het parlementaire jaar in België en aan de
vooravond van een grote staatshervorming van het land komt de
Vlaamse topeconoom met een opmerkelijke extra hervorming van het
politiek bestel. "Door de vergrijzing zullen de 65-plussers
gaandeweg 30 tot 40procent van de kiezers uitmaken. Omdat oudere
mensen behoudsgezinder zijn, vormt dat een reële bedreiging voor
een innovatief beleid", zegt Soete tegen 'De Standaard'. "Als groot
kiespubliek kunnen ze een politiek afdwingen die risico's
schuwt."
Grotere greep van jongere generatie
De aankomend rector in Maastricht noemt zijn voorstel
om ouders per jong kind een extra-stem te geven "wel realistisch.
Rekening houdend met het toenemend aantal nieuw-samengestelde
gezinnen zou je dat kunnen opsplitsen tot een halve stem per ouder
en per kind. Vroeg of laat zullen we hoe dan ook het te grote
gewicht van de 65-plussers in het kiespubliek moeten compenseren.
Het zou onrechtvaardig zijn dat de oudere generatie haar stempel
drukt op de toekomst van de jongere."
"Ofwel moeten we dus de greep van de jongere generatie op het
beleid vergroten, ofwel moeten we de ouderen ervan overtuigen dat
we een dynamischer en innovatiever beleid nodig hebben. Dat ze niet
alleen aan de beslommeringen van alledag mogen denken, maar ook aan
de uitdagingen voor de toekomst. De investeringen op langere
termijn, waar zij misschien de vruchten niet meer van plukken.
Investeringen in nutsvoorzieningen, in de ontbrekende schakels van
de transportsector, in de toevoer via havens, ..."
Behoud van wat ze hebben
"Oudere kiezers zijn nu vooral begaan met het behoud van wat ze
hebben. Hun inkomen, hun koopkracht en de waarde van hun geld en
hun woning. De meeste van die mensen hebben vrij veel spaartegoeden
en ze zijn geobsedeerd door de gedachte dat daar geen inflatie op
mag komen. Dat is gewoon een vaststelling."
"Ze gaan er bovendien van uit dat ze recht hebben op de
bijdragen die ze in het verleden betaald hebben. En ze claimen dat
recht ook voor de toekomst. Terwijl dat helemaal niet evident is,
want de ouderen hebben die bijdragen geleverd in een periode van
sterke economische groei. Terwijl het zeer waarschijnlijk is dat
die vooruitgang de komende tien jaar stokt en we tevreden moeten
zijn met een groei van nul tot één procent."