Met name VVD, D66, SP en PVV tonen zich in de schriftelijke
behandeling van de Europese agenda zorgen over de onbalans die in
Nederland aan het ontstaan is tussen inkomende en uitgaande
studenten. Nederland blijkt Europees gezien een relatief
goedkoop land om te gaan studeren.
Kwaliteit voorop
Zijlstra stelt dat kwaliteit altijd voorop dient te staan in
deze. "Uitgangspunt voor alle instellingen moet zijn dat zij zich
bij de werving en selectie laten leiden door kwaliteit en niet door
financiële motieven. De kwaliteit van de studenten en die van het
geboden onderwijs versterken elkaar." De vragen van de SP richten
zich op de zorg die met name rijst over het groeiend aanbod
Duitstalige opleidingen langs de oostgrens. Hierover sprak Zijstra
zich eerder juist primair positief uit.
In Nederland is 47% van de buitenlandse studenten van Duitse
komaf. Ook de VVD vraagt zich nu hardop af of de onbalans tussen
inkomende studenten en inkomende studenten in Europa geagendeerd
kan worden. Ook wil de VVD dat er gekeken wordt naar een Deense
regeling die onderwijsinstellingen een bekostigingsvoorwaarde stelt
op deze balans. Daarbij vraagt de SP zich af of de stijgende
aantallen buitenlandse studenten de onderwijsprogramma's van
afzonderlijke lidstaten niet onder druk zetten.
Baat bij hoog gemotiveerde Duitsers
Zijlstra erkent de moeilijkheden rond dit thema wel, maar
relativeert het opnieuw. "Sturen op een balans tussen inkomende en
uitgaande mobiliteit is lastig. Voor de grote groep van autonome
instroom van EU-studenten, die zich bij de instelling aanmelden,
geldt dat hierop lastig tot niet te sturen." Nogmaals benadrukt de
OCW-staatssecretaris de waarde van de Duitse studenten voor zowel
de financiële, kwalitatieve als 'relatie' toekomst van het HO. "De
instroom betreft thans voor het overgrote deel kwalitatief goede en
hoog gemotiveerde Duitse studenten, die duidelijke baten opleveren
voor de Nederlandse economie en voor ons onderwijs."
D66 constateert op zijn beurt dat de influx van studenten uit
grote opkomende economieën als China en India gestaag groeit,
terwijl de mobiliteit vanuit ons HO de andere kant op vooralsnog
achterblijft. Zijlstra stelt dat "internationale mobiliteit door de
Nederlandse hogeronderwijsinstellingen reeds in diverse opleidingen
systematisch in curricula wordt ingebouwd." Toch vormen
taalbeheersing en de taal van het buitenlandse onderwijsaanbod vaak
een barrière in deze uitgaande mobiliteit.
Op het NHOC 2011 zal dit thema eveneens stevig geagendeerd
worden. Het debat hierover zal worden gevoerd door o.a. prof Martin
Paul, de vroegere decaan van de Charité in
Berlijn, nu CvB-voorzitter van de UM en oud-NEWS-bestuurslid Dorrit
de Jong.Nationaal Hoger Onderwijs Congres (NHOC).
Informatie over het NHOC dat op 29 en 30 november in
Rotterdam plaatsvindt, leest u hier. Aanmelden kan hier.