"Wetenschappers worden nog te vaak gezien als stoffige nerds,
die zich begeven in saaie gebouwen met laboratoria zonder ramen.
Een aantal van hen probeert van dat imago af te komen, door
publieke optredens in TV-programma's, publiekslezingen en
wetenschapsfestivals. Maar ook in (natuurhistorische) musea zijn er
legio mogelijkheden voor het populariseren van wetenschap. Als
musea verder gaan dan het laten zien van opgezette beesten en oude
apparaten en ruimte maken voor échte wetenschap, kun je als
bezoeker werkelijk iets leren.
Eerder dit jaar was ik in Londen, om een kijkje te nemen bij een
aantal internationaal toonaangevende wetenschapsmusea. De Britten
hebben een hele goede methode gevonden om het publiek voor
wetenschap te interesseren: door het écht zichtbaar te maken. Niet
door persberichten te schrijven over het onderzoek en
wetenschappers uit te nodigen voor tv-programma's en festivals waar
ze hun verhaal kunnen doen, maar door bezoekers van een museum mee
te laten kijken over de schouders van de onderzoekers, in het
laboratorium. Niet door filmpjes, maar door een glazen wand.
Een prachtig voorbeeld hiervan is het
Darwin Center in het Natural
History Museum dat bekend is van de dinosaurussen. Het Darwin
Center is een onderzoekslaboratorium, waar biologen op plantjes en
beestjes verzamelen, en daarnaast met behulp van moderne technieken
als DNA-sequencing de evolutie van al deze levende organismen
onderzoeken. Maar naast onderzoekslaboratorium is het Darwin Center
ook een onderdeel van het Natural History Museum.
Het bijgebouw, bijgenaamd de
"cocoon", is een soort ei-achtige structuur, waarin je
als bezoeker langzaam afdaalt van boven naar beneden en onderweg
van alles te weten komt over het onderzoek in het Darwin Center.
Vier "virtuele" onderzoekers - die ook echt voor het instituut
werken - nemen je aan de hand mee langs veldexpedities,
preparatiemethoden en uiteindelijk ook DNA-sequencing. Er zijn
filmpjes, spelletjes, je kunt zelf "virtuele" watermonsters
bestuderen en nog veel meer.
Op verschillende plekken in de cocoon kun je door glazen wanden
naar binnen kijken bij het onderzoek. Je ziet de enorme
herbarium-collectie in rijen met boekenkasten. Je ziet de
onderzoekers aan het werk met hun witte labjassen en blauwe
handschoenen. Je ziet ze buisjes in rekjes zetten, uit centrifuges
halen en rare machines gebruiken. Op andere plekken zie je ze
achter de microscoop en de computer zitten. Maar je staat niet
zodanig in de weg dat de onderzoekers hun werk niet kunnen
doen.
Ook in het Blizard
Institute van Queen Mary University is een Science Center in
het onderzoekslaboratorium aanwezig, het Centre of the Cell. In
het hoge laboratorium hangt een knaloranje structuur die het
12-cellig stadium van een embryo moet voorstellen. Vanuit de
loopbrug naar dit Science Center kijk je, meters lager, op de
onderzoekers, en kun je zien waar ze mee bezig zijn. In het Centre
of the Cell krijgen bezoekers allerlei filmpjes te zien en kunnen
ze spelletjes spelen die gebaseerd zijn op het dagelijkse onderzoek
van het Instituut. Centre of the Cell krijgt veel groepen
scholieren op bezoek die zo geïnspireerd kunnen raken om ook
wetenschapper te worden.
En het allermooiste: deze musea zijn gratis. Altijd, voor
iedereen. De bezoeker ziet niet een stoffig laboratorium, maar
prachtig ontworpen gebouwen waar mensen werken die het leuk vinden
om anderen te vertellen waar ze mee bezig zijn. Zo kan iedereen een
mooi beeld krijgen van de wetenschapper op zijn werkplek. In
Nederland worden dergelijke projecten in musea ook steeds
gebruikelijker, zoals Live Science in Naturalis, waarbij bezoekers
het prepareren van dieren echt "live" kunnen meemaken. Laten we
vooral doorgaan met het modernisren van de musea en met
activiteiten waarbij onderzoekers echt zichtbaar worden. Het is
tijd voor zichtbare wetenschap!"