Van Oosterom (hoogleraar GIS Technologie TU Delft) en Paul
Suijker (productonderzoeker en projectleider GeoLoket TU Delft
Library) pleiten er daarentegen weer wél voor om wetenschappelijke
data als zodanig 'op een grote hoop te gooien'. Een hoop die
voor iedereen toegankelijk is. Juist door onderzoeksdata openbaar
te maken (en niet alleen de wetenschappelijke publicatie erover)
kunnen andere onderzoekers het werk controleren en er mogelijk op
verder bouwen.
Geodata is nuttig
"Door het combineren van verschillende (geo)datasets zijn vaak
nuttige en verrassende nieuwe inzichten te verkrijgen. Medicus John
Snow gaf op een kaart van Londen aan waar en wanneer mensen cholera
kregen en kon zo bepalen waar de besmettingsbron zich bevond. Dat
was in 1854 het eerste officiële gebruik van geodata in onderzoek:
een echte GIS-analyse (Geografische Informatiesystemen). In de
praktijk gebruiken we al geodata sinds het begin van de mensheid:
de vroegste kaarten op kleitablet predateren het geschreven woord.
Geodata is zo met ons mens-zijn verweven dat we ons er meestal niet
van bewust zijn.
Universiteitsbibliotheken zijn al lang niet meer alleen opslag-
en uitleenplekken van wetenschappelijke boeken en tijdschriften.
Onderzoekers kunnen er steeds vaker terecht voor het raadplegen van
omvangrijke datasets van derden en voor de opslag van hun eigen -
vaak omvangrijke - datasets.
Datasets vinden elkaar te weinig
De universiteitsbibliotheken zorgen voor goede ontsluiting van
deze (geo)datasets zodat onderzoekers de data eenvoudig voor hun
eigen onderzoek kunnen gebruiken. Een epidemioloog zou bijvoorbeeld
de gegevens van een bioloog over de vlucht van trekvogels kunnen
combineren met zijn eigen gegevens over vogelgriepgevallen om te
kijken of er een verband is. Dat geldt niet alleen voor biologen en
epidemiologen.
Ook criminologen, archeologen en watermanagers kunnen veel
hebben aan beschikbare (geo)data. Helaas vinden deze datasets
elkaar nu nog (te) weinig. Getuige de steun voor het Maps4Science
voorstel (www.maps4science.nl) dat onlangs is ingediend, is dit
echter wel degelijk iets waar veel kennisinstellingen behoefte aan
hebben.
De in dit voorstel beschreven virtuele onderzoeksfaciliteit is
dan wel niet zo tastbaar als een schip voor maritiem onderzoek, een
ruimtetelescoop of de deeltjesversneller van CERN, maar misschien
nog wel complexer. Want behalve de onderzoeksdata zijn er in de
praktijk enorm veel andere datasets die ook voor onderzoekers van
groot belang kunnen zijn.
Op een hoop gooien tak van wetenschap zélf
De herkomst hiervan is zeer divers: het kadaster (percelen,
basiskaarten, gebouwen, adressen, kabels en leidingen),
Rijkswaterstaat (hoogte- en dieptedata, wegen), TNO, KNMI, CBS,
RIVM, PBL, enzovoort. Behalve de hoeveelheid partijen speelt ook de
enorme variatie aan en omvang van data een rol, waardoor het 'op
een hoop gooien' van dit soort verschillende datasets makkelijker
gezegd is dan gedaan. Het is eigenlijk een tak van wetenschap op
zich.
Dus: we zijn geen voorstander van generalisaties over de
vermeende slechte kwaliteit van wetenschappelijke data. Maar
wetenschappelijke data mogen wat ons betreft zeker wel -
gecontroleerd - op een grote hoop gegooid worden en toegankelijk
gemaakt. In navolging van de analyse van John Snow zullen er dan
zeker meer wetenschappelijke doorbraken volgen. Daar wordt de
wetenschap - en de wereld - alleen maar beter van."
Peter van Oosterom, hoogleraar GIS technologie TU
Delft
Paul Suijker, productonderzoeker en projectleider GeoLoket
bij TU Delft Library