"Keiharde cijfers van de Inspectie voor het Onderwijs: meer
meisjes op het VWO, meer meisjes op de universiteit. Meisjes zijn
bezig aan een grote inhaalslag tegenover jongens. Waarom doen
jongens het slechter? Ligt het aan de feminisering van het
onderwijs? Aan de verschillende ontwikkeling ven het brein (de
biologie dus)? Aan de andere stimulans die meisjes krijgen? Aan het
huidige onderwijssysteem? Onderwijsdeskundigen en wetenschappers
breken zich hier het hoofd over en verhitte discussies over
gescheiden onderwijs worden breed uitgemeten in de media.
Kenniscafé Groningen
Tijdens dit eerste Groningse Kenniscafé van het nieuwe seizoen
probeert Bart van de Laar antwoord te krijgen op deze vragen van 3
professionals: Roel Bosker, hoogleraar onderwijskunde en directeur
van het GION, het Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs,
Greetje Timmerman, adjunct-hoogleraar Jeugd als sociaal
verschijnsel bij de afdeling Pedagogische Wetenschappen en docent
genderstudies aan de RUG; en Hanke Korpershoek, onderzoeker en
docent aan de RUG, onlangs gepromoveerd op haar onderzoek naar
bètatalent in Nederland. Als zij geen antwoorden hebben, dan heeft
niemand ze...
Ondanks de mooiste zomerdag van het hele jaar, zit de zaal goed
gevuld. Voornamelijk met professionals uit het onderwijs, zoals
blijkt wanneer Greetje Timmerman dit vraagt aan de zaal. Maar
ondanks, of misschien juist dankzij, deze achtergrondkennis van het
publiek zijn er veel vragen uit de zaal en komt er een goede
discussie op gang.
Na een korte introductieifilm (een stukje van de
UP-documentaire, over Britse kinderen die iedere 7 jaar
geïnterviewd werden over hun toekomstplannen) legt Roel Bosker de 3
determinanten van onderwijssucces uit; namelijk; sexe, ethniciteit
en milieu van herkomst. Ondanks de individualisering van de
maatschappij heeft nog steeds de omgeving de grootste invloed op
schoolkeuze en vervolgonderwijs.
De enige manier om dit proces te sturen, volgens Roel Bosker, is
door de onderwijsorganisatie aan te passen. In Nederland houden we
van orde, en stoppen we graag dingen en personen in hokjes, en dit
zie je ook terug in het onderwijs. Vanaf 12 jaar worden kinderen op
niveau gescheiden, en op deze manier blijven kinderen dichter bij
hun herkomst dan in bijvoorbeeld Scandinavische landen waar de
scheiding pas rond het 15e jaar wordt gemaakt.
Weinig meisjes kiezen Natuur en Techniek
Een andere aspect van de structurering van het onderwijs is de
profielkeuze. Al in de derde klas, wanneer de meeste leerlingen
eigenlijk nog geen idee hebben wat ze willen doen, moet een keuze
gemaakt worden die bepalend kan zijn voor een vervolgcarrière.
Slechts weinig meisjes kiezen het meeste technische profiel, Natuur
en Techniek (NT), waardoor voor hen het volgen van een
beta-opleidingen eigenlijk al uitgesloten is.
Hanke Korpershoek heeft onderzoek gedaan naar deze keuzes en zij
zag dat het voor jongens op die leeftijd heel normaal is om een NT
profiel te kiezen, ook al zijn ze niet eens zo goed in
beta-vakken.
Meisjes daarentegen, kiezen dit profiel alléén als ze echt heel
goed zijn in wiskunde. Waar heeft dit mee te maken? Is het
zelfvertrouwen van meisjes kleiner? Zijn jongens nonchalanter in
hun keuzes en denken ze dat ze het wel kunnen? Of ligt het aan de
grote media-aandacht voor deze jongens-meisjes verschillen?
