U lees het betoog van Farid Tabarki op de conferentie van
Friends of Europe hier:
"De crisis van de EU is niet alleen maar een financiële of een
politieke. Voortdurend horen we - ook hier vanmorgen in het betoog
van president Barroso bijvoorbeeld - de term 'trust'. Terecht. Het
is immers vooral ook een vertrouwenscrisis, binnen Europa in
elkaar, maar ook in onszelf.
Om die crisis te begrijpen, moeten we ons herinneren waarom we
'Europa' ook al weer hadden. Zijn we dat aan het vergeten?
Verliezen we niet zulk vertrouwen doordat we 'the memory of
peoples' verwaarlozen.
Europa als vredesproject
Europa begon als een vredesproject. Door het bij elkaar brengen
van de productie van basics als kolen, staal en voedsel, werden
oude spanningslijnen overschreden. Grenzen die verdeelden vielen
weg. De opbrengst daarvan in 2011 is niet niks.
We zijn inmiddels met 27 en meer landen die op deze basis samen
verder willen en de integratie daarvan raakt bijna alles in ons
dagelijkse leven en werken. Europa is zeer welvarend geworden,
rijker in kennis en in goederen dan ooit iemand in de geschiedenis
is geweest. We zijn slimmer dan ooit en dat niveau van rijkdom gaat
al 50 jaar alleen maar omhoog, nu ook in de nieuwe lidstaten sterk
merkbaar.
We zijn zo slim en rijk dat we meer 'brains' en meer handen
nodig hebben dan gedacht. Daarom zijn stromen mensen hier heen
gekomen om daar hun kansen bij te pakken. Ook de migratiestromen
zijn een onmiskenbaar signaal hoe welvarend en attractief Europa is
geworden.
Een prima CV
Het 'project Europa' krijgt voor zijn examen een goed cijfer al
met al. Een 8-, zoiets. En nu? Diploma gehaald, examen geslaagd,
maar wat doen we eigenlijk met dat papiertje?
De onhelderheid van dat vervolg valt nogal op. Wat ontbreekt is
een nieuw verhaal, dat volgt op het 'we willen vrede'- verhaal uit
de jaren 50. Het valt achteraf op dat de val van de muur en de
opening naar Oost-Europa na 1989 dat nieuwe verhaal niet bleek te
zijn. Wat toen gebeurde was een onverwachte afronding van wat de
Unie in de jaren daarvoor zelf al had voorbereid. Daarom kon het
Verdrag van Maastricht ook zo snel tot stand komen op dat moment.
Men kon in hoog tempo het Europa uitvoeren dat al klaarlag. Dat is
een grote prestatie geweest, maar het was niet een nieuw Europees
project.
Anders gezegd: het vredesproject is gedaan, het is als een
bereikt resultaat dat je op je Curriculum Vitae zetten mag. Maar
dat is niet hetzelfde als de volgende stap in het leven die je met
zo'n mooi CV wilt kunnen zetten.
Wat is dat nieuwe 'narrative' van Europa? Voor mij zijn dat de
mogelijkheden die Europa biedt voorbij dat CV. Wat biedt
Europa zijn burgers eigenlijk, dat wordt de kernvraag.
Europa is lastig
De culturele, sociale en economische realiteit van deze tijd
vertoont naar Europa een heel opmerkelijke paradox. We leven in een
economie en cultuur die zeer snel decentraliseren, alles kan in
steeds meer maatwerk en over alle grenzen heen georganiseerd
worden. Dat geeft veel ruimte voor zelforganisatie van burgers en
hun verbanden, inclusief hun bedrijven. En het zorgt voor veel meer
transparantie, informatie door benchmarking, open data en source en
dergelijke. Deze ontwikkeling is wereldwijd, is tech-driven en
vooral ook citizen-driven.
De paradox is dat we juist nu Europa en Europees beleid zo
lastig vinden. Dat is paradoxaal want vergeleken met nationaal
beleid past Europa hier veel beter bij. De programma's van de EU
zijn meestal veel meer decentraal in de uitvoering, zijn meer
hybride, multidisciplinair en vaak ook veel transparanter. Op
nationaal niveau hoor je daarover echter precies het
omgekeerde.
Dat contraire beeld is bekend. Europa is vol centralistische,
ondoorzichtige, onduidelijke geldpotten. En dat geld, die aandacht
uit dat beleid, gaat overal heen, maar niet naar ons hier in ons
land. Dit is een negatieve 'framing' van Europa, die door nationale
politici wordt gebruikt zodra er een zondebok nodig is voor lastige
dilemma's. Dat is allemaal heel begrijpelijk natuurlijk. Maar het
veroorzaakt een enorm legitimiteitsvraagstuk.
Ondergraving van de legitimiteit
Overigens, een andere variant komt ook veel voor. Nationaal
beleid voegt regelmatig allerlei details of dure extra's toe aan
Europese afspraken en zegt dan tegen burgers: 'helaas, dat moet zo
van Brussel.' Beide formats zijn een spelletje van nationaal
egoïsme, waarin men elkaar bewust steeds de halve waarheid
vertelt.
Dit ondergraaft de legitimiteit van zowel wat we samen moeten
doen in Europa, als wat nationale politici zelf doen. Burgers weten
dat die halve waarheden niet kloppen, ook als ze de specifieke,
bestuurlijk finesses misschien niet kennen. Ze vertrouwen hun
politici ook niet als deze zeggen: 'laat liever aan ons over dan
aan Brussel.' Dat ervaren de politici in deze maanden nogal
duidelijk. De legitimiteit van echt zware ingrepen hebben zij zo
zelf ernstig aangetast.
