in een interviewgesprek tijdens het NHOC noemt Hoofdinspecteur
Rick Steur het primair de taak van universiteit en hogeschool te
definiëren hoe zij de kwaliteit zien en wat dat betekent voor hun
studenten. Wel vindt hij het belangrijk dat ook de Inspectie leert
inspelen op de fundamentele veranderingen in zowel de
leeromgevingen als de leerprocessen van de studenten van
vandaag.
Het is volgens Steur van groot belang dat de bewakers van de
kwaliteit beseffen hoe studenten functioneren in de nieuwe vormen
van kennisverwerving die tegenwoordig in het hoger onderwijs aan de
orde zijn. Het begrip 'de zelfsturende student' zal ongetwijfeld
gevolgen hebben voor het meten van de kwaliteit. Hoe bijvoorbeeld
studenten hun eigen leren in de nieuwe leeromgevingen beoordelen is
een vraag die nadrukkelijk aan de orde aan het komen is.
Inspectie ooit overbodig
Volgens sommigen is de student in digitale leeromgevingen zelf
de belangrijkste stuurder. Zelf houdt de student dan ook het
toezicht op de kwaliteit. De hoofdinspecteur zei daarop dat in dat
opzicht de student wellicht de Inspectie ooit overbodig gaat maken.
"Wie weet gaat het die kant op."
Over het soms dubbele werk van NVAO en Inspectie zei Steur het
volgende: "er is een verschil in het werk van onze twee
organisaties. De NVAO maakt om de zes jaar een foto, wij moeten
monitoren wat de beelden zijn tussen die foto's. Dat is dus meer
een film. Tegen de kerst zal een document over het nieuwe toezicht
op kwaliteit in het hoger onderwijs gereed zijn en per september in
werking worden gezet", zo kondigde de Hoofdinspecteur aan op
het Nationaal Hoger Onderwijscongres.