Hanke Korpershoek vermoedt dat inderdaad de aandacht van de
media deels het verschil in stand houdt. Het lijkt er echter wel op
dat meisjes de keuze voor zo'n profiel bewuster maken, omdat van de
NT-leerlingen procentueel meer meisjes dan jongens ook echt een
bèta-studie vervolgen.
Greetje Timmerman denkt dat groepsdruk zeker de profielkeuze kan
beïnvloeden. Niet alleen van medeleerlingen, ook leerkrachten
kunnen onbewust het verwachtingspatroon onderstrepen doordat ze
niet snel zullen denken dat meisjes goed zijn in bèta-vakken. Ook
is volgens Timmerman de profielkeuze op zo'n jonge leeftijd vaker
een negatieve dan een positieve keuze: jongens kiezen niet wat ze
niet leuk vinden (talen), dus NT, en meisjes kiezen niet wat ze
niet leuk vinden, dus geen NT.
Meisjes zijn hard bezig met een inhaalslag
Maar dit is niet iets van de laatste tijd, meisjes zijn altijd
beter geweest in talen, jongens altijd beter in rekenen. Het nieuwe
is dat momenteel meisjes het VWO en het hoger onderwijs
overbevolken. Dit lijkt een wereldwijde trend te zijn. Meisjes zijn
hard bezig met een inhaalslag tegenover jongens en worden steeds
hoger opgeleid. Hoe dit komt is nog niet duidelijk, komt het omdat
er steeds meer vrouwelijke docenten zijn (door de feminisering van
het onderwijs)? Greetje Timmerman heeft dit onderzocht en zegt dat
er geen verschil is in aanpak van lesgeven tussen mannelijke en
vrouwelijke docenten.
De manier van lesgeven dan? Is projectgericht onderwijs, en
zelfstandig werken, zoals gedaan wordt in de basisvorming, niet
meer iets voor meisjes dan jongens? Dat kan, meisjes zijn veel
ijveriger dan jongens, en zullen minder snel "stoer" opscheppen dat
ze weinig hebben gestudeerd voor een tentamen. Maar volgens een
toeschouwer uit de zaal is deze manier van onderwijs eigenlijk
funest voor alle kinderen, zowel jongens als meisjes. Dus of
jongens hier meer last van hebben, is niet duidelijk.
Verschil in IQ is er ook niet tussen jongens en meisjes, er is
ook geen verschil in spreiding van IQ. Er zijn wel degelijk
ontwikkelingsverschillen, bepaald door een verschillende biologie
van jongens en meisjes. Helaas durft geen van de sprekers het aan
in te gaan op een vraag uit de zaal over hersenverschillen tussen
jongens en meisjes. Dat is meer iets voor biologen, vinden ze.
Jammer, want als bioloog denk ik dat juist de discussie tussen
hersenonderzoekers (biologen) en onderwijskundigen/beleidsmakers
kan helpen om de oorzaak van verschillen tussen jongens en meisjes
kan blootleggen.
De conclusie van dit eerste Kenniscafé? We weten nog steeds niet
waarom meisjes het beter doen dan jongens. Het algemene
onderwijsniveau van Nederlanders is vergeleken met andere landen
nog steeds goed, dus moeten we er ons eigenlijk wel zo druk om
maken? En, zoals Hanke opmerkt, in salarissen of banen later is het
verschil in opleidingsniveau niet terug te zien, het lijkt zelfs
andersom te zijn.
Mannen verdienen nog steeds meer dan vrouwen, zelfs met een
lagere opleiding. Dus wie is hier nu slimmer? Toch de jongens? Over
een decennium of twee zullen we zien hoe al deze hoger opgeleide
vrouwen, waar we ons nu zo druk over maken, het doen op de
arbeidsmarkt. Nu zouden de sprekers een hypothetisch half miljoen
voor onderzoek liever gebruiken om manieren te vinden om ongebruikt
talent in bijvoorbeeld achterstandsgebieden, beter tot zijn recht
te laten komen. Van zowel jongens als meisjes. "
Eva
Teuling, postdoconderzoeker UMC Groningen