In het Foliadebat op de HvA met collega's Jet Bussemaker (HvA),
Marcel Wintels (Fontys) en Ron Bormans (HAN) was Terpstra opvallend
scherp over wat hij het afgelopen jaar had ervaren bij Inholland.
"Op dit moment maken de diensten de dienst uit en het onderwijs
volgt. We moeten weer een echte onderwijsinstelling worden."
Terpstra die zelf na dit jaar zal vertrekken bij Inholland
stelde dat zijn opvolger zich "dienstbaar moet gaan opstellen ten
aanzien van het onderwijs" en begrip moet hebben van de logistiek
van het onderwijsproces en wat er bij een hogeschool gebeurt. Ook
in de Raad van Toezicht moet deze kennis aanwezig zijn.
Selectie is wel heel stoere praat
Profilering en prestatieafspraken gemaakt met OCW vormen volgens
Terpstra de belangrijkste uitdagingen voor Inholland, evenals hoe
om te gaan met de studentenaantallen. "Willen wij nog gaan voor
groei omwille van de groei? Nee. We moeten selectiever worden in
het toelaten en zullen dus ook studenten nee verkopen."
Over het punt van selectie waren de aanwezige bestuurders het
niet eens. Zo laakte Ron Bormans de 'stoere taal' die er door zijn
collega's werd gebruikt. "Het was dertig jaar lang een taboe om te
spreken over selectie in het hoger onderwijs. Nu het geagendeerd
is, wordt er opeens wel heel stoer over gesproken," reageerde
Bormans op plannen van met name de HvA en Inholland om het aantal
nieuwe studenten in te perken.
Stofkam door opleidingen
Wat HAN-voorzitter Bormans betreft mag er wel kritisch gekeken
worden naar het opleidingsaanbod, de grote variëteit van vaak sterk
verwante of gelijksoortige vormen die het HBO in de markt zet. Door
een 'stofkam' door het aanbod te halen zou dit volgens hem met 15%
kunnen worden teruggebracht. Jet Bussemaker (HvA-rector )vertelde
dat zij bij haar recente aantreden in het HBO moest vaststellen,
dat er in de afgelopen jaren 17 nieuwe opleidingen bij waren
gekomen terwijl er geen één was gesloten. "Dat is een verkeerd
signaal. Het is heel moeilijk om iets waar docenten zich iedere dag
voor inzetten ineens stop te zetten, maar die keuze moet je soms
wel durven maken."
Wel waarschuwt Bormans dat de even noodzakelijke regiofunctie
van een hogeschool niet moet gaan lijden onder de roep om minder
opleidingsaanbod en de daaraan ten onrechte direct gekoppelde
'profilering'. Hij schaart zich daarin achter Rotterdam-voorzitter
Jasper
Tuytel die eerder al stelde dat een grote hogeschool zeker moet
doen aan profilering, maar dat het streven daarnaa niet een
assortimentsdiscussie moet worden.
"De HBO-student moet werken, gemiddeld 15 uur, anders kan hij de
studie en zijn levensonderhoud niet financieren. De regio is zijn
omgeving, zijn baantje, zijn sport, sociaal leven. Hij is dus sterk
regionaal gebonden. Ook dat moet je in je aanbod bewust meenemen",
stelt Tuytel.
Schaal en salaris
De aanwezige politici deden tot slot nog een duit in het zakje
door zowel de massaliteit van hogescholen als de hoeveelheid aan
overheadkosten aan de kaak te stellen. Fontys-voorzitter Wintels
riposteerde de kritiek op Fontys met haar 40.000 studenten, door
zijn hogeschool te schetsen als een vloot in plaats van
mammoettanker. "Studenten geven aan dat ze binnen hun opleiding
iedereen kennen."
Vanuit de zaal klonk kritiek op de bezoldiging van bestuurders,
waarbij de vier collegevoorzitters er niet aan ontkwamen hun eigen
jaarsalaris ter sprake te brengen. "Een onzindiscussie", vond Ron
Bormans die aangaf dat de normen hiervoor in samenspraak met het
kabinet waren gesteld. Niettemin bekende Marcel Wintels bekennen
dat zijn salaris boven de nu gestelde norm lag. Maar dat
inkomen was al vastgesteld voor deze normering was
ingevoerd.