• A
  • A
  • Docent op de sofa

    - ‘Burgerlijke ongehoorzaamheid’ bij docenten vindt ScienceGuide-columnist Lodewijk Berhout vermakelijk. Hun kritiek op de universiteit tijdens het collegegeven kan zinnig zijn, maar: “Beleid van de werkgever bekritiseren staat niet in de kerndoelen van mijn vak. Lesgeven heeft blijkbaar een therapeutische werking.”

    'Hij is de nachtmerrie van iedere bestuurder. Het schoolbeleid is dan wel zus, maar hij doet het zo. De klas is zijn domein, daar hebben de bobo`s niets over te zeggen. Gisteren gaf hij mij college.

    "Blackboard, daar heb ik niet zo veel mee. Een antwoord op je e-mail kan ook een paar dagen duren, want ik werk hier slechts twee dagen per week. Je kunt me bellen tot negen uur `s avonds. Schroom niet, dat vind ik geen probleem." Ik vind het ook geen probleem, omdat wat hij zegt me aan het denken zet. Dat is het belangrijkste. Zijn college ging over de invloed van de maatschappelijke dynamiek op onderwijs. Rationalisering, marktvergesellschaftung en democratisering passeren de revue. Zijn er ook van die mooie sociologische termen om de ondeugende docent te beschrijven?

    Trouwens, ondeugendheid dekt de lading niet. Het is eerder een soort burgerlijke ongehoorzaamheid. Docenten ageren tijdens college wel vaker tegen de bureaucratie van de roosteraars, hun opleidingsmanager of bestuurders daar nog verder boven. Vraag is: komt de student daar verder mee? Beleid van uw werkgever bekritiseren staat immers niet in de kerndoelen van mijn vak.

    In veel gevallen zijn mopperende docenten vermakelijk en geef ik ze gelijk. Bijvoorbeeld wanneer zij het nieuwe alomvattende UvA-inschrijfsysteem 'SIS' weghonen. Wanneer ik me inschrijf voor een vak heet dat tegenwoordig een studiedeel. Dit studiedeel moet ik vervolgens in mijn winkelwagentje zetten. Ik hoef nog net niet per vak te betalen met Ideal, maar het voelt alsof je een boek bestelt via bol.com. Onderwijs is hier nu echt een product geworden.

    Tegelijkertijd is het nieuwe inschrijfsysteem aan de achterkant een hele verbetering. Verschillende afdelingen kunnen veel beter samenwerken. Daar is ook de student bij gebaat, die wordt sneller geholpen. Dus als docenten kritiek uiten op de inrichting van het onderwijs, verwacht ik dat zij dit academisch fileren. Genuanceerd en volledig, zoals de rest van het college. Dan is het niet alleen vermakelijk, maar draagt het bij aan mijn kritische academische houding.

    Docenten in het hoger onderwijs zijn bij uitstek het type mens dat niet snel zal actievoeren. Na hun kritiek op de organisatie te hebben geuit, halen zij de schouders op en richten zij zich weer op de stof in mijn winkelwagentjes. Zo ook mijn docent. Lesgeven heeft blijkbaar een therapeutische werking. De studenten zijn psychiaters, de collegezaal een sofa.'

    Lodewijk Berkhout studeert Onderwijskunde aan de UvA. Eerder studeerde hij Biologie en was hij ASVA-voorzitter. Zijn vorige column leest u hier.

    REACTIE LIETEKE VAN VUCHT TIJSSEN

    "Ik ga naar ze toe", vertelt Lieteke van Vucht Tijssen. Mopperende docenten zijn ook op Inholland niet onbekend. Toch wil de Inholland-bestuurster het beeld corrigeren dat Berkhout schetst van de schouderophalende docent. "Ze komen ook met hun klachten bij ons. We bespreken met elkaar wat er aan de hand is."

    Op basis van deze gesprekken is Inholland bezig om de hogeschool beter in te richten. "Ik noem specifiek de roostering hier, dat is altijd een punt van zorg is. We zijn druk bezig om dat beter in te richten, want het is één van de grootste 'dissatisfiers' voor docenten. Het systeem moet goed ingevuld zijn."

    Van Vucht Tijssen ziet in deze discussie de voortdurende strijd tussen docenten en het management waar zij zelf deel van uitmaakt. "Wij zijn dan weer boos op docenten die hun cijfers niet op tijd inleveren, terwijl zij zich beklagen over hoe het systeem in elkaar zit en waar ze alles kunnen vinden. Dus niet alleen de collegezaal is wel eens ' een sofa' - zoals Lodewijk Berkhout puntig schrijft - ook mijn kamer is dat af en toe. Daarom is het maar goed dat we met elkaar het gesprek blijven aan gaan."