Er is rond de legitimiteit van Europa inmiddels nog een tweede
paradox ontstaan. Dat is die van de verwachtingen van burgers.
Ons geld gaat naar de Grieken
Ik heb de voorbije maanden een documentaire mogen maken in de
meest Europees gelegen provincie van Nederland: Limburg. Iedereen
daar wil met zijn bedrijf kunnen werken met Poolse arbeiders.
Iedereen daar is vurig voor grensoverschrijdende aanpak van
criminaliteit. Geen wonder als je de kaart van Limburg ziet. En de
kiezers daar maakten vervolgens een anti-Europese,
rechts-populistische partij de grootste. Legt u dat maar eens
uit…
Vanuit het nationale 'frame' gedacht, is het basisgevoel van
vele burgers herkenbaar. Men meent dat de aandacht en het geld van
Europa vooral voor anderen beschikbaar is. 'Ons geld gaat naar de
Grieken', moppert iedereen nu uiteraard. Het gaat dus vooral niet
naar 'ons', het dorp hier , de school, ons bedrijf. Als we dit
serieus willen nemen, dan zul je dit basisgevoel moeten aanspreken.
Verwijzing naar het vredesproject en andere mooie onderdelen van
het CV van Europa roept alleen maar de vraag naar het 'en dan?'
weer op. Bovendien kun je dit nationale politici niet laten doen.
Zij zijn de eigenaars van dat frame en hebben daar ook hun eigen
logica, en een eigen agenda bij. Die zullen zij noodgedwongen
willen vasthouden.
Roads not taken
Hoe lukt ons dit dan toch? Ik zie drie nog veel te weinig
bewandelde wegen daarheen, drie 'roads not taken'.
1.) Herformuleer het debat. Wij hebben in
Nederland samen met MTV en Coolpolitics verschillende
debatuitzendingen gedaan met toppolitici en jongeren. Die kozen
steeds als invalshoek: in wat voor Europa of Nederland leven we
eigenlijk over twintig jaar? Wat wilt u dat er dan gebeurt en
waarom?
Het blijkt dat het moed vergt om de hang naar visie onder
jongeren ook echt te beantwoorden. Je komt als politicus of
bestuurder dan namelijk niet meer weg met dat ene halve verhaal
over Europa, zodra dit de agendavragen zijn. Het hele verhaal komt
op tafel. Dit herformuleren van het debat zul je dus voortdurend
moeten doen.
Aan 'het publiek' blijkt het niet te liggen. Dat wil juist een
'new narrative' dat niet alleen maar het CV van Europa voorleest.
Wat mij dan wel tegenvalt is de beschikbaarheid van mensen die zo'n
verhaal willen en kunnen vertellen. De neiging om snel in de
nationale kramp of in de verdediging en uitleg van het bereikte te
schieten is groot.
2.) Eén groep is hier wel heel opvallend
afwezig gebleven. Waar waren de 'captains of industry' de afgelopen
drie of vier jaar eigenlijk? Niemand zei toen Denemarken
grenscontroles wilde herinvoeren dat zoiets waanzin was. Midden in
de crisis bleef men doodstil, op een enkele lobby-woordvoerder
na.
Dit kan natuurlijk niet. Het bedrijfsleven zal moeten laten
horen hoe zij verder willen met het Europees project. Zij zijn niet
verstrikt in die nationale logica en het negatieve frame uit
politiek zelfbehoud. Op dit moment, drie seconden voor twaalf, hoor
je af en toe enkele geluiden.
3.) We moeten veel scherper beseffen dat we
allang 'intrinsieke Europeanen' zien ontstaan en om ons heen zien
leven. Onze scholen, universiteiten, hogescholen leveren hen allang
af. Zeker onder de migrantenjongeren is het besef van de kansen op
ontplooiing in Europa zeer groot. Met deze 'intrinsieke Europeanen'
gebeurt weinig of niets. Uitwisselingsprojecten zijn mooi, maar
horen bij het oude CV. Deze 'intrinsieke Europeanen' blijven
afwezig in de discussie over het 'new narrative'. Ook dit moet je
weer niet vanuit de nationale politiek verwachten, omdat deze in
haar eigen logica vastzit, ook ten opzichte van deze jongeren en
hun ontplooiing.
Europa's volgende tentamen
Het komt er dus op neer dat Europa, zoals elke scholier of
student, moet beseffen: 'wat is mijn volgende tentamen? Welk
diploma wil ik nu nog halen voor mijn toekomst, mijn ambitie, mijn
ontplooiing?' We moeten daarom ontsnappen uit de manier van
discussiëren over vragen als 'is Europa wel geslaagd?' Het
Curriculum Vitae van Europa is al gevuld. Het is vooral verwarrend
als steeds weer teruggegrepen wordt op een soort defensieve kramp
van het bereikte.
In die val trappen veel te veel bevlogen Europese
vertegenwoordigers. Ze bevestigen dan tot hun eigen schrik vaak het
negatieve 'frame' in de nationale politiek. En zo slagen we er
steeds niet in de discussie te laten gaan over het 'new narrative',
voorbij het CV van de Unie. Het is dus inderdaad meer dan een
schuldencrisis, het gaat inderdaad om 'trust'."