• A
  • A
  • Als je Cruyff in een zwembad gooit

    - De goeroe van de excellentie, Hans Adriaansens, spreekt op het NHOC. “Een excellente school is geen school die excellente studenten selecteert, maar een school die studenten en docenten laat excelleren.”

    Men kan bij Adriaansens rekenen op prikkelende, soms zelfs provocatieve gedachten van een kenner die alles behalve blasé is geworden in zijn werk als HO-bestuurder en innovator. "Al die mensen die spreken over dat het in het onderwijs beter moet, doen er zelf niets aan. Dat komt te veel voor."

    Graag geeft hij pittig af op de babyboomers, "van wie ik er zelf een ben. Al die mensen die nu in ingezonden stukken klagen over jonge mensen, zijn vergeten hoe slecht ze zelf schreven toen ze zelf 17 of 18 jaar waren".

    Varen in Greenpeace bootjes

    Over zijn eigen ervaringen als universitair decaan en daarna als 'bouwpastoor' van de toonaangevende colleges in Utrecht en Middelburg zei hij tegen ScienceGuide eens: "Als decaan is het mij niet gelukt, ik kreeg het schip maar één of twee graden uit koers. Sinds ik in Greenpeace bootjes langs de colleges van besturen vaar, heeft iedereen de pest aan mij. Maar er gebeurt tenminste wat. Kennelijk is het nodig de kat de bel aan te binden".

    Bij de vernieuwingen die hij in het HO graag zou zien, hoorde ook een veel grotere aandacht voor het opdoen van onderzoekervaring in de undergraduate fase.  "Ik wil ook dat meer studenten in het onderzoek participeren. Het is daarbij wel belangrijk dat we afbakenen wat goed undergraduate research is. Dan wordt het ook leuk voor docenten om daarin te participeren. Daarom vind ik dat we voorzichtig moeten zijn met de term toponderzoek, omdat in dergelijke onderzoeksprojecten voor undergraduate studenten doorgaans geen plaats is".

    Er zijn vorderingen

    Excellentie en aandacht voor kwaliteit heeft Adriaansens altijd gezien als thema's die het moeten hebben van een rijke context. Alleen maar uitgaan van individuele kwaliteiten van studenten, dat was voor hem een veel te dunne, smalle benadering. "Gedreven studenten en gekwalificeerde docenten zijn zeker geen voldoende voorwaarde voor excellentie. Ook de organisatiestructuur van de instelling moet die kwaliteiten kunnen ondersteunen", betoogde Adriaansens bij het Sirius-project. Doet die dat niet dan blijven de resultaten tegenvallen,  raken docenten hun drive kwijt, blijft de uitval onder studenten onverminderd groot.

    "In feite is dat de situatie van dit moment. Vandaar dat aparte aandacht gewenst is voor de context waarin studenten en docenten het onderste uit de kan moeten zien te halen. Gelukkig zijn er op dat vlak ook vorderingen te melden, vooral in de vorm van academische gemeenschappen binnen honours colleges en honours programmes. Dat die vorderingen er zijn valt af te leiden uit de omstandigheid dat studenten daarin wel excelleren, dat docenten er met de nodige betrokkenheid opereren, er nauwelijks uitval is en het rendement vier tot vijf keer hoger ligt - na de officiële studieduur - dan gemiddeld in de Nederlandse universiteit"

    Het zwembad van Cruyff

    Hij noemde het "het aardige van een voorlopige meting van eindresultaten van afgestudeerden aan de Roosevelt Academy dat die vrijwel volledig parallel loopt aan de eerder door hen behaalde VWO-gemiddeldes: die correlatie is bijna maximaal. Studenten die binnenkwamen met een VWO-gemiddelde van een 8 of meer studeerden vrijwel allemaal summa cum laude af. Met een gemiddelde van 7.5 werd het een cum laude, met een 7 een honours degree."

    In deze dagen van VU-prof Steven ten Have en gymleraar Louis van Gaal is de metafoor die Adriaansens graag gebruikt eens te meer to the point. Hij vertelde bij Sirius over zijn discussie met de Rector van de  Leiden, Douwe Breimer, die ook op het NHOC zal spreken. Het bleek dat de daar uitgevoerde mock-selectie van studenten met meer of minder dan een 7 gemiddeld op het VWO geen duidelijke verschillen te zien gaf in studierendement.

    Op de vraag van Breimer hoe die verrassende uitkomst kon worden verklaard, antwoordde Adriaansens: "Als je Cruijff in een zwembad gooit, kun je ook niet zien dat hij beter kan voetballen dan ik."

    U kunt zich nog aanmelden voor het NHOC, het Nederlands Hoger Onderwijs Congres! Hoe en wat? Dat vindt u hier.

     

    REACTIE LIETEKE VAN VUCHT TIJSSEN

    "Dit sluit eigenlijk wel mooi aan op dat stuk over die mopperende docenten hè", lacht Lieteke van Vucht Tijssen, als ze het stuk over excellentie-goeroe Hans Adriaansens erbij pakt.  Excellentie staat of valt volgens Van Vucht Tijssen bij de studieomgeving die je creëert voor je studenten. "Daarom ben ik ook een beetje bang voor Middelburg. Dat is misschien wel te klein om studenten echt aan zich te kunnen binden."

    Waar Adriaansens terecht een grote reputatie heeft gekregen, is zijn werk aan een creatieve, uitdagende studieomgeving. Van Vucht Tijssen wijst in dat verband op de inspiratie daarvoor in eigen huis  vanuit een project  van het lectoraat Grootstedelijk Onderwijs en Jeugdbeleid onder leiding van Dolf van Veen. Hun onderzoek naar studieuitval is vertaald in een pakket maatregelen en acties. "De sleutel blijkt niet allerlei losse actiepunten, maar ' studentnabij handelen'.

    Zo is er een 100-dagen-aanpak waarin elke student in de eerste drie maanden van zijn propedeuse actief gevolgd wordt en uit onderzoek bekend geworden 'early warning' signalen meteen opgepakt kunnen worden." De propedeuse wordt daarbij gezien als een studiefase die elke student ' hbo-proof' moet maken. Zo kan de hogeschool de dreiging van "stuwmeren van langstudeerders" in de hoofdfase voorkomen.

    Dissatisfiers wegnemen bij studenten

    Juist in het creëren van zo'n actieve en uitdagende studieomgeving zit volgens Van Vucht Tijssen ook een essentiële rol voor het management. Dat is niet een zaak die je aan de student of docent alleen moet willen overlaten. "Goed management is net zo goed belangrijk voor de kwaliteit en voor het studiesucces in een hogeschool.

    Allereerst in het wegnemen van zulke 'dissatisfiers' bij studenten en docenten, waar ik al over sprak bij Lodewijk Berkhouts stuk. Wij moeten er voor zorgen dat studenten en docenten niet zoveel te klagen hebben. Dan kunnen zij zich helemaal wijden aan het onderwijs en het verwerven en overdragen van kennis!"