Bij het analyseren van de kwaliteit en missie van de opleidingen
van de WO Rechtenfaculteiten zijn de visiterende QANU-experts op
enkele fundamentele vragen en dilemma's gestuit.
ScienceGuide verneemt dat het daarbij niet zo zeer gaat om
gebreken in kwaliteit of niveau die men zou constateren. De vragen
van de betrokken experts in het vakgebied en de wetenschappelijke
discipline reiken namelijk verder.
Meer dan toga beroepen
Bij hun analyses zijn zij zich vragen gaan stellen bij het
waarom van het betrokken academische aanbod. De rechtenstudent en
haar opleiding van vandaag zijn immers al lang niet meer bezig met
waar deze discipline in de kern voor is ingericht bij de
universiteiten. Immers, het is niet meer de realiteit binnen dit
kennisdomein dat de rechtenstudent na het behalen van de
meester-titel in hoofdzaak of primair een functie gaat vervullen in
een 'toga beroep' of binnen de wetenschappelijke kringen die zich
verdiepen in de vragen van het recht en de historie, filosofie en
metafysica daarvan.
De rechtenopleidingen verzorgen feitelijk een gewaardeerde en
kwalitatief adequate opleiding voor beleidsambtenaren en andere
mensen die organisaties, bedrijven en instellingen ondersteunen bij
hun beleidsontwikkeling en de bestuurlijke en juridische aspecten
daarvan. Gelet op de loopbanen van de afgestudeerden krijgen zij
duidelijk waardering op de arbeidsmarkt voor de kwaliteit die zij
daarbij weten in te brengen. Maar de vraag rijst dan wel of de
betreffende faculteiten en opleidingen voor het verzorgen van zulk
HO-aanbod waren bedoeld en of en hoe zij daar kwalitatief ook
voldoende en to the point aan worden 'gemeten'.
Bij de doordenking van de desbetreffende visitatie is die vraag
nu op tafel gekomen. Scherp geformuleerd: zijn de
rechtenopleidingen niet eigenlijk in heel belangrijke mate een
soort brede 'liberal arts' opleiding voor de bestuurlijke sector
geworden? Het antwoord op die vraag moet daarbij allereerst van de
universiteiten komen. Deze moeten tevens aangeven welke conclusies
zij daaraan verbinden voor het profiel, de differentiatie van het
aanbod en de actuele eisen van kwaliteit en toekomstige
ontwikkeling van deze opleidingen.
Een side letter met gevolgen
Het is, gelet op de aard van de visitatierapportages en hun
vertaling in accreditatiebesluiten niet vanzelfsprekend, dat het
agenderen van dit vraagstuk zou gebeuren in de analyses die worden
opgesteld voor een accreditatiebesluit. Naar verluidt wordt
overwogen een 'side letter' op te stellen bij de
visitatierapportages om de universiteiten ertoe aan te zetten in
het kader van de verdere ontwikkeling en vernieuwing van hun
onderwijsaanbod deze vragen nadrukkelijk op de agenda te zetten,
intern en onderling.
Tegen de achtergrond van de noodzaak van profilering en
differentiatie van HO-instellingen en de meerjarige planvorming en
prestatieafspraken daarvoor zal het domein van rechten er niet aan
kunnen ontkomen reeds nu die fundamentele vragen aan de orde te
stellen. In het kader van de uitvoering van de Strategische Agenda
van het kabinet, het rapport Veerman en de plannen van
verschillende instellingen om te komen tot vergaande strategische
samenwerking komt dit thema daarmee voluit op de agenda van het
hoger onderwijs debat en beleid.
Bij de nadere uitwerking van proflering en samenwerking van
universiteiten in zwaartepuntvorming en taakverdeling zou daarmee
het profiel en de maatschappelijke opdracht van Rechten veel
nadrukkelijker op tafel gaan komen dan wellicht velen voor mogelijk
hielden. Het debat over het profiel van de instellingen krijgt
daarmee een onverwachte, stevige impuls, waarmee politiek en
bestuurlijk Den Haag zich ongetwijfeld zal willen gaan bemoeien. Al
was het maar omdat velen daar zelf in zulke rechtenopleidingen hun
Alma Mater hebben gevonden.